Archieffoto Gerard Vrakking
Archieffoto Gerard Vrakking
Archieffoto Gerard Vrakking
Archieffoto Gerard Vrakking
HEINO - Es brennt! Es brennt! De paniekerige kreet van een Duitse begeleider zorgt voor groot alarm op het vakantie-kinderoord in Heino. Het is 11 juli 1990 en een grote brand treft de Schaarshoek. Korpsen van Heino, Wijhe, Dalfsen en Zwolle komen eraan te pas om te blussen.
Zie ook:
Het is hartje zomer en één van de kinderen heeft 's middags rond half drie
het lugubere idee om een matras in brand te steken. Binnen de kortste keren
grijpt het vuur om zich heen, werknemers van Summercamp komen zonder
aarzeling in actie met poederblussers en brandslangen. Wat ze ook doen, de
vuurhaard is onmogelijk te doven. De tweede slaapkamer staat al snel in de
hens en de vlammen lekken naar zolder. Brandweer Wijhe is als eerste ter
plekke, vlot gevolgd door de collega's van Heino. Ook zij slagen er niet in
om de brand onder controle te krijgen. Er ontstaat lichte paniek als het
bluswater uit de brandweerwagens op is en de aanwezige brandkraan afgesloten
blijkt. Martyn Besselsen, de huidige directeur van Summercamp, kan het zich
nog helder voor de geest halen: ,,Een brandweerman herinnerde zich dat de
brandkraan een tijd daarvoor buiten het kamp was geplaatst. Toen was er
gelukkig weer water beschikbaar voor de blusgroep Wijhe die op de
binnenplaats stond en machteloos was.''
Inmiddels was het geen
binnenbrandje meer, maar een uitslaande brand, opgeschaald naar een grote
brand. Brandweermannen van Heino plaatsen een grote pomp in het zwembad
waardoor één miljoen liter beschikbaar is om de vlammen ook vanaf de
achterzijde te bestrijden. Inmiddels staan er zes vakantiehuizen in de hens
en slaat het vuur over naar de bioscoop. Uit voorzorg pompt de brandweer
Dalfsen water uit het Jacobsgat naar de Schaarshoek, de leidingen liggen
over het treintraject Zwolle-Raalte. De politie moet dranghekken plaatsen om
nieuwsgierige dorpelingen bij de brand weg te houden. Martyn Besselsen:
,,Het leek wel of het hele dorp was uitgelopen, er waren
verkeersopstoppingen waardoor de brandweerwagens moeilijk ter plekke konden
komen, en tot overmaat van ramp kregen de korpsen onderling nog onenigheid.
Onze pech was ook dat de commandant van Heino, Piet Polstra, met vakantie
was. De commandant van Wijhe, Daan van Zanten, was net die dag geopereerd
aan zijn spataderen. Later kwam hij nog wel, zelfs op klompen, omdat hij
zijn laarzen nog niet aankon. Uiteindelijk werd de brandweer Zwolle te hulp
geroepen, dit kon alleen door een brandweercommandant gedaan worden. Ze
kwamen met een soort schuimkanon, met een kwartier was het over, gelukkig
bleef de unieke scheepsbar gespaard. En, nog veel belangrijker, er was
wonder boven wonder niemand gewond geraakt.''
De ravage was er niet
minder om. De smeulende resten boden een trieste aanblik en Co Besselsen kon
de tranen moeilijk bedwingen. Vanaf de start in 1963 was het al niet
makkelijk geweest voor hem. De niet aflatende juridische strijd met de baron
had de nodige sporen achtergelaten, hij had zijn vrouw Margot verloren en nu
werd zijn levenswerk nagenoeg met de grond gelijk gemaakt door een
verzengende brand. Tot overmaat van ramp kreeg Besselsen het ook nog eens
aan de stok met burgemeester Gerrit Jan Polderman van Wijhe. Co Besselsen:
,,Het was eerst paniek, we wilden groepen kinderen naar huis brengen, maar
de kinderen wilden helemaal niet weg! De avond van de brand hadden ze in de
sporthal van het dorp geslapen en wij probeerden via het Rode Kruis tenten
te regelen. Dat lukte niet, want alles was nodig voor de Nijmeegse
Vierdaagse. Wij hebben toen de hulp van het leger ingeroepen, dat was geen
enkel probleem. Er was één voorwaarde, de burgemeester diende daarvoor de
Commissaris van de Koningin in te lichten, zodat die het rampenplan in
werking kon stellen. Dan kregen wij tenten. Polderman weigerde. Na de hele
kwestie met de superintendenten was dit heel vreemd. Gelukkig kwamen
Scouting Overijssel en Scouting Neede met tenten. Zo hadden de kinderen toch
een mooie vakantie.''
Na een paar slapeloze nachten was er in ieder
geval één pluspunt: de Schaarshoek bleek goed verzekerd. De ABN legde zonder
enig probleem één miljoen gulden (454.000 euro) op tafel. Bijna twintig jaar
geleden was dit een bedrag waarmee je nog potten kon breken en Co Besselsen
kon weer plannen maken. Maar net zoals na de rampen in Volendam en Enschede
ging het qua wederopbouw en vergunningen niet automatisch van een leien
dakje. Er volgden extra voorschriften, zware veiligheidseisen en harde
voorwaarden voor een volautomatisch brandmeldsysteem. Burgemeester Gerrit
Jan Polderman deed volgens Besselsen iets waarover hij zich 19 jaar na dato
nog kan opwinden. Co Besselsen: ,,Mijn huisbank kreeg een brief van
Polderman waarin hij betwijfelde of wij de aanstaande verbouwingen wel
konden financieren. Hoogst merkwaardig! Maar onze kredietwaardigheid was
goed, de bank trok zich er niets van aan. Ik dacht wel bij mijzelf: zie je
wel dat Van Ittersum en Polderman onder een hoedje spelen.''
Anno
2009 is Gerrit Jan Polderman burgemeester van Tytsjerksteradiel.
Geconfronteerd met de woorden van Besselsen zegt Polderman: ,,Over die
tenten kan ik me niets meer herinneren. Het lijkt mij een verhaal dat aan de
fantasie van Besselsen is ontsproten, de Commissaris van de Koningin heeft
over dit soort zaken helemaal geen bevoegdheid. Dat ik een brief naar zijn
bank heb gestuurd is klinkklare onzin. Ik kan me de brand nog heel goed
herinneren, er was in die jaren ook geregeld wat te doen over
bouwactiviteiten. Besselsen had wel eens moeite met de regels van de
overheid, dat was destijds wel een probleem. Al moet ik erbij zeggen dat hij
er meestal wel lering uit trok.''





















U kon tot 22-01-2010 reageren op dit artikel.