Door deze poort in Hattem ontsnapte Daendels met zijn geschaakte geliefde uit de stad. foto Henri van Beek
HATTEM/ZWOLLE - Als jonge 18e eeuwse patriot vluchtte Herman Willem Daendels van zijn woonplaats Hattem naar Zwolle. De provincie Overijssel trekt twee ton uit voor een ‘straatmusical’ over deze historische figuur. Scriptschrijver en regisseur van de reizende voorstelling is Dick van den Heuvel (1956). Hij wil zich niet laten leiden door historische feiten:“We zitten in de zomer niet te wachten op een geschiedenisles.”
In Hattem herinnert het prachtige historische Daendelshuis of De Tinne uit 1618 nog aan hem. Al woonde Herman Willem Daendels (1762-1818) hier nauwelijks zelf. Het was het huis van zijn schoonvader, de beroepsmilitair en ‘prinsgezinde’ Van Vlierden. Ook het Daendelspoortje in de zuidelijke stadsmuur is verbonden met de patriot die hier samen met zijn geliefde Aleida de stad uitvluchtte.
De vader van Herman Daendels was lid van de magistraat in Hattem. Toen pa overleed, zou Herman automatisch in deze functie worden benoemd. De jonge Daendels was tenslotte net afgestudeerd als meester in de rechten aan de universiteit van Harderwijk. Maar het pakte anders uit. Stadhouder Willem V zette in 1786 zonder pardon een ‘orangist’ of ‘prinsgezinde’ op deze plek. Tot groot ongenoegen van Daendels. Hij riep het volk op het stadsregeringsreglement buiten werking te stellen. Burgers moesten volgens hem zelf een stadsbestuur aanstellen. Daendels sloot zich aan bij de patriotten en de gewapende burgerij. De orde in Hattem werd vrij snel hersteld door Willem V en Daendels moest uitwijken naar Zwolle. Daarna vertrok de Hattemer met zijn geliefde Aleida van Vlierden, die al zwanger was, naar Duitsland. Hier trouwde het paar zonder toestemming van de schoonfamilie in 1787.
Scriptschrijver Dick van den Heuvel zal zich beperken tot deze twee roerige jaren in het leven van Daendels. “Het wordt vooral een vrolijke spektakelvoorstelling”, stelt hij. “Het is de eerste straatmusical in Nederland. Ik wil veel publieksparticipatie, de toeschouwer krijgt een flinke rol in het verhaal. En regionale koren zullen een opstandig lied uitvoeren.” Dat Daendels zich enkele jaren terugtrok als hereboer in het Heerderdal op de Noord-Veluwe waar hij landgoed De Dellen stichtte, is voor Van den Heuvel minder interessant. Ook zijn invloedrijke periode in Nederlands-Indië, waar hij twintig jaar later in 1807 door Lodewijk Napoleon tot maarschalk werd benoemd, blijft in de musical afwezig. “Ik zou graag nog eens een script schrijven over Nederlands-Indië, maar nu niet. Dat wordt erg ingewikkeld. Dit deel van Daendels leven heeft bovendien niets met Overijssel te maken. Ik kies voor de jonge lokale patriot en zijn verboden huwelijk”, stelt Van den Heuvel die de tekst bijna op papier heeft. “De musical Daendels wordt bovenal een zoektocht naar identiteit”, benadrukt de schrijver. “Nog steeds wil Den Haag controle hebben over alle gewesten. In de regeringsstad wordt alles over onze hoofden heen beklonken. Met de figuur Daendels begint de ontwikkeling van regionale identiteit. Dat is een interessant. Wie ben ik en waar kom ik vandaan. Ik geloof niet in integratie maar wel in identiteit. Het is volstrekt normaal dat mensen vasthouden aan hun afkomst. Dan kan en mag, of moet zelfs, botsen. Het komt vanzelf goed.” Over de mentaliteit van de Oost-Nederlander zegt Van den Heuvel: “Als rasechte Amsterdammer heb ik alle shows van de Rotterdamse Berini’s geschreven. Zelf zit ik niet vast aan vooroordelen. De Overijsselaar voelt zich in mijn ogen altijd miskend en onderschat. Alsof ze moet opboksen tegen de Randstedeling. Ik zie in het oosten van ons land vooral veel sociale betrokkenheid.”
Van den Heuvel mocht zelf een Overijssels onderwerp kiezen voor zijn musical. “Eerst kwam ik op de Twentse kapelaan Alfons Ariëns. Een sociaal bewogen man die veel betekende voor de Twentse textielarbeider. Maar Daendels vond ik dramatisch geschikter. Bij de kapelaan was romantiek ver te zoeken. Terwijl Daendels een vrouw schaakte, dat spreekt meer tot mijn verbeelding.” Omdat het verhaal vooral komisch en luchtig moet worden, zoekt Van den Heuvel naar onhebbelijke trekjes van Daendels. “Hij lijkt me een verongelijkt kereltje. Een troublemaker, een man met een kort lontje. Als hij zijn zin niet krijgt, wordt hij boos. Ik maak van hem een sukkel. En zijn vrouw wordt een tank die over hem heen blaast. Graag leg ik de nadruk op de kleinheid van een held.”
Van der Heuvel schreef en regisseerde onder meer De Legende van de Bokkenrijders, afleveringen voor politieseries als Russen en Van Speijk. Hij bewerkte Turks Fruit tot een musical, maakte het boek ‘De Hel van ‘63’, en gaf onlangs de Amsterdamse volksheld Sjakoo een eigen musical. Deze week gaat zijn muziektheatervoorstelling over het leven van Dusty Springfield in première. Hij is gewend dat mensen hem belagen met verwijten over historische onjuistheden. “Op zo’n moment ploft er een zekering in mijn hoofd. We zitten in de zomer niet te wachten op een geschiedenisles. Het verhaal is belangrijker dan de historische feiten. Ik mag van Deandels maken wat ik wil.” Van den Heuvel herkent zich wel in zijn ‘sukkel’. “Vorige week ging ik met hoofddoek op naar de stembus, bij mij in de Amsterdamse Dapperstraat. Als protest tegen de standpunten van de PVV. Tot ik een filmcamera zag staan van het NOS-journaal. Ik heb het ding snel afgetrokken want ik wilde niet voor gek staan. Daar ging mijn heldendaad. Net als Daendels ben ik een held op sokken.”
In april/ mei beginnen de repetities van Daendels. In juni, juli en augustus is het spektakel op pleinen, markten en festivals in heel Overijssel te zien.


Sorteer reacties















U kon tot 12-04-2010 reageren op dit artikel.