Tijdens het gemeentelijk verkiezingsdebat op Den Nul werd er al voorzichtig op gezinspeeld: de wethouderskwestie.
VVD-lijsttrekker Anton Bosch was het die de stellingen beklom om een taboe-onderwerp aan te snijden. Na de verkiezingen wordt het tijd, zo betoogde hij, dat Olst-Wijhe overgaat tot een college met twee wethouders.Helemaal gek is dat niet. Al sinds de samenvoeging van de gemeenten Olst en Wijhe, in 2001, zit het gemeentebestuur royaal in het jasje met drie wethouders. Parttime-wethouders, dat dient gezegd, want Ans Otterloo, Cor van den Berg en Jonny Hollander staan slechts voor 0,75 fte op de loonlijst.
Een argument om een wethouder te schrappen, door Bosch te berde gebracht, is financieel. Vanuit het gemeentefonds krijgt Olst-Wijhe slechts geld voor twee fulltime wethouders, die 0,25 fte extra die Olst-Wijhe gebruikt moet de gemeente dus ergens anders vandaan halen. Dat kan niet, vindt Bosch, als de gemeente flink moet bezuinigen. Hoe de andere partijen daarin staan, bleek gedeeltelijk tijdens het debat. Ans Otterloo (PvdA) noemde de besparing van 0,25 fte peanuts en niet in verhouding staan tot de kennis en kwaliteit die de wethouders hebben. Hans Kamphuis (CDA) sloot daarbij aan door te wijzen op de kwaliteit en zei dat dit pas bij de onderhandelingen een onderwerp is.
Tijdens het debat werd niet ingegaan op een ander argument dat Bosch inbracht en dat veel wezenlijker is voor het functioneren van het lokaal bestuur. Hij noemde het een goede zaak voor de lokale politiek als er een smal college zou komen dat niet zou kunnen steunen op een brede meerderheid in de raad.
Dit is een wezenlijk knelpunt in Olst-Wijhe. Er is al sinds de herindeling nauwelijks sprake van serieuze oppositie. De VVD met twee zetels ziet zich keer op keer gesteld tegenover een overweldigende meerderheid van vijftien raadsleden (PvdA, CDA en GB) die weliswaar mild-kritisch opereren tegenover het college, maar die als het spannend wordt de gelederen sluiten. Dat komt het debat niet ten goede en zorgt er ook voor dat de bevolking het gevoel heeft nauwelijks voet aan de grond te krijgen bij de raad. De Rekenkamer stelde dit vast bij het onderzoek naar het Centrumplan in Olst, waar de raad een te weinig duale houding had tegenover het bestuur en zijn volksvertegenwoordigende rol uit het oog verloor. Met een scherpe én brede oppositie was dat nooit gebeurd.


Sorteer reacties











