Gemiddeld tien keer per dag opent de Prins Bernhardsluis zijn deuren, om schepen vanaf de IJssel te schutten richting de havens of omgekeerd.
Wachtende automobilisten achter de slagbomen zien slechts een glimp van een schip voorbijglijden. Slechts weinigen realiseren zich hoe omvangrijk het sluiscomplex is. Het leeuwendeel bevindt zich ondergronds.De Prins Bernhardsluis kent voor Peter Nijboer geen geheimen. Hij is projectmedewerker voorbereiding bij de gemeente Deventer en samen met anderen verantwoordelijk voor het ingrijpende renovatieplan. "Met een klus van deze technische omvang krijgen we in Deventer maar heel zelden te maken", zegt hij.
Eigenlijk is het verhaal niet zo heel ingewikkeld. De Prins Bernhardsluis werd in de jaren vijftig gebouwd door het Deventer ingenieursbureau Witteveen+Bos. Ruim een halve eeuw later is de sluis gewoon op, aan het einde van zijn technische levensduur. Veel van de apparatuur is nog origineel en moet worden vervangen en veel onderdelen zijn versleten of zijn met allerlei lapmiddelen draaiende gehouden. Er moet heel veel worden vernieuwd. Witteveen+Bos is opnieuw betrokken bij de enorme klus.
Nijboer wandelt langs de sluis waar zojuist een schip is binnengevaren. De houten deuren sluiten met horten en stoten en als ze eenmaal dicht zijn, gutst het water er aan alle kanten nog langs- en doorheen. "Er komen nieuwe deuren. Deze zijn op", weet Nijboer. Er is opnieuw gekozen voor houten exemplaren. "Kwalitatief even goed en veel minder duur dan stalen deuren", legt hij uit.
Wel wordt het aantal deuren teruggebracht van zes naar vier. De middelste zijn overbodig geworden. Aanvankelijk vormde de Prins Bernhardsluis de toegang naar het Overijssels Kanaal en leidde zo schippers naar Raalte en Lemelerveld. De sluis was zó ingericht dat er in twee delen geschut kon worden: voor kleine en voor grotere schepen. Inmiddels wordt het kanaal al jaren niet meer bevaren en wordt de sluis alleen nog gebruikt door schepen die naar bedrijven aan de havens gaan. Nijboer: "De schepen zijn tegenwoordig zó groot dat altijd de gehele sluis wordt benut. De middelste deuren gebruiken we niet meer."
Aandachtspunt is wel dat juist deze deuren nog altijd een functie hebben in de kering die Deventer moet beschermen bij hoogwater. De deuren aan de zijde de IJssel vormen de eerste bescherming, terwijl de middelste deuren onderdeel zijn van de (verplichte) tweede ring. "Dat hebben we simpel kunnen oplossen door straks de deuren aan de zijde van de haven een waterkerende functie te geven", zegt Nijboer. "Zo hebben we alle probleempunten onderzocht en oplossingen bedacht."
Hij opent een luik dat verscholen ligt in het gras. Een woest draaiende machine wordt zichtbaar. "Stel je eens voor dat een sluismedewerker per ongeluk in aanraking komt met deze tandwielen. Er is eigenlijk geen sprake van enige bescherming. We moeten ook echt ook iets doen aan de veiligheidssituatie. Het complex voldoet niet aan de eisen van de ARBO-wet."
Als eerste worden straks de omloopkanalen aangepakt. Hierdoor wordt water in- en uit de sluis gelaten en wordt via het aloude principe van communicerende vaten het waterniveau geregeld. De manshoge kanalen liggen onder water verscholen. Veel van wat moet worden aangepakt bevindt zich ondergronds.
Smalle en steile trappen leiden uiteindelijk naar een diepte van twaalf meter. In de verschillende ruimten lijkt de tijd zo af en toe wel te hebben stilgestaan. Roestige machines, inmiddels meer dan een halve eeuw oud, doen nog altijd dienst. Op het diepste punt staat een nog werkende pomp die - volgens de overlevering - ooit werd verkregen via de zogenoemde Marshall-hulp, de economische hulp waarmee de Verenigde Staten probeerde Europa er na de Tweede Wereldoorlog weer bovenop te helpen.
De ruimten links en rechts zijn huizenhoog. In de nok zijn de luiken, die eerder verscholen lagen in het gras, weer zichtbaar. " Tegenwoordig zijn valroosters verplicht. Niet gebruikte luiken gaan we dicht maken", zegt Nijboer.
Wéér een trap. Vanaf een smalle richel is er zicht in opnieuw een kolossale kelder. Het is de plek waar het enorme basculegewicht de brug in de Zutphenseweg in balans houdt. Als die brug luttele seconden later moet openen, komt het gewicht snel in beweging. De bascule is door de jarenlange vochtige omstandigheden zwaar verroest. Op sommige plekken zijn gaten in het staal gevallen. "De bruggen in de Deensestraat en de Zutphenseweg gaan we restaureren en conserveren", aldus de gemeentelijke projectleider.
Vervanging zou te kostbaar zijn en bovendien technisch nagenoeg onuitvoerbaar. Tijdens dit werk zal ook het verkeer onvermijdelijk hinder ondervinden. Terwijl de een brug is afgesloten, moet het verkeer omrijden.
Ook de brug in de Hanzeweg hoort bij het sluiscomplex. Van deze oeververbinding wordt alleen de aandrijving compleet nagekeken en waar nodig vernieuwd.
Verder onderhoud aan deze brug is nog even uitgesteld. De overspanning is namelijk een schakel in het Hanzetracé. Het is de wens om deze drukke route over de gehele lengte te verbreden tot een dubbelbaansweg, maar een besluit hierover is nog niet genomen. Nijboer: "We doen wat nodig is en voor de toekomst houden we alle opties open."
Vanuit het onderkomen van de sluismeesters is er een fraai uitzicht over gehele complex. Ooit werkten wel zes beambten op de Prins Bernhardsluis, nu wordt het werk gedaan door één persoon.
Ook het karakteristieke huisje aan de zijde van de Zutphenseweg wordt aangepakt. "Dit is geen goede werkplek. Wij moeten gewoon voldoen aan de regels", stelt Nijboer.
Uiteindelijk vergt het hele project 6,9 miljoen euro. In fase één is al 3,9 miljoen nodig. Zelfs met deze forse bedragen kan alleen het hoognodige worden gedaan. De lijst met werkzaamheden is groot: van het vervangen van de sluisdeuren tot het aanbrengen van een nieuw videosysteem en van het compleet vernieuwen van de elektrotechnische installaties tot het vervangen van de te steile wenteltrap die toegang geeft tot de brugwachterspost.
Als over een jaar of vijf de renovatie achter de rug is, kan de Prins Bernhard-
sluis er weer ongeveer 25 jaar tegen. "We doen alleen het meest noodzakelijke. Uiteindelijk komt de vraag hoelang we deze sluizen nog actief willen houden. De bedrijven aan de havens hebben recht op een antwoord op deze vraag. Het economisch belang van deze sluis is groot. Houden we de toegang in stand, dan moeten er waarschijnlijk nieuwe en veel grotere sluizen komen. Dan gaat het om een investering waarbij de miljoenen die deze renovatie kost in het niet vallen", weet wethouder Gerrit Berkelder.

















U kon tot 09-06-2008 reageren op dit artikel.