ZWOLLE - Nederland, het land van de kop en het maaiveld, heeft geen traditie van helden. Dat verklaart waarom Joan Derk baron Van der Capellen tot den Pol nauwelijks wordt geëerd, hoewel hij als eerste Nederlander voor een zuivere vorm van democratie streed.
Wat ook een rol speelde, was dat Van der Capellens grootste wapenfeit zich
in anonimiteit voltrok.
Dat gebeurde in de nacht van 25 op 26
september 1781. Geblindeerde koetsen verspreidden die nacht een pamflet met
een explosieve politieke lading, met als titel 'Aan het volk van Nederland'.
Daarin werd de geschiedenis van Nederland een keer niet vanuit het
perspectief van vorsten of edelen verteld, maar vanuit het volk. De
schrijver stelde dat de Oranjes en de regenten zich niet inspanden voor het
volk, maar louter voor het veiligstellen van hun eigen hachje. De batavieren
kenden nog vrijheid, daarna is het Nederlandse volk klein gehouden door
graven en hertogen, analyseerde de anonieme pamflettist. Hij gaf stadhouder
Willem V bovendien de schuld van het dramatische verloop van de oorlog met
Engeland, die was ontstaan omdat Nederland volgens de Engelsen de
Amerikaanse revolutie steunde. En oh ja: Willem V was geregeld dronken en
rommelde ook nog - als getrouwd man nota bene! - met freule Stijn.
Twee passages uit het pamflet, in moderne stijl herschreven: "Alle
mensen zijn vrij geboren. De een heeft van nature over de ander niets te
zeggen. De ene mens is wel wat verstandiger van geest of wat sterker van
lichaam of wat rijker dan de ander; doch dat geeft hun, die verstandiger,
sterker of rijker zijn, niet het minste recht om over de minder
verstandigen, minder sterken, minder rijken te heersen. God, ons aller
Vader, heeft de mensen geschapen om gelukkig te worden en aan alle mensen -
niemand uitgezonderd - de verplichting opgelegd, om elkaar zoveel mogelijk
gelukkig te maken." Een andere zinsnede: "Zorg voor de vrijheid
der drukpers, want zij is de enige steun van uw nationale vrijheid. Als men
niet vrij tot zijn medeburgers kan spreken, dan kunnen de onderdrukkers van
het volk zeer gemakkelijk hun rol spelen. Hierom is het dat zij, wier gedrag
geen onderzoek kan lijden, altijd zo tegen de vrijheid van schrijven en
drukken pleiten."
Van der Capellen wist dat zijn pleidooi
voor zuivere democratie, burgerbewapening, vrijheid van meningsuiting en
vrijheid van drukpers de toorn zou wekken van zowel de stadhouder als de
regenten die de provincies en de gemeenten bestuurden. Zijn naam eronder
zetten zou niet verstandig zijn. Inderdaad reageerden de machthebbers als
door een horzel gestoken; het bezit van het pamflet werd verboden, er werd
een onderzoek ingesteld naar de identiteit van de schrijver. Op de muren van
het Zwolse stadhuis werd een oproep geplakt om het subversieve geschrift in
te leveren. Wisten de Zwolse magistraten veel, dat 'Aan het volk van
Nederland' vijftig meter verderop was geconcipieerd, in een herenhuis aan de
Bloemendalstraat 12
De oogstjaren van Van der Capellen braken aan.
De nieuwe staat Amerika werd door de Republiek der Nederlanden erkend, de
drostendiensten (die boeren verplichtten eenmaal per jaar zonder loon voor
de grootgrondbezitters te werken) werden afgeschaft en Van der Capellen werd
na een tijdelijke verbanning weer benoemd in de Staten van Overijssel. Die
dag richtte de bevolking van Zwolle overal in de stad feestbanketten aan.
'Vivat Van der Capellen', klonk het uit duizenden kelen.
Van der
Capellen heeft niet lang van zijn glorie mogen genieten. Al op 6 juni 1784,
43 jaar oud nog maar, stierf hij na een kort ziekbed. Hij zou het niet
meemaken dat de opstand van de patriotten, die overal in Nederland met de
stadhouderlijke legers in gevecht raakten, door Pruisische legers de kop in
werd gedrukt. De bezetting maakte het ook onmogelijk dat het praalgraf,
waarvoor zijn aanhangers het destijds enorme bedrag van 45.000 gulden hadden
ingezameld, van Rome naar Zwolle werd gebracht.
In 1908 kreeg Van
der Capellen alsnog een gedenkteken, zij het van bescheidener omvang, toen
Amerikaanse aanhangers een plaquette plaatsten op de voorgevel van zijn
sterfhuis. Die vloeide voort uit een brief die George Washington hem had
geschreven. "Uw natie", schreef de eerste Amerikaanse president
aan de Zwolse baron, "en in het bijzonder uw persoon, hebben het
vertrouwen en de achting van de Verenigde Staten verdiend. Ik weet zeker,
dat hier nog lang met dankbare verering aan beiden zal worden gedacht."
Zo'n man verdient een monument.
Wat vindt u van het initiatief om de beelden naar Zwolle te halen? Reageer hier

















