HEETEN - Voor de Wildbeheerseenheden was zaterdag de landelijke dag van de voorjaarstelling wildsoorten. Doel: het vaststellen van de populatie-ontwikkeling van de wildsoorten. Leden van de WBE Heeten en Omstreken gingen zaterdag in gezelschap van Hein Pieper uit Schalkhaar, lid van de Tweede Kamer voor het CDA en Andreas Dijkhuis van de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging op pad.
Ondanks de dichte mist in de vroege ochtend zijn er door de groep WBE'ers in een van te voren vastgesteld telgebied 34 hazen, 2 konijnen, 1 patrijs, 38 houtduiven, 7 wilde eenden, 16 zwarte kraaien, 1 ekster, 35 kauwen en 12 roeken geteld. Bestuurslid Edwin Wessels sprak na afloop van een goed resultaat. "Door ieder jaar op dezelfde wijze, op hetzelfde tijdstip en in dezelfde gebieden te tellen kunnen vragen als: neemt de wildsoort in aantal toe, blijven de aantallen gelijk of is er sprake van een daling, beantwoord worden".De fauna-coördinator van de WBE maakt voor de KNJV een optelsom van alle resultaten die verwerkt worden in de databank. "Met de publicatie van deze gegevens legt men een vorm van verantwoording af aan de samenleving over jacht, beheer en schadebestrijding", aldus Wessels, die zichtbaar verheugd is over de aanwezigheid van Pieper en Dijkhuis. Beide heren spraken lovend over het werk van de WBE Heeten e.o. Pieper: "Wij leven in ons land in een cultuur van alles willen weten en meten. Met dit soort algemene tellingen krijg je een totaalbeeld van de wildsoorten. Dat is nodig, omdat je daarmee trends kunt laten zien.''Dijkhuis: "Dit soort tellingen zijn nodig om goed te kunnen anticiperen en te kunnen vooruitlopen op het totale beheer van de fauna.''

















U kon tot 11-05-2010 reageren op dit artikel.