ZUTPHEN - Trots laat haringboer Berry van haringverkoper Hoekstra op de Overwelving zijn voeten zien. Hij draagt een paar splinternieuwe klompen. "Ik heb het al eens met moonboots geprobeerd, maar er isoleert niets beter dan hout," is zijn ervaring.
Vorig jaar had hij ook nog stro in de klompen, maar dat is nu nog niet nodig. Hij houdt het bij eigengebreide, geitenwollen sokken.Het is een van zijn wapens tegen de kou, die donderdagmorgen toch flink heeft toegeslagen. Buiten is het bijna min tien. Rond zijn haringkar heeft hij de kou gereduceerd tot een temperatuur van min drie. Normaal heeft hij op koude winterse dagen de beschikking over één gaskacheltje. Nu heeft hij een tweede geïnstalleerd die rechtstreeks op de snij-plank is gericht waar hij de haringen fileert. "Anders kun je niet werken. Dan bevriezen je handen." Hij draag verder vier lagen kleding en natuurlijk een lange onderbroek. Hij kan nog een fleecetrui erbij aantrekken. Zijn baas zorgt verder voor warme koffie of soep. Het grote voordeel is dat er minder wind staat. Daardoor kun je de warmte beter vasthouden.
De kou houdt toch veel mensen thuis.
Dat merken ze ook op de markt. Van de marktkooplui zelf is de opkomst redelijk. Dat is ook de ervaring van marktmeester Theo Aalbers. Hij heeft de dag ervoor verschillende telefoontjes gekregen van kooplieden die het - door angst dat hun producten bevriezen - niet aandurven. "Maar in het algemeen probeert iedereen toch te komen. Ze doen dat vaak ook uit collegialiteit. Je maakt samen een markt. De klant moet op je kunnen rekenen."
Die ervaring heeft ook vleeswarenverkoper Karlie Keupink uit Hengelo (O). In onvervalst dialect laat hij weten dat hij 'er altied is'. "Of anders steed 't in de krant met een zwart randje," grapt hij.
Zijn mooiste compliment kreeg hij afgelopen dinsdag - toen het ijzig koud was en hij twee mensen tegen elkaar hoorde zeggen. "Kiek, ik heb oe wel gezeid, hij is er wel."



Sorteer reacties
















U kon tot 03-03-2012 reageren op dit artikel.