In het midden van de jaren zestig was het een komen en gaan van verslaggevers in Heino. Ze worden aangetrokken door een sappig verhaal. Een baron die als landeigenaar een kinderkamp wil laten ontruimen, dat was 'breaking news' in die tijd.
Trouw, Volkskrant, de gerenommeerde Haagsche Courant, de Telegraaf, de
voorloper van de Stentor en nog vele anderen; allemaal kwamen ze voor het
smeuïge relaas van Jacobus Besselsen zoals hij toen genoemd werd. De teneur
is duidelijk anti-baron. Besselsen doet in de kranten uitgebreid zijn zegje,
vertelt over zijn levensideaal, de kinderen die zich zo vermaken in Heino en
de jonge baron die de afspraken van zijn overleden vader aan zijn laars
lapt. En niet te vergeten het feit dat Besselsen straks, als de ontruiming
doorgaat, een investering van een half miljoen gulden (227.000 euro) kwijt
is. De trend in de verhalen is mede pro-Besselsen omdat de baron alle
commentaar weigert. Dat wil zeggen, Van Ittersum verwijst telkens naar zijn
advocaat Hogerzeil en zegt er gelijk bij dat hij niet verwacht dat de
huisjurist antwoord op vragen zal geven. De zaak is dan ook 'onder de
rechter'.
De koppen in de kranten liegen er niet om: Kinderkamp
moet met de grond gelijk gemaakt worden, Baron wil kinderoord in Heino
opofferen en Nagedachtenis oude baron niet geëerd. Besselsen doet boude
uitsprken, zoals: 'Ze zullen me eraf moeten gooien' en 'Als het moet ga ik
elke dag bij minister Vrolijk op bezoek (Maarten Vrolijk is in die tijd
minister van Cultuur, Recreatie en Maatschappelijk Werk in het kabinet Cals).
De openhartigheid van Besselsen in de pers wordt in het kamp van de baron niet
bijzonder op prijs gesteld. Baron Willem Hendrik van Ittersum, inmiddels 29
jaar, vindt zelfs dat de familie zwart is gemaakt. Hij overlegt met zijn
advocaat, mr. Hogerzeil. Wat te doen? De pers aanpakken is niet aan de orde,
er is volgens de journalistieke regels hoor en wederhoor toegepast.
Hogerzeil wendt zich tot de Deken van de orde van advocaten. Kort en bondig
wordt gevraagd of de raadsman van Besselsen (in die periode is dat de
Amsterdamse advocaat Rozemond) zijn cliënt nog wel mag dienen. De
'persactie' van Besselsen wordt door de Deken scherp veroordeeld. Letterlijk
zegt hij: ,,De grens is bereikt.''
Vrij snel na deze constatering
wisselt Besselsen van advocaat. De verdediging komt nu bij de Hengelose
pleiter mr. Sinninghe Damsté te liggen. Voor de rechtbank (zitting 30
augustus 1967) biedt hij de familie zijn excuses aan, althans voor zover de
gedaagde (Besselsen) daaraan schuldig is. Damsté in zijn pleidooi van van
'67: ,,Het initiatief ging niet uit van Besselsen, de journalisten kwamen af
op de geruchten die de ronde deden.'' Volgens de advocaat zijn er ook
verslaggevers geweest die volmaakte onwaarheden en verzinsels hebben
gebracht. En dat de familie Besselsen heel goed begrijpt dat het
'persgeweld' de zaak niet dient. Er volgt een eerste schikkingsvoorstel.
Gunstig, concludeert Damsté. Er worden veel langdurige en kostbare
procedures vermeden. Dat blijkt ruim veertig jaar later iets genuanceerder
te liggen.


















U kon tot 13-12-2009 reageren op dit artikel.