Trauma-arts Martin Eversdijk van het St Jansdalziekenhuis in Harderwijk was bijna als bij toeval met de traumhelikopter in de buurt van het ongeval met het vliegtuig van Turkish Airways. "Nogmaals, het liefst zie ik dat er helemaal nooit iets gebeurt." foto Ruben Schipper
HARDERWIJK - Voor traumachirurg Martin Eversdijk zal woendag 25 februari 2009 als een memorabele dag in zijn geheugen gegrift staan. Als dienstdoende arts van de traumahelikopter was de hij nauw betrokken bij de reddingsoperatie voor de inzittenden van het neergestorte vliegtuig van Turkish Airlines nabij Schiphol, twee dagen geleden.
En hoewel hij graag zijn verhaal doet, wil hij van geen heldendaad weten. "
Ik deed niets meer dan mijn werk, zoals een postbode ook zijn werk doet."
Voor Eversdijk begon de dag van de ramp eigenlijk als iedere andere dag
bij het Medisch Mobiele Team (MMT). "Wanneer je dienst hebt als MMT
weet je nooit wat je die dag voor je kiezen gaat krijgen. Je staat gewoon
paraat en je kan dan overal ingezet worden. Op het moment van de melding
over een neergestort vliegtuig hadden wij net hulp geboden bij een ongeval
op de A15." Tijdens de vlucht naar de plek van het ongeluk werd de
melding meerdere keren in zwaarte opgeschaald. "Dan weet je dat het
ernst is." Uiteindelijk kreeg het MMTte horen dat het om een 'full
blown' crash van een Boeiing 737 ging. "Hoe groot of klein een ongeluk
ook is. Op locatie zelf kun je pas daadwerkelijk de ernst van een ongeval
beoordelen. Daarbij weet je dat wanneer je bij een trauma afdeling gaat
werken je met dit soort zaken te maken kan krijgen. Al gebeurt het
neerstorten van een vliegtuig natuurlijk niet iedere dag."
Bij aankomst viel het Eversdijk op dat, ondanks de orde van grootte van de
ramp, er een relatieve rust heerste onder de hulpverleners ter plaatse. "
Ik heb bij een soortgelijke oefening wel eens meegemaakt dat er totale chaos
heerste. Maar bij de aanpak van de hulp in dit geval kan ik niet anders
zeggen dan dat het adequaat, gestructureerd en zeer professioneel verliep."
Na zich gemeld te hebben bij de Officier van Dienst Geneeskundig
(OvDG), die bij grote rampen en ongelukken de regie in handen heeft,
ontfermde Eversdijk zich na een korte 'briefing' over de mensen in het
zwaarst getroffen, voorste gedeelte van het vliegtuig. "Binnen was het
totale chaos. Het plafond was naar beneden gekomen. Mensen lagen her en der
over elkaar heen gevouwen. Stoelen waren afgebroken. Het was een complete
puinhoop."
Eversdijk kan bogen op een gezonde dosis ervaring
als MMT. Daarnaast heeft hij veel bagage meegekregen van speciale trainingen
die hij ontving. Dat neemt allemaal niet weg dat die ervaring in de praktijk
brengen net weer anders is. "Allereerst onderzoek je welke mensen wel
en geen hulp nodig hebben. Sommige mensen zijn, alle inspanningen ten spijt,
niet meer te redden. En dat is best hard. Dan moet je je dus concentreren op
de mensen voor wie hulpverlening wel nut heeft. En ik moet eerlijk toegeven,
het is heel moeilijk daar een goede afweging in te maken." Want hoewel
Eversdijk als traumachirurg vaker met dit bijltje gehakt heeft, was een ramp
van deze omvang hem ook vreemd. "In samenwerking met de brandweer en
andere hulpverleners hebben we rij voor rij de stoelen weggezaagd. Zo hebben
we zowel gewonden als overledenen uit het wrak weten te halen."
Nu, twee dagen later kijkt Eversdijk toch met gemengde gevoelens
terug op zijn rol als als onderdeel van het wereldnieuws. Hij is slechts
drie dagen per maand als arts werkzaam als bemanningslid van de
traumahelikopter. Dat de ramp tijdens een van zijn diensten gebeurde, was
voor hem 'beroepstechnisch' geen straf.
"Nogmaals, het liefst
zie ik dat er helemaal nooit iets gebeurt. Hoe minder mensen gewond raken
hoe beter. Maar op de ramp met het vliegtuig en dan doel ik met name op het
handelen van de hulpdiensten, kijk toch wel enigszins trots terug. De
teamprestatie die wij als hulpverleners geleverd hebben, verdient zeker een
compliment."
Nogmaals benadrukt de arts dat een heldendaad
hem vreemd is. "De feiten liegen helaas niet. Er zijn tot zover negen
mensen omgekomen. Er zijn legio zwaargewonden. Dus van een euforiestemming
wil ik zeker niet spreken. Ik wil ook zeker niet beweren dat zonder onze
hulp meer mensen zouden zijn omgekomen. Maar dat de samenwerking tussen de
hulpdiensten zeer goed was en dat ik een steentje heb kunnen bijdragen,
geeft mij enigszins wel een goed gevoel."
Waar Eversdijk wel
een wat wrange smaak aan over houdt zijn de vele speculaties die meteen na
de ramp volgden. "Ik verbaas me iedere keer weer over de rol van de
media bij wat voor ramp dan ook. Ik snap dat de media een rol hebben het
publiek te informeren. Ik snap ook dat wanneer ik uit zo'n gele kanarie stap
het altijd reuze interessant is om dat dan op de voet te volgen. Zeker bij
een grote klapper als deze. Maar ik erger me vaak aan journalisten die het
geduld niet kunnen opbrengen om of een persconferentie of een onderzoek af
kunnen wachten. Aan dat SBS6-gehalte irriteer ik me mateloos. Zelfs een Nova
doet mee aan dit soort idioterie. Met speculaties help je geen mens. Wacht
gewoon de feiten af. Dan pas heb je een verhaal helder."


Sorteer reacties














U kon tot 29-03-2009 reageren op dit artikel.