Hij maakte de oorlog mee, zat krijgsgevangen in Polen, vocht in Nederlands-Indië, verleende hulp na de overstromingsramp in Zeeland, maar de bosbrand in 't Harde heeft de meeste impact op zijn leven gehad. "Dat was zo vreselijk en ellendig. Een niet te stuiten vijand. Niemand had ooit gedacht dat dit kon gebeuren. En ik was de man die het wellicht had kunnen voorkomen."
Zie ook:
Piet Bouman (90) woont in een zorgcentrum in Rolde. Hij praat voor het eerst
sinds die bange dag over de brand, wat dat met hem deed en hoe het hem voor
de krijgsraad bracht. "Het was een hel. Ik dacht Jezus, 't Harde gaat
in de fik. Ik hoor nog het gehuil van de sirenes die alles en iedereen
moesten waarschuwen. Ik zie nog de vlammen over de spoorlijn en over de weg
gaan. Dat hadden we toch echt allemaal voor onmogelijk geacht. Het was zo
ontzettend dreigend. Het is echt het ergste dat ik ooit heb meegemaakt. En
je bent gedwongen het mee te maken, terwijl je niets kunt doen."
Wat hij zag, tartte zijn voorstellingsvermogen. Brandende gaswolken vlogen
door de lucht en verspreidden het vuur. Die gaswolken werden volgens Bouman
gevormd doordat het vuur pijlsnel via de gortdroge dennen naar de toppen van
de bomen wandelde en daar zo'n hitte ontwikkelde dat het gas uit de naalden
vrij kwam. Luitenant-kolonel P.E. Bouman zat als commandant van het
schietkamp in de positie de gewraakte schietoefening die de brand
veroorzaakte te verbieden. "Achteraf was dat makkelijk praten. We
hadden niet moeten schieten. Dat is duidelijk. Maar we zagen met de kennis
van toen geen enkele reden het niet toe te staan en ik heb later volgens mij
ook nooit meer een situatie mee gemaakt waarin ik het moest overwegen.
Langdurige droogte, het warme weer en een stevige oostenwind zorgden die dag
voor een gevaarlijke combinatie."
Bij schietoefeningen ging er altijd wel iets in de fik. "Onze brandweer
was daar goed op voorbereid." De legerbrandweer wist de meeste vuurtjes
snel te blussen. Soms, als het wat groter werd, was het ook toen al een
kwestie van even Apeldoorn bellen. Dan kwam de bosbrandweer helpen. "Maar
wij moesten altijd mee, want het was natuurlijk wel een gevaarlijk gebied
met allerlei verdwaalde projectielen."
Op die dag in 1970 was een groep uit Breda aan het schieten in 't Harde met
antitankgranaten. Dat gebeurde op de speciale antitankschietbaan langs de
spoorlijn Zwolle-Amersfoort. Wordt er normaal over afstanden van wel tien
kilometer geschoten, op de antitankbaan zijn de afstanden betrekkelijk kort,
een kilometer. De vol stalen granaten vliegen met grote snelheid door het
luchtruim om uiteindelijk dwars door pantsers heen te kunnen breken. Als ze
het doel niet raken of afketsen, komen ze alsnog vele kilometers verderop
neer. Aanvankelijk werd ontkend dat ook met de brandgevaarlijke
brisantgranaten zou zijn geschoten, maar dat moest het ministerie van
Defensie later toch toegeven.
Oefeningen worden al maanden en soms wel een jaar van te voren gepland. En
alleen daarom al niet snel gestaakt. Dat gebeurt die dag wel. Zodra de
commandant van de groep die aan het oefenen is, ziet dat het vuur zich
uitbreidt, sommeert hij zijn mannen in te pakken en terug te keren naar
Breda. "We kunnen toch niet meer schieten", zou hij tegen Bouman
hebben gezegd. Bouman vindt dat nog steeds een logische redenering. Maar
waarom hielpen ze niet mee om te blussen? Alle hulp was welkom.
Bekijk hier het interview met Piet Bouman
Piet Bouman zegt dat hij pas later hoorde dat prins Bernhard op het terrein
was geweest. "Dat wist ik niet nee. In de zeven jaar dat ik er
commandant was, is Bernhard twee keer geweest, maar ik heb hem er nooit over
gesproken."
Na de brand zijn direct lessen getrokken. Zo kwam er radioapparatuur waarmee
vanaf het oefenterrein sneller alarm kon worden geslagen.
Hoewel het inmiddels veertig jaar geleden is, kan Bouman zich nog steeds enorm
kwaad maken over de spelletjes die na de brand zijn gespeeld. "De
brandweercommandant van Apeldoorn bleef maar roepen dat wij de brand te laat
hadden gemeld. Niemand is toch zo gek te wachten. We zijn op die dag gewoon
totaal overrompeld door een vijand die we allemaal verkeerd hebben
ingeschat. Dit had echt niemand voor mogelijk gehouden."
Bouman zou uiteindelijk voor de krijgsraad in Den Haag moeten verschijnen in
het kader van onderzoek naar de schuldvraag. Niemand werd persoonlijk
veroordeeld. Defensie nam wel de schuld op zich en keerde 800.000 gulden
schadevergoeding uit.
De brand in 't Harde heeft hem nooit meer losgelaten. In het zorgcentrum is
hij ook alert. "Er lopen in het weekeinde twee verzorgers. Wat kunnen
die voor ons doen als er brand uitbreekt. Ze krijgen ons nooit op tijd naar
buiten."
Pieter Egbert Bouman, geboren in maart 1920, deed de HBS en ging net voor de
oorlog naar de militaire academie. In 1942 werd hij krijgsgevangen gezet.
Diende zes jaar bij de KNIL in Indonesië. Van 1968 tot 1974 was hij
commandant van het Artillerie Schietkamp in 't Harde. De langste tijd van
zijn leven - 45 jaar - woonde hij in Epe. Sinds zes jaar is Rolde zijn
thuisbasis.
Veel mensen hebben de bosbrand van 18 juni 1970 in 't Harde meegemaakt. We zijn benieuwd naar hun verhalen. Mail uw verhaal en foto's naar: nieuwsdienst@destentor.nl onder vermelding van bosbrand.

















U kon tot 12-07-2010 reageren op dit artikel.