Zwijnenoverlast lost op als we de dieren met rust laten, denkt boswachter Eddy Nijenhuis foto GPD/David van Dam
VELUWE - De overlast van wilde zwijnen is een jaarlijks terugkerend probleem. Ook dit jaar worden weer tientallen afschotvergunningen afgegeven om de populatie een kopje kleiner te maken.
Zie ook:
"Het afschieten van zwijnen werkt naar ons idee averechts", zegt Nijenhuis. Wanneer het aantal dieren in een rotte, een groep wilde zwijnen, kunstmatig laag wordt gehouden dankzij de jacht, is er meer voedsel voor een betrekkelijk kleine groep zwijnen. Het gevolg is dat de dieren fit blijven en dus meer jongen voort kunnen brengen. "Het voortplantingsproces komt zo in de derde versnelling waardoor de populatie explodeert."
Volgens Nijenhuis is dat een van de redenen dat de Veluwe jaar in, jaar uit heeft te maken met zwijnenoverlast. "Bij ons mensen gebeurt hetzelfde. Kijk naar de zogeheten babyboom generatie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn ontiegelijk veel mensen om het leven gekomen. Na de oorlog werden extreem veel kinderen geboren. Het leek alsof de natuur de verloren aantallen zo snel mogelijk wilde herstellen. Inmiddels hebben we in het westen al meer dan zestig jaar niet meer te maken gehad met oorlog. En wat blijkt? De gezinnen worden kleiner. Wij vermoeden dat dit in het dierenrijk ook gebeurt. De populatie komt tot rust wanneer die niet langer wordt bedreigd."
De regels zijn dat jagers alleen zwijnen mogen afschieten die jonger dan twee of ouder dan vijf jaar zijn. Volgens Nijenhuis werkt dat contraproductief. Wanneer de oudere mannetjes verdwijnen, zorgt dat voor veel onrust onder de jonge dieren. Omdat er onduidelijkheid bestaat over wie de baas is, willen alle mannetjes zichzelf bewijzen en gaan als bezetenen vrouwtjes dekken.
Daarnaast vervullen de oudere dieren een rol als nestor binnen een groep zwijnen. Hun ervaring zorgt ervoor dat de rotte gevaarlijke plekken zoals verkeerswegen meer uit de weg gaat, beweert Nijenhuis. "De oudere dieren kennen het gebied. Zij weten dat er bepaalde plekken zijn die ze moeten mijden. Wij denken dat de overlast vermindert naarmate de kennis van de oudere dieren langer bewaard blijft."
Nijenhuis geeft toe dat hetgeen dat hij schetst, enkel is gebaseerd op vermoedens. Toch weet hij voor honderd procent dat hij geen onzin uitkraamt. "Kijk naar andere diersoorten waarop niet meer wordt geschoten, zoals vossen en reeën. De populaties van deze diersoorten zijn niet gegroeid toen de afschot werd gestaakt. Integendeel, de groepen zijn juist kleiner geworden."
Maar omdat de voorgestelde werkwijze geen garantie biedt voor succes, wil Natuurmonumenten eerst een experiment uitvoeren. "Selecteer een een groot gebied, ergens op de Veluwe dat vrij is van wegen en landbouwgebied. Zet daar een hek omheen en plaats daar enkele rottes zwijnen. Vervolgens laten we de dieren enkele jaren met rust en houden intussen de populatie in de gaten. Zo leren we wat er gebeurt als de dieren niet worden afgeschoten. Mocht de uitkomst onze verwachtingen staven, dan weten we wat ons te doen staat."
Om een dergelijk experiment uit te voeren heeft Natuurmonumenten de steun nodig van de provincie Gelderland. Die heeft laten weten vooralsnog weinig te voelen voor het plan. Nijenhuis: "Het is zaak dat wij hen van mening doen veranderen middels het verschaffen van de juiste informatie. Misschien is het over een aantal jaar dan gedaan met de overlast."


Sorteer reacties













