FREDERIKSOORD - Hij heeft de neiging elke ochtend even het portret te begroeten. "Goedemorgen generaal", denkt Jan Mensink als hij het statige Huis Westerbeek in Frederiksoord betreedt en oog in oog staat met Johannes van den Bosch.
Het originele schilderij van Kruseman bevindt zich in het Rijksmuseum; deze kopie van de Drentse schilder Jan Nagtegaal toont een zachtmoedig gezicht boven een uniform vol medailles. Mensink is 17 jaar directeur van de Maatschappij van Weldadigheid en hoe kan het ook anders, groot bewonderaar van Van den Bosch. Deze generaal ontwikkelde op 5 maart 1818, met instemming van koning Willem I, een "superproject" voor Nederlandse armlastigen.
Van de circa twee miljoen inwoners die ons land in die tijd telde, leefde ruim
tien procent in diepe armoede waarvan het grootste deel in de regio
Amsterdam. Begin 19e eeuw na de Franse bezetting, was het land verpauperd. "Van
den Bosch deed zijn werk puur uit mededogen, daar ben ik van overtuigd. Hij
is beslist niet rijk geworden van de Maatschappij", zegt Mensink die
zelf opgroeide in het koloniegebied als zoon van een pachter. Eind vorig
jaar kreeg de directeur te horen dat de Maatschappij van Weldadigheid,
inclusief de strafkoloniën Veenhuizen en Ommerschans, een van de negen
genomineerden is voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. In april wordt duidelijk
of de de Maatschappij een definitieve status krijgt. "We hebben
geduchte concurrenten zoals de Noordoostpolder. Maar ik zou dit stukje
geschiedenis graag meer onder de aandacht brengen. Materieel is het van
grote waarde maar vooral ook immaterieel: het bijzondere gedachtegoed van
Van den Bosch. Dankzij hem hebben we op deze plek de nalatenschap van het
eerste sociale voorzieningenstelsel van Nederland. Ver voor de
grondwetsherziening van Thorbecke was bij de Maatschappij al sprake van
ziekenfonds (1827) en leerplicht (1822)."
Het landschap in NW-Overijssel en ZW-Drenthe is bijzonder vanwege de vele
witte koloniehuisjes aan lange zandpaden, de lintdorpen als Frederiksoord en
Willemsoord. En uitgestrekte boerderijen met namen als Willem III, Johannes
van den Bosch en Hoeve Prinses Marianne. Sinds 1993 bezit de Maatschappij
een eigen museum. De koloniepanden werden in de loop der tijd gerestaureerd
en van 41 informatieborden voorzien. Er is betaald werk voor 6 fte. "Financieel
houdt het niet over. We leven van de huur en de pachtopbrengst. We zijn ook
een beetje boer, en bosbouwer. We krijgen een vergoeding voor het
openstellen van de bossen. Maar er is geen sprake van subsidie. Er is hier
jaren goed op de winkel gepast. We kunnen echter cultureel en educatief meer
bieden", stelt Mensink.
Van den Bosch schreef in zijn 'Verhandeling' (1818) over de vestiging van een
landbouwkolonie in Noord Nederland aan prins Willem Frederik Karel:"Indien
ijdele praalzucht of vleierij de roersels waren mijner opdracht van dit
geschrift aan Uwe K.H. zou ik blozen moeten (…) de inhoud, de bedoeling
derhalve strookt zo geheel met die gevoelens ener werkdadige en weldadige
mensenliefde, welke Uwen jeugdigen boezem levendig ontvonken." Van den
Bosch werd op het idee van Weldadigheid gebracht door een vriend, Robert
Owen, die in Schotland een soortgelijk project opzette in New Lanark. "Nederland
lag volledig op zijn gat", benadrukt Mensink. "Binnen de
Maatschappij werden arme mensen geholpen aan een huis, baan, onderwijs,
kleding en voedsel. Men kon zich hier opwerken tot vrijboer."
Mensink betreurt dat De Maatschappij de kolonie Willemsoord, inclusief het
Jodenhoekje De Pol, na 1900 heeft verkocht. Uit financiële nood. Nu bezit de
Maatschappij nog 1300 hectare grond. Al jaren is het gebied een toplocatie
voor welgestelden. De koloniehuisjes zijn in trek als huur- en indien geen
monument- als koopwoning. Mensink leeft zelf ook in een zo'n huisje, met
uitbouw. De Maatschappij gaat bovendien 62 nieuwe woninkjes bouwen in
oorspronkelijke stijl op plekken waar de oude koloniehuisjes stonden. "Dat
levert geld op voor de Maatschappij", constateert Mensink verheugd. "We
hebben het hard nodig om dit culturele erfgoed in stand te houden." Van
1818 tot 1859 was de armoede in Nederland een groot probleem en leek de
Maatschappij van Weldadigheid een geschikte oplossing. De gemeenschappen
veranderden echter geleidelijk want er kwamen ook sociale
rijksvoorzieningen. Na 1910 verdween het systeem van Van den Bosch. Het
tijdperk eindigt in 1915 toen er een tramstation werd gebouwd van Steenwijk
naar Oosterwolde, met een nog zichtbare remise in Frederiksoord. De bewoners
konden gemakkelijker in en uit het gebied reizen.
Voorheen moesten zij een verlofpasje vragen bij de directeur als ze de kolonie
wilden verlaten. Van een gesloten wereld werd de Maatschappij van
Weldadigheid een open enclave.
Het koloniemuseum is vanaf 1 april geopend. www.dekoloniehof.nl
/ www.koloniewoning.nl
www.mvwfrederiksoord.nl






















U kon tot 31-03-2011 reageren op dit artikel.