Voor krijgsraad na vuurzee

  zaterdag 12 juni 2010 | 07:14 | Laatst bijgewerkt op: zaterdag 12 juni 2010 | 07:48

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

Hij maakte de oorlog mee, zat krijgsgevangen in Polen, vocht in Nederlands-Indië, verleende hulp na de overstromingsramp in Zeeland, maar de bosbrand in 't Harde heeft de meeste impact op zijn leven gehad. "Dat was zo vreselijk en ellendig. Een niet te stuiten vijand. Niemand had ooit gedacht dat dit kon gebeuren. En ik was de man die het wellicht had kunnen voorkomen."

Piet Bouman (90) woont in een zorgcentrum in Rolde. Hij praat voor het eerst sinds die bange dag over de brand, wat dat met hem deed en hoe het hem voor de krijgsraad bracht. "Het was een hel. Ik dacht Jezus, 't Harde gaat in de fik. Ik hoor nog het gehuil van de sirenes die alles en iedereen moesten waarschuwen. Ik zie nog de vlammen over de spoorlijn en over de weg gaan. Dat hadden we toch echt allemaal voor onmogelijk geacht. Het was zo ontzettend dreigend. Het is echt het ergste dat ik ooit heb meegemaakt. En je bent gedwongen het mee te maken, terwijl je niets kunt doen."

Wat hij zag, tartte zijn voorstellingsvermogen. Brandende gaswolken vlogen door de lucht en verspreidden het vuur. Die gaswolken werden volgens Bouman gevormd doordat het vuur pijlsnel via de gortdroge dennen naar de toppen van de bomen wandelde en daar zo'n hitte ontwikkelde dat het gas uit de naalden vrij kwam. Luitenant-kolonel P.E. Bouman zat als commandant van het schietkamp in de positie de gewraakte schietoefening die de brand veroorzaakte te verbieden. "Achteraf was dat makkelijk praten. We hadden niet moeten schieten. Dat is duidelijk. Maar we zagen met de kennis van toen geen enkele reden het niet toe te staan en ik heb later volgens mij ook nooit meer een situatie mee gemaakt waarin ik het moest overwegen. Langdurige droogte, het warme weer en een stevige oostenwind zorgden die dag voor een gevaarlijke combinatie."

Bij schietoefeningen ging er altijd wel iets in de fik. "Onze brandweer was daar goed op voorbereid." De legerbrandweer wist de meeste vuurtjes snel te blussen. Soms, als het wat groter werd, was het ook toen al een kwestie van even Apeldoorn bellen. Dan kwam de bosbrandweer helpen. "Maar wij moesten altijd mee, want het was natuurlijk wel een gevaarlijk gebied met allerlei verdwaalde projectielen."

Op die dag in 1970 was een groep uit Breda aan het schieten in 't Harde met antitankgranaten. Dat gebeurde op de speciale antitankschietbaan langs de spoorlijn Zwolle-Amersfoort. Wordt er normaal over afstanden van wel tien kilometer geschoten, op de antitankbaan zijn de afstanden betrekkelijk kort, een kilometer. De vol stalen granaten vliegen met grote snelheid door het luchtruim om uiteindelijk dwars door pantsers heen te kunnen breken. Als ze het doel niet raken of afketsen, komen ze alsnog vele kilometers verderop neer. Aanvankelijk werd ontkend dat ook met de brandgevaarlijke brisantgranaten zou zijn geschoten, maar dat moest het ministerie van Defensie later toch toegeven.

Oefeningen worden al maanden en soms wel een jaar van te voren gepland. En alleen daarom al niet snel gestaakt. Dat gebeurt die dag wel. Zodra de commandant van de groep die aan het oefenen is, ziet dat het vuur zich uitbreidt, sommeert hij zijn mannen in te pakken en terug te keren naar Breda. "We kunnen toch niet meer schieten", zou hij tegen Bouman hebben gezegd. Bouman vindt dat nog steeds een logische redenering. Maar waarom hielpen ze niet mee om te blussen? Alle hulp was welkom.

Bekijk hier het interview met Piet Bouman



Piet Bouman zegt dat hij pas later hoorde dat prins Bernhard op het terrein was geweest. "Dat wist ik niet nee. In de zeven jaar dat ik er commandant was, is Bernhard twee keer geweest, maar ik heb hem er nooit over gesproken."

Na de brand zijn direct lessen getrokken. Zo kwam er radioapparatuur waarmee vanaf het oefenterrein sneller alarm kon worden geslagen.

Hoewel het inmiddels veertig jaar geleden is, kan Bouman zich nog steeds enorm kwaad maken over de spelletjes die na de brand zijn gespeeld. "De brandweercommandant van Apeldoorn bleef maar roepen dat wij de brand te laat hadden gemeld. Niemand is toch zo gek te wachten. We zijn op die dag gewoon totaal overrompeld door een vijand die we allemaal verkeerd hebben ingeschat. Dit had echt niemand voor mogelijk gehouden."

Bouman zou uiteindelijk voor de krijgsraad in Den Haag moeten verschijnen in het kader van onderzoek naar de schuldvraag. Niemand werd persoonlijk veroordeeld. Defensie nam wel de schuld op zich en keerde 800.000 gulden schadevergoeding uit.

De brand in 't Harde heeft hem nooit meer losgelaten. In het zorgcentrum is hij ook alert. "Er lopen in het weekeinde twee verzorgers. Wat kunnen die voor ons doen als er brand uitbreekt. Ze krijgen ons nooit op tijd naar buiten."

Pieter Egbert Bouman, geboren in maart 1920, deed de HBS en ging net voor de oorlog naar de militaire academie. In 1942 werd hij krijgsgevangen gezet. Diende zes jaar bij de KNIL in Indonesië. Van 1968 tot 1974 was hij commandant van het Artillerie Schietkamp in 't Harde. De langste tijd van zijn leven - 45 jaar - woonde hij in Epe. Sinds zes jaar is Rolde zijn thuisbasis.

Veel mensen hebben de bosbrand van 18 juni 1970 in 't Harde meegemaakt. We zijn benieuwd naar hun verhalen. Mail uw verhaal en foto's naar: nieuwsdienst@destentor.nl onder vermelding van bosbrand.


U kon tot 12-07-2010 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

School

Dreigbrieven

Ouders van basisschool de Wereldweide in Wezep hebben intimiderende brieven ontvangen. Wanneer de dader - vermoedelijk ook een ouder - wordt getraceerd, moet die zijn kinderen van school halen. Kinderen mogen niet de dupe worden als hun ouders zich misdragen

Volg op Twitter