STEENWIJK - Wanneer je als vreemdeling met open ogen door Steenwijk wandelt,
weet je al heel spoedig: dit is geen dood stadje dat teert op een groot
verleden, op de financiële liefdadigheid van de Nederlandse schatkist. Met
die woorden begint de reportage-redacteur van de Zwolse Courant zestig jaar
geleden zijn verhaal over Steenwijk.
Ik ben niet de enige. Bij de grenzen van de stad kom ik een strijdbaar spandoek tegen. Het Kamp moet behouden blijven, wil dat duidelijk maken. Door de gemeente Steenwijkerland omgedoopt tot bestemmingsplan De Schans. De gemeente wil er woningen bouwen, tegen de 500. De hoeders van het historische erfgoed - op en in de grond - voeren het verzet aan. Belegeren het gemeentebestuur als in de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. Niet met haakbussen verscholen achter een rookgordijn van kruitdamp, maar met de middelen van deze tijd: procedures aanvechten, papieren molens in werking stellen. De Kamp is een oude keileembult die ontstaan is in de voorlaatste ijstijd. Gletsjers kleiden stuwwallen, heuvels, dalen. Mag niet verloren gaan, vindt Stichting Behoud de Kamp.
Grappig genoeg heeft het gemeentebestuur een historische naam gekozen voor het bestemmingsplan. De Schans. Dat riekt naar oorlog, naar wapengekletter. Of in tijden van vrede symbool van tijden die waren en waarschijnlijk zullen komen. De verzekering van onheil. "Geen plaats in Nederland telt zoveel verwijzingen naar een oorlog in haar straatnamen als Steenwijk", schrijft M. Tetteroo op zijn website. "De Schansweg, de Vesting, Willem de Zwijgerstraat, het Bolwerk, het Ravelijn en het Garnizoen. De mooiste naam is de Kornputsingel. Van der Kornput krijgt die eer als bouwkundige van vestingen, kaartmaker en krijgsman. Hij wordt beroemd als verdediger van Steenwijk."
Je hoeft er niet aan te twijfelen: Van den Kornput (1542-1611) zou vier eeuwen later opnieuw de barricaden op zijn gegaan, Steenwijk verdedigend tegen barbaren die de eer van zijn verleden zouden aantasten.
De stadswallen zijn er voor een groot deel nog in Steenwijk. Een asfaltpad bied uitzicht op de dieptes. Richels in de wallen bieden houvast voor schapen die er grazen. Maar die tijdens deze Achteraf Bekeken-wandeling in de schaduw van de bomen liggen te genieten van hun werk. De steilte van de wallen is indrukwekkend. Maar de omgeving vanaf de Gasthuispoort is dat niet. De wandelaar ziet links rommelarij, vervallen onderkomens, een veld vol wat onkruid schijnt. Als de reportageredacteur het zestig jaar geleden bij het rechte eind heeft, dat Steenwijk de kluisters van de stadswallen verbreekt om de vleugels uit te kunnen slaan, dan heeft Steenwijk zich nu met de rug naar de wallen gekeerd. In weinig lijkt de stad de wallen te willen omarmen.
Met de reportageverslaggever van zestig jaar geleden laat ik het historisch wapengekletter van de stad achter me en loop ik richting Rams Woerthe. "De glorie van Steenwijk", noemt hij het. Het stadspark en de bijbehorend Villa Rams Woerthe liggen op steenworp afstand van de Gasthuispoort en dat deel van de stadswallen. In de villa zetelen burgemeester en wethouders van Steenwijkerland. Bode Albert Brouwer (60) komt net naar buiten lopen. Hij heeft al 33 jaar de mooiste baan, op de mooiste plek van de wereld (Steenwijk) op de mooiste plek van Steenwijk (Villa Rams Woerthe). Het monumentale pand, met vrijwel alleen invloeden uit de Jugendstil, werd in 1900 gebouwd. Opdrachtgever: Jan Hendrik Tromp Meesters. Zijn naam is onlosmakelijk verbonden met de historie van Steenwijk. De stad dankt er het prachtige park Rams Woerthe aan, aangelegd als Engelse landschapstuin. Op een plek waar volgens de gemeentelijke informatiefilm eerder nog drassige weilanden weinig aan de verbeelding overlieten. En nu: "Bijna iedere knippering van de ogen levert een nieuw tafereel op", voor de wandelaar in Rams Woerthe. De drie vijvers werden gevoed door riviertje de Aa. Die drie zie je niet in één oogopslag, maar wel vanaf de bovenste verdiepingen van de villa.
Ik bekijk de film in de kelder van het gebouw. Tussen de ruimtes waar beelden en atelier-werkplaats-stukken van Hildo Krop staan. De Steenwijker die het schopte tot stadsbeeldhouwer van Amsterdam. Beeldbepalend kunstenaar in allerlei opzichten. Voor Amsterdam, voor Steenwijk. Bode Brouwer doet het licht uit en laat me een 'stief Steenwijker kwartiertien' alleen. En op slag word ik verliefd op Rams Woerthe, de villa, het park. Als er een paradijs is, dan is het hier. Als het er niet meer is, dan wás het hier.
Brouwer laat me het gebouw zien. Werken van Krop, de Jugendstil die je overal in het gebouw herkent. De bijzondere wandschilderingen (de agrarische seizoenen), de gebrandschilderde ramen. Een gemeentebestuur dat bestiert in zo'n omgeving kan niet anders dan een kniebuiging maken naar het verleden bij het bepalen van de toekomst - zou je denken.
Bode Brouwer is goed in zijn vak. Dus gaat hij niet op zijn werkgever katten. Maar los daarvan: ja, 'Steenwijk' mag van hem wel iets meer doen aan zijn historie. Al gebeurt er wel het een en ander. "De Paardenmarkt wordt gerenoveerd." En nog een paar dingen. Maar iets, iets meer koketteren met je verleden, dat mag Steenwijk van hem wel doen. Zoals dat in Blokzijl gebeurt, met het herstel van de oude stadsvesting. Brouwer weet wel zoiets, maar dan voor zijn stad: de touwslagerijen weer laten zien, die hun werk deden aan onder meer de Looiersgracht. Het pad is er nog, waar touw werd gevlochten, bijvoorbeeld. Steenwijk heeft historie genoeg. Wees er trots op, laat het zien, wil Brouwer maar zeggen.
De reportageverslaggever vindt villa Rams Woerthe maar niets, trouwens. "Lang niet fraai, met haar rare tierlantijntjes." Oneens. Maar we zijn het beiden eens over het park. Dat is prachtig. Al mag het onderhoud wel wat beter. En al moet je niet letten op wat er buiten het park staat. Zoals dat foeilelijke roodbakstenen appartementengebouw, pal tegen de grens van het park opgetrokken. Een vloek in de kerk. En typisch Steenwijk. Geen stad die teert op een groots verleden.

















U kon tot 17-10-2008 reageren op dit artikel.