HARDERWIJK - 'Beter voor elkaar' is de titel van de beleidsnotitie Maatschappelijke Ondersteuning 2008- 2011, die wethouder Henk Eijsenga op hoofdlijnen heeft gepresenteerd.
Uitgangspunt blijft dat burgers zo lang mogelijk zelfstandig moeten blijven functioneren in de maatschappij met hulp van familie, vrienden en andere netwerken. Harderwijk legt het accent op betere informatie, investeren in vrijwilligerswerk en steun voor overbelaste mantelzorgers. Op het gebied van informatie moet het straks niet uitmaken of mensen met een vraag bij de gemeente komen of bij welzijnsinstellingen. "Wat je vaak hoort is: men komt uit het ziekenhuis en weet vervolgens niet waar men voor iets terecht kan." Dat moet beter. Informatie in de wijk, zoals bij de zorgbakens in Drielanden en Stadsdennen, moeten informatie dichter bij de cliënt brengen en hem of haar 'naar een voorziening toe leiden'.
Eijsenga wil trouwens af van het idee dat mensen die beroep doen op de Wet Maatschappelijke Ondersteuning, alleen zorg krijgen. "Clienten van de WMO zijn niet alleen mensen voor wie gezorgd wordt. Het gaat er ook om hoe ze mee doen in de maatschappij." Stichting Mee Veluwe, die vrijetijdsactiviteiten organiseert, speelt daarin een belangrijke rol.
Mantelzorgers zijn mensen die voor hun zieke of gehandicapte gezinsleden, familie of naaste vrienden zorgen. Het probleem is dat zij vaak overbelast raken. In 2010 moet een eigen steunpunt Mantelzorg zijn opgezet voor direct advies en steun. Het dichtst bijzijnde steunpunt bevindt zich nu in 't Harde. Het college trekt de knip voor vrijwilligers die mantelzorgers ondersteunen. "Om een voorbeeld te geven, het kan zijn dat een dagje naar Dolfinarium de mantelzorger ontlast."
De gemeente wil ook investeren in plannen om potentiële (zorg-) vrijwilligers actief te krijgen. Het blijkt dat de groep onder de veertig jaar en boven de zestig jaar is ondervertegenwoordigd in het vrijwilligerswerk. Ook allochtonen blinken volgens Eijsenga niet uit in het verzetten van vrijwilligerswerk.


Sorteer reacties














U kon tot 21-02-2009 reageren op dit artikel.