RAALTE - Salland is nog betrekkelijk arm aan ooievaars, maar, natuurvorsers
kunnen nu volop genieten van passanten. De trek is begonnen en veel vogels
uit noordelijker streken fourageren en rusten in het IJsseldal.
De zondagavond na het Luttenbergs Feest. Op een aantal lantaarnpalen rondom
de kruising met de N348 zitten een stuk of acht ooievaars. Vorige week
woensdag, nabij Laag Zuthem: een groep van negen ooievaars wandelt
ontspannen door een weiland. Eerder waren al groepen ooievaars te zien bij
Windesheim en Herxen maar ook in de buurt van Wesepe.
Het gaat
niet altijd om dezelfde dieren, vertelt Frits Koopman van ooievaarsstation
De Lokkerij in De Wijk, een dorp vlakbij Meppel. Op de grens van de natte
gebieden in de Kop van Overijssel, Drente en Friesland is het een eldorado
voor de uiver. Hij heeft er honderden gezien dit jaar, alleen al zijn
station telde in de zomer zestig jongen. Driekwart is al begonnen aan de
trek.
Ze zijn nog niet het land uit en worden her en der in Salland
gespot. De afstanden die postduif en albatros kunnen overbruggen zijn aan de
ooievaar niet besteed, legt Koopman uit. ,,Ze vliegen op thermiek, maar die
moet er wel zijn. 's Nachts rusten de ooievaars en 's morgens en 's avonds
fourageren ze.'' Sommige passanten komen zelfs uit Duitsland.
Dat
de ooievaar al op het hoogtepunt van de zomer vertrekt, legt Wim Verholt van
ooievaarsstation 't Zand in Gorssel uit: ,,Het is een lange tocht naar
Afrika. Vooral die hoge Pyreneeën zijn een zware barrière. Daar moeten ze
overheen voordat de herfst echt aanbreekt.'' Zijn collega van de Lokkerij,
Koopman, relativeert dit. Vroeger gingen alle ooievaars de Straat van
Gibraltar over naar Afrika. Nu overwinteren ze vooral op vuilnisbelten in
Spanje en zelfs in Zuid-Frankrijk.
Bathmenaar Ronald Groenink is
verbaasd, maar ook opgetogen over de meldingen van grote groepen ooievaars
ten zuiden van Zwolle. Hij is al 28 jaar druk met deze vogels. Als
vrijwilliger van de Vogelwerkgroep IJsselstreek bouwt hij nesten en ringt in
het voorjaar zoveel mogelijk jonge dieren.
,,Er zijn weinig nesten
in in die streek. Een in Herxen, in Wijhe en in Marle. Ik heb nog meegebouwd
aan dat nest bij de molen daar.'' Dat daarin jonge ooievaars zijn omgekomen
door een 'ooievaarsgevecht', zoals eerder in dit dagblad gemeld, betwijfelt
hij. ,,Er waren inderdaad dode jonge vogels, maar dat kan ook door slecht
weer of ziekte zijn gekomen.''
Gelukkig overleven genoeg vogels de
elementen wel. Groenink ringde in zijn werkgebied, dat zich uitstrekt van
Velp tot Zwolle, de afgelopen maanden 89 van de 125 waargenomen jongen.
Vorig jaar waren het er 73 op 113 en de jaren daarvoor ook elk jaar minder.
Er zit dus duidelijk groei in en het einde is nog niet in zicht.



Sorteer reacties















U kon tot 19-09-2009 reageren op dit artikel.