Sander Zielman op wat hij het mooiste plekje in het gebouw vindt: het trappenhuis dat nog in oorspronkelijke staat verkeert. "Deze betonnen wanden, zo glad en gaaf. Dat is blijkt technisch heel knap". foto Tom van Dijke
ZWOLLE - Hij kent het gebouw als zijn broekzak. Sander Zielman is dan ook
hoeder van de erfenis van architect Marius Duintjes: het Provinciehuis van
Overijssel in Zwolle. Zielman lacht veel als hij door het gebouw loopt. Hij
kent elke plek en weet wel verhaal er bij hoort. Hij studeerde ooit
theologie, maar kreeg in 2002 zijn huidige baan mede vanwege zijn
uitgebreide kennis van de bouwkunst van Duintjer en diens leermeesters.
Zie ook:
"Ik heb zeker een bijzondere band met dit gebouw". Lacht. "
Ik ben geboren in hetzelfde jaar dat het gebouwd werd. Ik woonde in
Assendorp en kwam hier veel spelen in de Mien Ruys-tuin. Ik keek dan naar
binnen en vroeg me af wat hier gedaan werd".
Zielman weet dat
nu precies. Hij is betrokken geweest bij de invoering van een nieuwe manier
van werken: De meeste archiefkasten werden gesloopt en vervangen voor een
digitale opslag. Het werken via het (inter)net maakt het mogelijk dat de
rond de duizend ambtenaren bij de provincie geen vaste werkplek meer hoeven
te hebben. Overal in het gebouw zijn verschillende mogelijkheden om in te
loggen en aan te slag te gaan: Lange werktafels waar dossiers en kaarten op
uitgelegd kunnen worden, maar ook (benauwde) 1-persoonswerkcellen.
"
We vervullen hiermee een voorbeeldfunctie. We leiden jaarlijks tientallen
groepen rond van instellingen die allemaal willen weten hoe wij het digitaal
werken hebben ingevoerd".
Dat samenwerken met dezelfde meubels
en apparatuur heeft wel een paar afspraken noodzakelijk gemaakt. "Eten
op je werkplek is verboden, evenals het happen van een appel. Het is niks
als je in andermans kruimels moet werken of een kleverige muis pakt."
Daarvoor zijn her en der woonkamers ingericht. Gezellige ruimtes, met
boomstammetjes afgeschermd van de rest. Vergaderen kan op verschillende
plekken: Er zijn 'love seats' (rode stoelen die met enige fantasie de vorm
van een hart hebben, waarbij vier mensen tegenover elkaar kunnen zitten),
maar er is ook een soort Mongoolse Yurt. In deze ronde en geluidsdichte
vergaderzaal kunnen deelnemers geen koffie of papieren meenemen maar alleen
met het gezicht naar elkaar praten over het onderwerp waar het om gaat.
'Stip' heet deze ruimte, verwijzend naar het Staphorster stipwerk dat op de
glazen wand te vinden is.
"De deur is met afwisbare stiften
te beschrijven, zodat daar ideeen op vorm kunnen krijgen. En het licht in
het plafond is - van blauw naar rood - aan te passen aan de stemming die je
wilt scheppen of om aan te geven in welke fase van het denkproces je zit"
.
Onderweg naar de vergaderzaal van Provinciale Staten legt Zielman
de gedachte van de architect uit toen hij het gebouw ontwierp. De doorgang
onder dit pand past in de zichlijn naar de weg. Zelfs het feit dat het
gebouw van het bestuurlijk centrum iets wijkt heeft met de omgeving te maken.
De vergaderzaal - met goud beschilderde muren ('Waarom? Ik weet het niet') -
heeft aan het plafond een plattegrond van de provincie, waarbij elke plaats
een lichtspot vormt. Iedereen kan thuis de beraadslagingen volgen via een
videoverbinding. Daarvoor hangen verschillende camera's in de zaal. "We
maken dan ook geen notulen meer op de oude manier. De video-opnamen worden
gewoon bewaard en iedereen kan ze later doorzoeken".
Naast de
zaal is een brede trap met een beeldenpartij. "Overdreven? Ja,
misschien wel. Het heeft zo wel wat weg van een paleis".

















U kon tot 07-03-2010 reageren op dit artikel.