Zie ook:
Daar wacht evenwel niet de spreekwoordelijke pot met goud, tenminste niet voor de mensen achter de kramen. In de Sassenstraat een klagende kantwerkster, althans een vrouw die kant en borduurwerk verkoopt. Loopt het nog wat met de handel - is de vraag. Ze trekt een misprijzend gezicht. ‘Voor geen meter!’ Hoe dat kan, weet ze ook te vertellen: ‘Het staat allemaal te veel uit elkaar, de kramen staan te verspreid. Er zitten hele gaten in en bij zo’n markt moet je juist een aaneengesloten lint van kramen hebben. Nu lopen de mensen gewoon voorbij.’
Heel anders is dat bij de podia met levende muziek. Daar blijft een groeiende menigte halt houden. Een andere kraam wordt bemand door een paragnost annex stenenverkoper. Voor de hand liggende vraag aan hem: u wist natuurlijk vanmorgen al dat het slecht marktweer zou worden. Hij maakt een bezwerend gebaar. ‘Wat ik heb, is een gave en die mag ik niet in mijn eigen voordeel benutten.’ Weer of geen weer, voorspelling of geen voorspelling - deze man staat dus altijd op de markt. Soms misschien wel tegen beter weten in. Twee meisjes hebben belangstelling voor de stenen met bijzondere krachten. ‘Jij hebt oorpijn’, zegt de paragnost - sessies al vanaf 2,50 euro - tegen één van de twee. Ze weet van niets. ‘Nee, ik heb oorpijn’, zegt het andere meisjes. ‘Ik voelde in ieder geval iets van oorpijn’, zegt de paragnost. De meisjes stonden ook zo dichtbij elkaar, dan kun je dat hebben.
De oorpijn kan natuurlijk ook komen van het kermislawaai. Nu er geen centrale muziek meer is, schettert elke attractie haar eigen geluid uit. Het hoort ook bij de kermis. Net als het spel van de jongens met de meisjes. Of veel vaker het spel van de meisjes met de jongens. Een spel dat overigens van alle leeftijden is.
Zoals altijd komt tegen de elven de drukte op gang. De binnenstad lijkt droog te blijven - de vele duizenden kelen niet.



Sorteer reacties















U kon tot 09-07-2007 reageren op dit artikel.