ZUTPHEN - Na een handgemeen tussen een klant en een taxichauffeur in Zutphen stond de klant woensdag terecht op verdenking van mishandeling. De man uit Arnhem werd vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.
De 28-jarige H.X. was woensdag niet in de rechtszaal in Zutphen verschenen. Hij reed op 27 februari dit jaar samen met nog iemand in een taxi van Arnhem naar Zutphen. Op de plek van bestemming zetten beiden het op een lopen. De taxichauffeur volgde omdat hij geld wilde zien. Onderweg belde hij de politie. De verdachte zag dit en merkte dat zijn eigen telefoon niet meer in zijn broekzak zat. Er ontstond een handgemeen, waarbij de klant de chauffeur hem met de vuisten tegen het hoofd geslagen zou hebben.
Bij het opnemen van de aangifte kon de politie geen letsel ontdekken bij de taxichauffeur. Dat maakte de zaak lastig voor de officier van justitie, zei ze tegen de politierechter. De Arnhemmer erkende dat hij de rit niet betaald had en dat er een worsteling was geweest, maar ontkende geslagen te hebben.
,,Ondersteunend bewijs is in dergelijke zaken vaak het letsel. Wellicht zijn er wat klappen uitgedeeld, maar de mishandeling zoals die ten laste is gelegd, daarvoor ontbreekt het bewijs.'' De officier vroeg daarom om vrijspraak.
De politierechter twijfelde ook en vonniste conform de eis.



















U kon tot 17-06-2011 reageren op dit artikel.