ZWOLLE - Dat hij een jongetje van 10 jaar in zijn mond liet plassen had niets met seksuele gevoelens te maken, bezwoer muziekleraar M.A. uit Staphorst gisteren in de Zwolse rechtbank. "Ik was vrij verkouden en ik had op internet gelezen dat urine goed was tegen allerlei kwaaltjes. Vandaar."
Het misbruik vond plaats in het midden van de jaren '90. Het jongetje was toen 11 jaar, zijn muziekleraar 24. Waarom het slachtoffer pas veertien jaar later aangifte deed werd duidelijk uit de verklaring die de politierechter gisteren voorlas. "Toen ik een relatie kreeg kwamen de herinneringen die ik zo lang had weggedrukt weer naar boven", had het slachtoffer verklaard. "Dat was zo heftig, dat ik mijn auto aan de kant moest zetten en hele nachten wakker lag. Ik heb anderhalf jaar therapie gehad, maar het blijft me bezig houden. Waarom verknalde hij mijn leven?"
Dat werd gisteren niet duidelijk. De rechter en de officier van justitie vroegen herhaaldelijk naar de opwinding die A. voelde wanneer het jongetje in zijn mond plaste, maar de Staphorster antwoordde telkens dat het niet iets seksueels was. "Ab-so-luut niet. En het was ook niet lekker, hoor. Maar ik had gelezen dat het gezond was en... Ik wou dat ik die site nooit gevonden had, want ik vind het heel erg wat ik hem heb aangedaan."
Het begon met bekertjes. Het jongetje moest daarin plassen, A. dronk het op. Dat gebeurde stiekem in de auto, ergens in de weilanden rond Meppel. Dat wijst erop dat A. donders goed wist dat hij fout zat, stelde de rechter, maar A. keek daar anders tegenaan. "Ik had niet het idee dat ik iets verkeerds deed, maar ik dacht dat anderen er verkeerd tegenaan konden kijken."
Waarom hij de jongen vanaf een zeker moment - voor 25 gulden per keer - rechtstreeks in zijn mond liet urineren? "Ik las op internet dat er zo weinig mogelijk lucht bij moest."
De ongebruikelijke therapie mocht niet baten. "Toen mijn verkoudheid na drie keer niet minder was geworden", zei A., "ben ik ermee gestopt." Het slachtoffer had verklaard dat het misbruik pas ophield toen hij besloot niet meer in de auto van zijn muziekleraar mee te rijden. "Dat klopt niet", veerde A. op. "Nu vind ik het jammer dat ik geen advocaat bij me heb." Die had hij bewust niet in de arm genomen, had hij eerder verklaard: "Ik heb niet iemand nodig om recht te praten wat ik krom gedaan heb."
A., nog altijd actief voor een jeugdorkest, ontkende de aanklachten niet en betuigde meermalen, soms snikkend, zijn berouw. Toch zei de officier van justitie een 'forse straf' te willen eisen: een werkstraf van 240 uur. De rechter ging daarin mee.


Sorteer reacties













