ZWOLLE - Een sommetje als 2 1/3e maal 3 1/4e lukte kersverse brugklassers
twintig jaar geleden nog wel. Nu niet meer, constateert wiskundeleraar Kees
Woerde. "En in 4havo of 4vwo zonder rekenmachine ook niet meer, ben ik
bang. Jawel, ik loop tegen een stevig tekort aan rekenvaardigheden aan."
Maar, zegt hij, het tij lijkt te keren.
Doe hier het Bartjens Rekendictee 2007
Voor wie de moed in de schoenen zinkt bij het bovenstaande sommetje: vergeet
niet dat de basisschoolkennis die daarvoor nodig is, indien ongebruikt, diep
zal zijn weggezakt. Jongere lezers moge het bovendien tot troost strekken
dat het rekenonderwijs dat zij hebben genoten in het niet viel bij dat van
de jaren vijftig en zestig. Dat is toch zo, Kees Woerde, wiskundeleraar aan
het Carolus Clusius College? "Het rekenniveau waarmee ze hier
binnenkomen wordt elk jaar een stukje minder", beaamt de 59-jarige
leraar. "Een toets uit 1990 kun je nu niet meer voorleggen aan kinderen
van dezelfde klas." Zijn collega Jan Otto Kranenborg heeft dezelfde
ervaringen. "Breuken en staartdelingen worden op de basisschool nog
maar heel basaal gedoceerd. Dat moeten wij dan weer bijspijkeren."
Woerde: "Dat doe je dan zo concreet mogelijk. Als je het inzichtelijk
maakt met pizzapunten of zakgeld pikken ze het veel sneller op dan met kale
getallen."
Laat niet de indruk ontstaan dat Kranenborg en
Woerde van het type alles-was-vroeger-beter zijn. "Als ik toetsen van
twintig jaar geleden aan de nieuwe generatie geef", zegt de eerste, "
gaat het mis. Maar als ik toetsen van nu geef aan de leerlingen van toen gaat
het net zo goed mis, want er zijn ook dingen bij gekomen. De grafische
rekenmachine biedt bijvoorbeeld nieuwe mogelijkheden." Bovendien is de
wereld complexer geworden, zegt Kranenborg. "Er komt zoveel op ze af,
ze zijn meer wereldburgers dan wij. En zaken als werkstukken maken met een
computer, die bestonden vroeger niet eens." Maar hij wil niet alles
relativeren, laat de 53-jarige leraar aantekenen. "De algebraïsche
vaardigheden zijn over de hele linie afgenomen."
Opmerkelijk
genoeg verschilt dat per basisschool, zegt Woerde. "Het rekenniveau
waarmee leerlingen hier binnenkomen verschilt sterk. We hadden een keer een
klas waarvan een groep leerlingen het opvallend slecht deed; bleken ze
allemaal van dezelfde basissschool te komen." Een goede onderwijzer is
goud waard, toonde dat maar weer eens aan. Woerde: "Er is een tijd
geweest dat Pabo-studenten geen wiskunde in hun eindpakket hoefden te
hebben. Zulke onderwijzers hebben geen affiniteit met rekenen, en dat heeft
zijn weerslag op hun leerlingen."
Op de Pabo's
waait nu een andere wind. Nieuwe studenten moeten een rekentoets afleggen;
blijken ze onvoldoende rekenvaardigheden te hebben, dan moeten ze naar een
andere studie uitkijken. Bovendien zit wiskunde standaard in het eindpakket.
Zo zijn er meer gunstige ontwikkelingen, zegt Kranenborg. "Ik
constateer dat er meer aandacht wordt geschonken aan algebraïsche
vaardigheden. En vanaf 2010 moeten leerlingen de wiskundige formules weer
uit hun hoofd kennen, dan mag het lijstje van Wisforta niet meer op tafel
liggen." Terecht, vindt Woerde. "Onderwijs gaat toch ook om
kennis. niet alleen dat je het kunt opzoeken."
Kranenborg heeft zelf een stevige inbreng in een nieuw vak: wiskunde-D. Hij
is lid van een werkgroep van de Universiteit Twente die modules voor dat vak
heeft ontwikkeld. Wiskunde-D is ontstaan als reactie op de vermindering van
het aantal studielasturen (van 760 naar 560) voor wiskunde-B12. Het nieuwe
vak bevat de onderdelen die noodgedwongen waren geschrapt. "Ook zitten
er onderwerpen in", zegt Kranenborg, "die nooit eerder in het
curriculum voorkwamen, maar uitermate geschikt zijn voor een betere
aansluiting met hbo of universiteit."
Niet alle scholen voor
voortgezet onderwijs bieden het nieuwe vak aan, vanwege te kleine
leerlingenaantallen of vanwege concurrentie met een ander nieuw vak, NLT.
Door samen te werken met het Thomas a Kempis College is er een groep van
twintig leerlingen gecreëerd die tweeënhalf uur per week wiskunde-D krijgen.
"Als ze dit volhouden tot het eind", zegt Kranenborg, "hebben
ze zelfs meer bagage dan in de oude situatie." Het zou mooi meegenomen
zijn als die leerlingen het onderwijs ingaan, zegt hij. "Zodat we goede
opvolgers krijgen. Want er zit een stevig tekort aan wiskundeleraren aan te
komen."
En dat sommetje? Daar gaat-ie. 2 1/3e is
hetzelfde als 7/3e en 3 1/4e is 13/4e. Dan is het een zaak van teller keer
teller en noemer keer noemer: 7 keer 13 en 3 keer 4. Dat maakt 91/12e, ofwel
7 7/12e.

















U kon tot 01-12-2007 reageren op dit artikel.