Pizzapunten in plaats van sinus en cosinus

Auteur: door Michael Amsman |   donderdag 01 november 2007 | 03:57 | Laatst bijgewerkt op: donderdag 01 november 2007 | 12:01

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

ZWOLLE - Een sommetje als 2 1/3e maal 3 1/4e lukte kersverse brugklassers twintig jaar geleden nog wel. Nu niet meer, constateert wiskundeleraar Kees Woerde. "En in 4havo of 4vwo zonder rekenmachine ook niet meer, ben ik bang. Jawel, ik loop tegen een stevig tekort aan rekenvaardigheden aan." Maar, zegt hij, het tij lijkt te keren.
Doe hier het Bartjens Rekendictee 2007

Voor wie de moed in de schoenen zinkt bij het bovenstaande sommetje: vergeet niet dat de basisschoolkennis die daarvoor nodig is, indien ongebruikt, diep zal zijn weggezakt. Jongere lezers moge het bovendien tot troost strekken dat het rekenonderwijs dat zij hebben genoten in het niet viel bij dat van de jaren vijftig en zestig. Dat is toch zo, Kees Woerde, wiskundeleraar aan het Carolus Clusius College? "Het rekenniveau waarmee ze hier binnenkomen wordt elk jaar een stukje minder", beaamt de 59-jarige leraar. "Een toets uit 1990 kun je nu niet meer voorleggen aan kinderen van dezelfde klas." Zijn collega Jan Otto Kranenborg heeft dezelfde ervaringen. "Breuken en staartdelingen worden op de basisschool nog maar heel basaal gedoceerd. Dat moeten wij dan weer bijspijkeren." Woerde: "Dat doe je dan zo concreet mogelijk. Als je het inzichtelijk maakt met pizzapunten of zakgeld pikken ze het veel sneller op dan met kale getallen."

Laat niet de indruk ontstaan dat Kranenborg en Woerde van het type alles-was-vroeger-beter zijn. "Als ik toetsen van twintig jaar geleden aan de nieuwe generatie geef", zegt de eerste, " gaat het mis. Maar als ik toetsen van nu geef aan de leerlingen van toen gaat het net zo goed mis, want er zijn ook dingen bij gekomen. De grafische rekenmachine biedt bijvoorbeeld nieuwe mogelijkheden." Bovendien is de wereld complexer geworden, zegt Kranenborg. "Er komt zoveel op ze af, ze zijn meer wereldburgers dan wij. En zaken als werkstukken maken met een computer, die bestonden vroeger niet eens." Maar hij wil niet alles relativeren, laat de 53-jarige leraar aantekenen. "De algebraïsche vaardigheden zijn over de hele linie afgenomen."

Opmerkelijk genoeg verschilt dat per basisschool, zegt Woerde. "Het rekenniveau waarmee leerlingen hier binnenkomen verschilt sterk. We hadden een keer een klas waarvan een groep leerlingen het opvallend slecht deed; bleken ze allemaal van dezelfde basissschool te komen." Een goede onderwijzer is goud waard, toonde dat maar weer eens aan. Woerde: "Er is een tijd geweest dat Pabo-studenten geen wiskunde in hun eindpakket hoefden te hebben. Zulke onderwijzers hebben geen affiniteit met rekenen, en dat heeft zijn weerslag op hun leerlingen."



Op de Pabo's waait nu een andere wind. Nieuwe studenten moeten een rekentoets afleggen; blijken ze onvoldoende rekenvaardigheden te hebben, dan moeten ze naar een andere studie uitkijken. Bovendien zit wiskunde standaard in het eindpakket. Zo zijn er meer gunstige ontwikkelingen, zegt Kranenborg. "Ik constateer dat er meer aandacht wordt geschonken aan algebraïsche vaardigheden. En vanaf 2010 moeten leerlingen de wiskundige formules weer uit hun hoofd kennen, dan mag het lijstje van Wisforta niet meer op tafel liggen." Terecht, vindt Woerde. "Onderwijs gaat toch ook om kennis. niet alleen dat je het kunt opzoeken."



Kranenborg heeft zelf een stevige inbreng in een nieuw vak: wiskunde-D. Hij is lid van een werkgroep van de Universiteit Twente die modules voor dat vak heeft ontwikkeld. Wiskunde-D is ontstaan als reactie op de vermindering van het aantal studielasturen (van 760 naar 560) voor wiskunde-B12. Het nieuwe vak bevat de onderdelen die noodgedwongen waren geschrapt. "Ook zitten er onderwerpen in", zegt Kranenborg, "die nooit eerder in het curriculum voorkwamen, maar uitermate geschikt zijn voor een betere aansluiting met hbo of universiteit."

Niet alle scholen voor voortgezet onderwijs bieden het nieuwe vak aan, vanwege te kleine leerlingenaantallen of vanwege concurrentie met een ander nieuw vak, NLT. Door samen te werken met het Thomas a Kempis College is er een groep van twintig leerlingen gecreëerd die tweeënhalf uur per week wiskunde-D krijgen. "Als ze dit volhouden tot het eind", zegt Kranenborg, "hebben ze zelfs meer bagage dan in de oude situatie." Het zou mooi meegenomen zijn als die leerlingen het onderwijs ingaan, zegt hij. "Zodat we goede opvolgers krijgen. Want er zit een stevig tekort aan wiskundeleraren aan te komen."



En dat sommetje? Daar gaat-ie. 2 1/3e is hetzelfde als 7/3e en 3 1/4e is 13/4e. Dan is het een zaak van teller keer teller en noemer keer noemer: 7 keer 13 en 3 keer 4. Dat maakt 91/12e, ofwel 7 7/12e.


U kon tot 01-12-2007 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

de Stentor op sociale media

Koopavonden

Zou u vaker naar de Zwolse binnenstad gaan als de winkels op andere tijden open zijn?

Zwolle zou wat de gemeente betreft van het Zwolse winkelhart een bruisender plek moeten maken.