Met minder woorden meer zeggen

Auteur: door Henk Waninge |   vrijdag 20 november 2009 | 06:49

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Dichten is 'in', cool, vet, gaaf, vul in naar eigen keuze (generatie). De vele gedichten op internet, de groeiende populariteit van literaire avonden en wedstrijden waarbij jongeren zich soms onderscheiden met slampoëzie, bewijzen dat.
En een beetje stad heeft tegenwoordig een stadsdichter.

Een opmerkelijke wederopstanding van een kunstvorm die ooit een kwijnend bestaan leidde. Dichten, dat was iets voor oudere heren en dames van stand, die op gezette tijden elkaar in de salon troffen en dan voordroegen uit eigen werk.

Dat archaïsche beeld is volkomen achterhaald, de poëziekunst leeft. Ook onder jongeren, waardoor ze een dynamisch karakter krijgt. Ton Luijten, stadsdichter van Zutphen, meent daar wel een verklaring voor te hebben.

"Het onderscheid tussen kunst met een grote K en een kleine k bestaat eigenlijk niet meer. Daardoor is poëzie toegankelijk geworden voor grote groepen in de samenleving, zeg maar voor iedereen. Daarnaast hebben cabaretiers en tekstschrijvers als Willem Wilmink veel gedaan voor de populariteit van het gesproken en geschreven woord."

Luijten schrijft al zijn hele leven; poëzie, novellen, columns, toneelteksten, ja zelfs een detective ('Beste Ernst'). Volgende week verschijnt een nieuwe dichtbundel, getiteld 'Dagbehandeling'. Daarin staat recent werk dat los gezien worden van zijn activiteiten als stadsdichter. "Ik fietste in de buurt van Winterswijk en zag een bord staan met als opschrift 'Gebedsgenezer, dagbehandeling, alleen op afspraak'. Dat woord 'dagbehandeling' fascineerde me. Ik begon ermee te spelen in mijn hoofd - dichter bij de dag, dagen van weleer, dag- en nachtwerk etc. - en kwam tot de slotsom dat het een goede titel voor mijn bundel zou zijn."

Luijten voelt zich meer een onderwerp-dichter dan een 'ik-dichter', de onderwerpen liggen vaak buiten hemzelf. Hij hanteert hierbij het principe 'less is more' ofwel met minder woorden meer zeggen.

Op de vraag of er een rode draad in zijn werk zit, moet hij even nadenken. "Als die er al in zit, dan is dat een relativerende, soms wat cynische benadering van de jaren tachtig en negentig met de daarbij behorende managerscultuur." Een mooi voorbeeld hiervan is het in de bundel opgenomen gedicht 'Changement', dat elders op deze pagina staat afgedrukt.

Van 'Dagbehandeling' komen in een eerste oplage 500 exemplaren in de boekhandel. Een redelijk aantal, maar geen oplage waar je van achterover valt. Luijten: "Poëzie mag dan populair zijn, ze wordt nauwelijks verkocht. Tenzij je op tv komt bij De Wereld Draait Door en Pauw en Witteman of in boekenrubrieken op de radio. Wist je dat uitgevers betalen, ook bij de publieke omroepen, voor aandacht voor hun boeken, die dan uiteraard in alle toonaarden worden bewierookt? Over sluikreclame gesproken."

Natuurlijk komt het gesprek op zijn functie als stadsdichter want in die hoedanigheid kennen veel Zutphenaren hem. "Een stadsdichter schrijft doorgaans gelegenheidspoëzie. De gelegenheid vraagt soms om 'oppervlakte', soms om 'diepte', soms om een klassieke dichtvorm, soms om poésie parlante. Hij resoneert het stadsgebeuren afwisselend in enthousiaste, weemoedige, kritische en humoristische taal", schreef Luijten bij zijn sollicitatie naar die job.

Luijten: "Je hebt twee soorten stadsdichters, zo bleek bij een landelijke stadsdichtersdag in Lelystad. Zij die hun oor laten hangen naar de opdrachtgever en zij die kritisch en ironisch commentaar leven op gebeurtenissen en in feite in de rol van hofnar kruipen. Ik hoor bij die laatste groep."

"Zo was niet iedereen, en zeker de organisatie niet, gelukkig met mijn optreden bij het diner voor sponsors van de Vuelta. Daarbij plaatste ik kritische kanttekeningen bij het vele geld dat in de aanloop naar die wielerdag was uitgetrokken, terwijl er tegelijkertijd bijna achteloos een streep werd gehaald door het celloconcours. En bij zo'n grote zaak als de IJsselsprong neem ik ook, in bescheiden vorm, stelling en schrijf ik een gedicht over de dreigende teloorgang van de Voorster Klei als landschap."

"Ik houd altijd rekening met het publiek, vraag me af voor mensen er komen. Zo ben ik gevraagd voor de opening van de expositie van Fons Lansman in het Stedelijk Museum, zeg maar de stadsschilder, de Anton Pieck van Zutphen. Dan maak ik een makkelijk in het gehoor liggende, toegankelijke tekst."

Hiermee onderscheidt Luijten zich van zijn voorganger, Hanz Mirck, over wie de Warnsvelder zegt: "Een goede dichter, maar zijn werk is niet altijd onmiddellijk toegankelijk."

Voor het begrip van zijn gedichten heb je geen hogere wiskunde nodig. Geen diepere, ondoorgrondelijke lagen, maar heldere, toegankelijke teksten. Daar schuilt wel een gevaar in, want criticasters willen je dan wel eens als een soort Driek van Wissen neerzetten.

Luijten schudt zijn hoofd. Dat is niet van toepassing op zijn werk, waarin hij zich ook af en toe bedient van het klassieke sonnet en rijmschema.

"Die neerbuigende kritiek op Van Wissen, en ook op Jean Pierre Rawie, vind ik niet altijd terecht. Het klassieke gedicht vraagt soms om een grote taalbeheersing. Rijm vind ik op zich geen probleem, je moet alleen de clichés vermijden."

U kon tot 19-12-2009 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

Discussie

Derde hotel?

Ondernemer Mark Schiphorst wil een nieuw hotel bouwen bij het Bronsbergenmeer in Zutphen. De bestaande hotels, Eden en Inntel, zitten niet op de komst van een derde, luxe hotel in Zutphen te wachten. Zij zeggen het moeilijk te krijgen zodra rechtersopleiding SSR daadwerkelijk Zutphen verlaat. Is er plaats voor een derde, groot hotel in Zutphen?