Van Oosten bij de acacia's aan het Vispoortplein. De afdeling stadswerk wilde ze kappen. De wethouder stak er uiteindelijk een stokje voor. foto Zutphens Persbureau
ZUTPHEN - We zijn het nog steeds niet met het voorstel eens, maar u heeft het zo mooi verteld dat we ons bezwaar toch intrekken. Legendarische woorden uit de afgelopen gemeenteraadsperiode in Zutphen.
De woorden zijn kenmerkend voor de positie die Van Oosten zich in de loop der jaren in die lokale politiek heeft verworven. De politiek die hij binnenkort vaarwel zegt. Na de verkiezingen keert hij niet terug, niet als wethouder (dat was hij van 1998 tot heden), noch als raadslid (dat was hij van 1986 tot 1998).
"Politiek is een spel, maar wel een spel waarbij de knikkers niet onbelangrijk zijn." Zegt Van Oosten, terugblikkend op de 24 jaar waarin hij aan dat spel heeft deelgenomen. Met plezier, dat staat buiten kijf, want hij straalt het altijd uit. Tot op zijn laatste werkdag, ongetwijfeld. Voorafgaand aan het interview voert hij met twee ambtenaren overleg over het stedelijk uitloopgebied. Er wordt volop gelachen: er staat daar een woning die nog helemaal is ingericht zoals in de jaren '70. Overal waar je kijkt zitten schrootjes. "Deskundigen zijn lyrisch. Want woningen die zo zijn ingericht zie je bijna nergens meer. Straks gaan ze voorgoed verloren. Vandaar de interesse van het Openlucht Museum voor dit soort zaken."
"Ik heb echt fantastische medewerkers. Dat móet je opschrijven", zegt Van Oosten als de twee deur uit zijn. De ambtenaren zijn er voor de specialisatie, de wethouders (en andere politici) zijn de generalisten. "Ik heb het vaker gezegd, en het is me niet altijd in dank afgenomen, maar als wethouder ben je een leek. Hoe kan het ook anders?" Klopt niet helemaal in dit geval, zo is Van Oosten vermaard om zijn kennis van wilde planten. Botaniseren is een van zijn hobby's. Niet toevallig heeft hij natuur en milieu in zijn portefeuille. "Op dat terrein weet ik wat meer, daar heb ik als wethouder zeker voordeel van gehad." In centrum voor duurzaamheid De Kaardebol betreuren ze dat Van Oosten vertrekt. "Hij heeft een hart voor duurzaamheid en heeft veel voor ons betekend. Hij was er ook heel vaak", zegt coördinator Monique van 't Erve. Dat wil dan weer niet wil zeggen dat de wethouder zich als een eenzijdige natuurfreak in het college heeft gemanifesteerd. "Je moet altijd afwegingen maken. Met de Bomenstichting en de Vogelwerkgroep, die ik beide zeer waardeer, ben ik het lang niet altijd eens." De Bomenstichting is zelfs een paar maal naar de rechter gestapt in een poging om bomenkap tegen te houden. Van Oosten: "De beide acacia's op het Vispoortplein moesten van de afdeling sneuvelen. We hebben er toen nogmaals naar gekeken. Uiteindelijk heb ik geconcludeerd dat de bomen konden blijven. Ze staan er gelukkig nog steeds."
Generalist is Van Oosten misschien wel van nature. De geboren Hagenaar ("mijn vader kwam uit het Westland, mijn moeder uit Rekken bij Eibergen") werd leraar Engels van beroep, en gaf ook klassieke talen. "In talen kun je een brede belangstelling kwijt." Hij belandde op het Baudartius College in Zutphen, waar zijn vader ooit nog leraar Duits was geweest (toen het nog Christelijk Lyceum heette). "Ik ben ook universitair medewerker geweest en leraar in Amstelveen. Mijn grote wens was leraar worden in Zutphen. Gewoon omdat het een mooie stad is, aan de IJssel, in een mooie streek. Ik werd op een vacature gewezen en heb gesolliciteerd. Dat was in 1976. Ik ben nooit meer weggegaan."
Dat Van Oosten een talenman is, blijkt uit de graagte waarmee hij gelegenheidsgedichten schrijft – hij is er in het stadhuis hier en daar berucht om. En natuurlijk uit zijn redevoeringen, vaak à l'improviste, waarmee hij zelfs politieke tegenstanders 'om' krijgt. "Dat is op school begonnen toen ik conrector werd. Er was een ouderavond en ik vond dat die niet goed was verlopen. Ik moest beter kunnen overbrengen wat ik wilde vertellen. En niet alleen in strenge bewoordingen. Er moest ook gegniffeld kunnen worden." Eenmaal in de politiek, op uitnodiging van toenmalig fractievoorzitter Marleen de Pater, kwam hem die oefening op school van pas. "Ik was altijd al in politiek geïnteresseerd, kwam uit een ARP-nest, dus de keuze voor het CDA lag voor de hand. Ik ben me gaan verdiepen in wat er lokaal speelde en heb daar altijd met CDA-ogen naar gekeken. Dus: zorgen dat je on speaking terms met elkaar blijft. Geen zaken op de spits drijven. Ik ging niet in de politiek omdat ik per se iets gedaan wilde krijgen. Terugkijkend vind ik dat heel wat dingen goed zijn gelukt: de fusie van de welzijnsinstellingen, die nu op een oor na is gevild. Maar ook de verbouwing van de Hanzehof en en de bouw van De Kaardebol. En de IJsselsprong, waar toch altijd een grote politieke meerderheid vóór is geweest."
En wat ging er minder goed? "Ik vind het jammer de we nooit een echte discussie hebben gehad over wat we nu met het groen in de openbare ruimte willen. Wel of niet ecologisch, en zo ja, waar?"
"Heel lastig was de zaak Fort de Pol, toen bleek dat er veel minder afval verwerkt kon worden dan aangenomen. Heeft Zutphen in eerste instantie twee miljoen gekost. Tegelijkertijd speelde de kwestie rond geluidsoverlast op het spoor én die van de speeltoestellen op het Landje aan de IJssel. Toen dacht ik: elk van deze zaken zou me als wethouder de kop kunnen kosten. Ik heb daar een slapeloze nacht van gehad. Maar het was de enige, in al die jaren."


Sorteer reacties












U kon tot 01-04-2010 reageren op dit artikel.