Kolonies kans op werelderfgoed

Auteur: door Marion Groenewoud |   dinsdag 01 maart 2011 | 08:41 | Laatst bijgewerkt op: dinsdag 01 maart 2011 | 11:46

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
1/2
start playing the slideshow

FREDERIKSOORD - Hij heeft de neiging elke ochtend even het portret te begroeten. "Goedemorgen generaal", denkt Jan Mensink als hij het statige Huis Westerbeek in Frederiksoord betreedt en oog in oog staat met Johannes van den Bosch.

Het originele schilderij van Kruseman bevindt zich in het Rijksmuseum; deze kopie van de Drentse schilder Jan Nagtegaal toont een zachtmoedig gezicht boven een uniform vol medailles. Mensink is 17 jaar directeur van de Maatschappij van Weldadigheid en hoe kan het ook anders, groot bewonderaar van Van den Bosch. Deze generaal ontwikkelde op 5 maart 1818, met instemming van koning Willem I, een "superproject" voor Nederlandse armlastigen.

Van de circa twee miljoen inwoners die ons land in die tijd telde, leefde ruim tien procent in diepe armoede waarvan het grootste deel in de regio Amsterdam. Begin 19e eeuw na de Franse bezetting, was het land verpauperd. "Van den Bosch deed zijn werk puur uit mededogen, daar ben ik van overtuigd. Hij is beslist niet rijk geworden van de Maatschappij", zegt Mensink die zelf opgroeide in het koloniegebied als zoon van een pachter. Eind vorig jaar kreeg de directeur te horen dat de Maatschappij van Weldadigheid, inclusief de strafkoloniën Veenhuizen en Ommerschans, een van de negen genomineerden is voor de UNESCO Werelderfgoedlijst. In april wordt duidelijk of de de Maatschappij een definitieve status krijgt. "We hebben geduchte concurrenten zoals de Noordoostpolder. Maar ik zou dit stukje geschiedenis graag meer onder de aandacht brengen. Materieel is het van grote waarde maar vooral ook immaterieel: het bijzondere gedachtegoed van Van den Bosch. Dankzij hem hebben we op deze plek de nalatenschap van het eerste sociale voorzieningenstelsel van Nederland. Ver voor de grondwetsherziening van Thorbecke was bij de Maatschappij al sprake van ziekenfonds (1827) en leerplicht (1822)."

Het landschap in NW-Overijssel en ZW-Drenthe is bijzonder vanwege de vele witte koloniehuisjes aan lange zandpaden, de lintdorpen als Frederiksoord en Willemsoord. En uitgestrekte boerderijen met namen als Willem III, Johannes van den Bosch en Hoeve Prinses Marianne. Sinds 1993 bezit de Maatschappij een eigen museum. De koloniepanden werden in de loop der tijd gerestaureerd en van 41 informatieborden voorzien. Er is betaald werk voor 6 fte. "Financieel houdt het niet over. We leven van de huur en de pachtopbrengst. We zijn ook een beetje boer, en bosbouwer. We krijgen een vergoeding voor het openstellen van de bossen. Maar er is geen sprake van subsidie. Er is hier jaren goed op de winkel gepast. We kunnen echter cultureel en educatief meer bieden", stelt Mensink.

Van den Bosch schreef in zijn 'Verhandeling' (1818) over de vestiging van een landbouwkolonie in Noord Nederland aan prins Willem Frederik Karel:"Indien ijdele praalzucht of vleierij de roersels waren mijner opdracht van dit geschrift aan Uwe K.H. zou ik blozen moeten (…) de inhoud, de bedoeling derhalve strookt zo geheel met die gevoelens ener werkdadige en weldadige mensenliefde, welke Uwen jeugdigen boezem levendig ontvonken." Van den Bosch werd op het idee van Weldadigheid gebracht door een vriend, Robert Owen, die in Schotland een soortgelijk project opzette in New Lanark. "Nederland lag volledig op zijn gat", benadrukt Mensink. "Binnen de Maatschappij werden arme mensen geholpen aan een huis, baan, onderwijs, kleding en voedsel. Men kon zich hier opwerken tot vrijboer."

Mensink betreurt dat De Maatschappij de kolonie Willemsoord, inclusief het Jodenhoekje De Pol, na 1900 heeft verkocht. Uit financiële nood. Nu bezit de Maatschappij nog 1300 hectare grond. Al jaren is het gebied een toplocatie voor welgestelden. De koloniehuisjes zijn in trek als huur- en indien geen monument- als koopwoning. Mensink leeft zelf ook in een zo'n huisje, met uitbouw. De Maatschappij gaat bovendien 62 nieuwe woninkjes bouwen in oorspronkelijke stijl op plekken waar de oude koloniehuisjes stonden. "Dat levert geld op voor de Maatschappij", constateert Mensink verheugd. "We hebben het hard nodig om dit culturele erfgoed in stand te houden." Van 1818 tot 1859 was de armoede in Nederland een groot probleem en leek de Maatschappij van Weldadigheid een geschikte oplossing. De gemeenschappen veranderden echter geleidelijk want er kwamen ook sociale rijksvoorzieningen. Na 1910 verdween het systeem van Van den Bosch. Het tijdperk eindigt in 1915 toen er een tramstation werd gebouwd van Steenwijk naar Oosterwolde, met een nog zichtbare remise in Frederiksoord. De bewoners konden gemakkelijker in en uit het gebied reizen.

Voorheen moesten zij een verlofpasje vragen bij de directeur als ze de kolonie wilden verlaten. Van een gesloten wereld werd de Maatschappij van Weldadigheid een open enclave.

Het koloniemuseum is vanaf 1 april geopend. www.dekoloniehof.nl / www.koloniewoning.nl www.mvwfrederiksoord.nl


U kon tot 31-03-2011 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

Volg op Twitter

Fietstochten