Toon Hagen laat zien hoe eeuwenlang het orgel van de Grote Kerk werd aangedreven; de balgen werden met spierkracht gevuld. Nu doet een motor dat, maar het zou het geluid van het orgel ten goede komen wanneer het ambt van balgtreder in ere werd hersteld, vindt Hagen.
Enkele van de honderden knoppen van het Schnittgerorgel. Ook deze behoeven dringend restauratie.foto's Yvonne Pieters
Toen D.D. Rooy zijn naam in het hout kraste was het orgel van de Grote Kerk 25 jaar jong. Ongetwijfeld deden alle twaalf balgen het nog, en werkte het mechaniek als een zonnetje. Das war einmal; anno 2007 is het orgel behoorlijk versleten. Niet zo erg dat er op Marktplaats naar een vervangend orgel gezocht moet worden, dat ook weer niet, maar organist Toon Hagen kan er bij lange niet uit halen wat erin zit. Dat komt vooral door de schade aan de balgen, zegt hij. "Acht van de twaalf balgen zijn zo lek als een mandje. Daardoor is de motor te belangrijk, die is continu aan het bijvullen terwijl ik speel."
Hagen schakelt de motor uit: "Ik wil nu wel eens weten hoe lang de balgen het volhouden zonder dat ze worden bijgevuld." Hij speelt een complex stuk muziek. Na zeventien seconden sterven de tonen weg, als bij een radio waarvan de batterijen zijn uitgeput. "Zeventien tellen... Dat is toch niks? Met die acht balgen erbij wordt het geluid veel emotioneler, met een waardige welving. Dan krijg je dat mensen denken: waarom raakt mij dat zo?"
De broodnodige restauratie begint eind deze maand bij het mechaniek. Daarvoor is voldoende geld in kas, mede dankzij een actie van de drie Zwolse Lions-clubs. In fase twee volgt de balgkamer, waarvoor de Grote Kerk twee ton nodig denkt te hebben. De derde fase, reparatie van de zwakke plekken in de registers, zal eenzelfde pak geld kosten. Veel geld, beseft Hagen, "maar het is het absoluut waard. Dit orgel is een wereldvermaard stuk erfgoed. We krijgen organisten uit Japan tot de Verenigde Staten op bezoek, die allemaal diep onder de indruk zijn."
Dat was hij zelf ook, toen hij in 1997 voor de eerste keer achter de knoppen plaatsnam. "Ik kende dit orgel van mijn platen, ik vond de klank altijd gigantisch indrukwekkend. In de kerk waar ik als kind kwam had je ook een orgel, maar dit is andere koek. Dit was echt een schokkende ervaring. Ik ervoer een kerkorgel niet als kunst, tot ik het Schnitgerorgel hoorde." Het valt niet te vergelijken met het toch ook fraaie orgel in de Bethlehemskerk, zegt hij. "Een typische polderjongen, noem ik dat. Oerdegelijk, ideaal voor de begeleiding." Luister, zegt Hagen. Hij slaat enkele toetsen aan en een zware, sombere dreun golft door de kerk. "Zo hoor je het meestal. Maar het kan ook zo..." En een vrolijke, bijna dartele compositie vult de hoge ruimte. "Een trio-sonate van Bach. Ach jongen, dit orgel kan zoveel. Ik vergelijk het wel eens met een groot orkest: alles zit erop."
Boven de knoppen staan namen als trompet, nachthoorn, cimbel en dulciaan. Als hij de knop met bijschrift 'fluit' activeert is het alsof Michaël Hooft in de kerk asiel heeft gekregen; een blokfluit kwinkeleert een bekoorlijk deuntje. "Dit orgel", zegt Hagen, "is de bekroning van een eeuwenlange ontwikkeling."
Des te spijtiger dus dat het gevaarte onderbenut wordt. Alsof je van een auto slechts twee van de vijf versnellingen gebruikt. "Ik hoop nog mee te maken", zegt Hagen, "dat het voor mijn emeritaat in oude luister is hersteld." Zo oud is Hagen toch niet? "Nou... 48 alweer. Er is er één kaler, hoera, hoera, zingen mijn kinderen." Maar alle gekheid op een stokje, eigenlijk zou de renovatie in een paar jaar afgerond moeten worden, zegt de organist. "Er zijn in Zwolle zat bedrijven en mensen met geld, en de gemeente hield vorig jaar een flink bedrag over. Die paar ton zouden toch geen probleem moeten zijn? Dit orgel is beroemd over de hele wereld; daar moet Zwolle trots op zijn."





















U kon tot 22-02-2008 reageren op dit artikel.