Net als bij het uitgraven van dichtgeslibde petgaten, zoals hier in de buurt van Wanneperveen, transporteert een drijvende persleiding de blubber straks naar eilanden, afkalvende oevers en verzakte akkers. archieffoto Frens Jansen
Voor het gemak is het maar uitgesmeerd over periodes van een jaar of vijf. Om de megaklus, die volgend jaar begint en voortduurt tot ongeveer 2030, tenminste nog een beetje overzichtelijk te houden.
En niet te gaan duizelen van de bijna onvoorstelbare cijfers die schuilgaan achter de komende twintig jaar baggerwerk in en om de waterrijke natuurgebieden Wieden en Weerribben, het gelijknamige Nationaal Park in de noordwesthoek van Overijssel.Uit de vele sloten, vaarten, grachten, plassen en meren in de Kop van Overijssel moeten naar schatting miljoenen kubieke meters bodemslib. Omdat daar de afgelopen vijftien à twintig jaar veel te weinig aan is gedaan, slibt het grootste laagveenmoeras in West-Europa langzaam dicht. Natuur en recreatie zuchten zo langzamerhand zwaar onder de stijgende bodemblubber en dus is het nu alle hens aan dek.
Vinden waterschap, gemeente, provincie, Natuurmonumenten en Staatsbosbeheer eensgezind. Om het werk ineens goed aan te pakken, alle belangen en belangetjes soepel op elkaar af te stemmen, de hoogst mogelijke efficiëncy te bereiken én - niet in de laatste plaats - de duizelingwekkende kosten te verdelen, hebben de vijf betrokken partijen de handen ineengeslagen. Gisteren ondertekenden ze bij gastheer Natuurmonumenten in Sint Jansklooster hun samenwerkingsovereenkomst. Dure, zo niet peperdure handtekeningen. Het gehele project gaat al gauw 100 miljoen euro kosten. Eind dit jaar al hopen de samenwerkende waterbeheerders de eerste vijf jaar baggerwerk te kunnen aanbesteden. "We beginnen in en om Giethoorn, Dwarsgracht en Wanneperveen. Daar alleen al ligt zo'n miljoen kuub op ons te wachten. Wat je je hierbij voor moet stellen? Honderdduizend vrachtwagens vol. Zet ze bumper aan bumper en je hebt een file van hier tot Parijs en terug. Nee, nee, niet figuurlijk, letterlijk dus", aldus Jappe de Best van adviesbureau Royal Haskoning, dat de totale baggeropgave in Noordwest-Overijssel uitrekende. Maar met rekenwerk hield het niet op. De Best: "Met vaststellen hoeveel en waar er gebaggerd moet worden, hield het niet op. Waar ga je heen met die specie, wat kun je er wel of niet mee. Het vinden van nuttige bestemmingen voor bodemslib is een groot probleem en bepaalt daardoor grotendeels ook de kosten van het werk. Hier hebben we echter een doorslaggevend voordeel. Het slib is schoon, zoals wij dat noemen. Niet verontreinigd, maar het resultaat van natuurlijke, organische afbraak. Erosie en bladval vanaf het land en verrotting van veen. Weghalen uit het gebied zou een alleen logistiek al enorme problemen opleveren. Ook verdwijnen dan veel nuttige voedingsstoffen uit het ecosysteem hier. Dus is ons scenario dat van kringloop. Hergebruiken, dus. Via persleidingen en zonodig varend ervoor zorgen dat de blubber op plekken komt waar het functioneel is en niemand in de weg ligt."
Pardon? Gewoon ergens weer neerkwakken dus? "Dat is te simpel voorgesteld", lacht De Best. "Dit schone slib is naar ons idee bijvoorbeeld heel geschikt om de belangrijkste functies in dit gebied te versterken. Zowel natuur en recreatie als landbouw. Denk aan herstel van afkalvende oevers, nieuwe natuurvriendelijke vooroevers, eilanden in de grote plassen en het weer op hoogte brengen van verzakte landbouwgronden."
















U kon tot 12-04-2010 reageren op dit artikel.