foto Paul Hartman
foto Paul Hartman
foto Paul Hartman
Voor sommige oud-gedienden was het op de veteranendag een tikkeltje te zonnig. Zij bleven liever in hun schaduwrijke legervoertuigen zitten. foto Paul Hartman
VELUWE - Een stukje erkenning, dat is waar het voor de veteranen allemaal om draait. Met name de Indië-gangers voelden zich lange tijd in de steek gelaten door hun regering én hun landgenoten. "Toen we terugkwamen werden we uitgemaakt voor SS'ers." Met de introductie van de regionale veteranendag, vier jaar geleden, kregen de oud-strijders eindelijk het respect krijgen waar zij zo naar hadden verlangd.
Zie ook:
Met veel kabaal banen oude legervoertuigen zich zaterdagmiddag een weg door de binnenstad van Harderwijk. De veteranen genieten zichtbaar. H. Hempelman (81) uit Harderwijk heeft zich echter verdekt opgesteld op het marktplein in zijn woonplaats. De Indië-veteraan rijdt niet mee op een van de tientallen legervoertuigen. Maar dat komt doordat de Harderwijker mindervalide is. "Ik kon wel met mijn scootmobiel op een van die wagens gaan zitten, maar daar had ik helemaal geen zin in."
Hempelman is gekleed in een doodnormale fleestrui. Zijn uniform heeft hij in de kast laten hangen. Maar ook dat heeft een duidelijk reden. "Ik pas er niet meer in", lacht de Harderwijker, terwijl hij spottend op zijn buik klopt. Enkel de baret op zijn hoofd verraadt dat we hier te maken hebben met een oud-strijder.
"Een goede zaak, deze veteranendag", vindt Hempelman. "Niet alleen voor Indië-gangers, maar ook voor de jonge jongens die nu terugkomen uit Afghanistan. Onze lichting weet namelijk als geen ander hoe het is wanneer je eigen land jouw de rug toekeert. Dat gun je niemand. Ik ben dan ook blij dat die tijden voorbij zijn, en dat de militairen nu het respect krijgen waar zij recht op hebben."
Met een tevreden blik slaat Hempelman intussen de mensenmassa op de Markt in Harderwijk gade. "Jong en oud, autochtoon en allochtoon. Mensen uit alle lagen van de bevolking zijn op veteranendag afgekomen. Dat vind ik toch wel erg mooi om te zien. Het doet toch wat met je", verklaart de geboren Amsterdammer.
Hempelman heeft vier jaar in Indië gezeten, van 1945 tot 1949. "Geen gemakkelijke tijd", weet de bejaarde veteraan. "Aan de andere kant van de wereld heb ik kameraden vlak voor m'n ogen doodgeschoten zien worden. Echt vreselijk. En toen ik terugkwam werd het er niet beter op. De regering keek niet naar ons om. Dat heb ik het toenmalige kabinet altijd kwalijk genomen. Bij aankomst in Nederland kregen we een bakje koffie en een sinaasappel. En dat was het. Verder moest je het zelf maar uitzoeken." Overigens koestert de Harderwijker geen wrok. "De tijden zijn veranderd. Dat blijkt ook wel uit deze geweldige veteranendag."
Na de Markt in Harderwijk wacht de veteranen een tussenstop de Stille Wei, op de boulevard. Hier krijgen geïnteresseerden de gelegenheid een praatje te maken met oud-strijders. Vanwege de hitte kiezen veel veteranen ervoor in hun voertuig te blijven zitten. "Lekker in de schaduw", lachen Epenaren A. van den Belt (83) en M. van Essen (81). Beide heren zijn duidelijk in hun nopjes met de veteranendag. "Een traditie om in stand te houden", zegt Van den Belt. "Ik ben van plan om nog vele jaren mee te rijden. Tenminste, zolang mijn gezondheid het toelaat."
Zoals veel oud-militairen plaatsen beide mannen ook een kritische kanttekening bij de regionale veteranendag. Van Essen: "Vier jaar geleden was de eerste editie. Maar eigenlijk was dat tientallen jaren te laat." Van den Belt vervolgt. "We hebben zesduizend dode kameraden achter moeten laten in Indië. Veel van hen zijn zelfs ter plekke begraven. Hun lichamen zijn nooit teruggekeerd naar Nederland. Dat is nu gelukkig wel anders."
De reactie van de Epenaren mag dan bitter overkomen, zo is het absoluut niet bedoeld, verzekeren de twee veteranen. "We worden nu elk jaar warm onthaal op de Veluwe. Eind goed, al goed dus."




















