Het Eeuwige Even

Auteur: door Marion Groenewoud |   vrijdag 07 oktober 2011 | 10:55 | Laatst bijgewerkt op: vrijdag 07 oktober 2011 | 12:33

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Kunstenaar Henk Heideveld (midden) liet voor zijn expositie een fotomontage (rechts) maken, waarbij hij zijn eigen huid, een digitale laag, op een portret van Thomas a Kempis liet plakken. foto?s Ben Vulkers

Kunstenaar Henk Heideveld (midden) liet voor zijn expositie een fotomontage (rechts) maken, waarbij hij zijn eigen huid, een digitale laag, op een portret van Thomas a Kempis liet plakken. foto?s Ben Vulkers

ZWOLLE - Zwolle staat vanaf 15 oktober in het teken van de Moderne Devotie. Deze middeleeuwse hervormingsbeweging werd aangestuurd door Geert Grote uit Deventer (1340-1484) en verdiept door Thomas a Kempis (1380-1471) in Zwolle. De Navolging van Christus, samengesteld en geschreven door Thomas a Kempis op de Agnietenberg aan de rand van de Overijsselse hoofdstad, wordt nog steeds wereldwijd gelezen. Henk Heideveld, kunstenaar en ‘beeldend mysticus uit Zwolle’, treedt al 35 jaar in de sporen van Geert Grote en Thomas a Kempis. Hij interviewde hen zelfs ruim 6 eeuwen na dato en liet zijn eigen portret versmelten met dat van Thomas. Verwijt hem geen ijdelheid.„Ik ben nederiger dan Geert en Thomas bij elkaar, want ik heb zelfs afstand gedaan van het eeuwige leven.”

Hij sprak Geert Grote in 1984, toen de grondlegger van de Moderne Devotie op de kop af 600 jaar dood was. "Daar waar ik mensen in strijd met de wil van Christus zie leven, of het nu om leken of priesters gaat, daar zal ik ageren en getuigen van de ene Waarheid", zei Geert Grote tegen Henk Heideveld. Zwollenaar Henk Heideveld noemt zichzelf een 'beeldend mysticus' en 'Postmodern Devoot'. Binnenkort staat hij centraal in het Historisch Centrum Overijssel met een expositie en een boek 'Hedendaagse Devotie'. Hierin vinden we onder meer interviews met Geert Grote en Thomas a Kempis.

Al 35 jaar treedt Heideveld in de voetsporen van de grondleggers van de Moderne Devotie. Zijn zoontje heet niet voor niets Tomas. Een kwart eeuw geleden ontwikkelde de kunstenaar al een wandeling van het klooster Windesheim naar de Agnietenberg, een rechtstreekse route zoals Thomas a Kempis deze in de 15e eeuw meer dan eens moet hebben gelopen. "Met Geert zou ik op vakantie kunnen gaan, dat was een man van de wereld. En met Thomas zou ik snel ruzie krijgen, omdat ik er niet tegen kan als mensen lang zwijgen", schetst Heideveld zijn verhouding tot beide heren. "Ik lijk het meest op Geert Grote met zijn kritische instelling en grote bek. Als gestudeerd burger ging hij de valsheid te lijf", weet Heideveld. "En Geert Grote was net als ik niet vies van publiciteit." In het interview met Geert Grote vraagt Heideveld hem: "Het was toch ook wel een beetje theater om op de Brink in Deventer uw boeken over sterrenwichelarij, magie en zwarte kunst te verbranden. Had u die werken niet beter kunnen verkopen om de opbrengst aan de armen te geven?" Volgens Geert Grote gebeurde dit echter in het vuur van het betoog: "Zo houdt men de aandacht van het publiek gevangen", verklaart de broeder. "Door de vormen van liturgie en eredienst zijn de christenen met theater vertrouwd."

Volgens Heideveld was Geert Grote ook een moraalridder die niets heeft gedaan tegen de martelpraktijken van de inquisitie in zijn tijd, maar wel schande sprak van vleselijke lusten. "Geert Grote is me te fanatiek, te dogmatisch. Hij was bovendien een vrouwenhater. Dat kun je van mij niet zeggen", lacht Heideveld. "In Thomas zie ik mezelf eveneens terug. Als kunstenaar kan ik net als hij maanden alleen werken binnen vier muren." Zelf leefde Heideveld korte tijd in milde ascese, in het klooster Sion in Diepenveen. Dat verblijf duurde niet lang. "Ik wilde in afzondering schrijven en schilderen maar moest vooral oude monniken verzorgen, wc's en gangen poetsen. Alleen op zondag mocht ik een half uurtje spreken. Dat hield ik niet vol. Ik wilde discussiëren over het geloof en dat stadium waren de Trappisten allang voorbij. Voor het klooster was ik een bron van onrust. Als kunstenaar ben ik beeldend mysticus maar daarbuiten een ouwehoer. De broeders werden gek van me."

Toen hij afgelopen zomer in zijn stacaravan op camping Agnietenberg vakantie vierde, ontmoette Heideveld niemand minder dan Thomas a Kempis. De devote pater twijfelde over het interview met Heideveld omdat hij bang was dat door de publiciteit zijn nederigheid in het geding kwam. Maar als 90-jarige, vlak voor zijn dood, gaf hij Heideveld toch toestemming voor enkele vraaggesprekken. "Als ik door het Agnietenbos loop, ervaar ik tijdloosheid. Ik heb het gesprek in drie delen gevoerd vanwege de breekbaarheid van de man. Thomas was een ingetogen kracht in een tijd vol gevaren. De pest, waaraan ook Geert Grote ten onder ging, maakte vele slachtoffers om hem heen", stelt Heideveld. Thomas vertelt de kunstenaar over de waterzucht in zijn benen, de broeders die het kloosterleven niet volhielden maar vooral spreekt hij over zijn werk. "We hebben met zijn allen altijd hard gewerkt aan de productie van handgeschreven bijbels. Ik kopieerde zelf eens in 12 jaar de hele bijbel", zegt Thomas tegen Heideveld die vooral benieuwd is naar het dagboek van Geert Grote dat nooit werd gevonden. "Je zult begrijpen dat ik zulke zaken discreet moet behandelen", antwoordt Thomas. "Die werken heb ik mogen inzien en gebruiken op voorwaarde dat ik het na inzage en gepast gebruik zou vernietigen. Daar heb ik me altijd aan gehouden."

Voor de expositie liet Heideveld twee beelden versmelten. Fotograaf Ben Vulkers plakte als het ware de pixels van de huid van Heideveld op het gelaat van Thomas. "Ik lijk qua uiterlijk wel wat op Thomas a Kempis zoals Johannes van den Mynnesten hem heeft geschilderd. Dit 17e eeuwse schilderij is verbrand tijdens WOII in Keulen maar er bestaat een goede kleurenfoto van", zegt Heideveld terwijl hij zijn lippen tuit en ogen bolt op dezelfde manier als Thomas doet op de reproductie. "Mijn plannen voor een reconstructie van de schedel van Thomas waren niet haalbaar omdat er te weinig schedelmateriaal was om het succesvol te doen. Toen kreeg ik het idee van een fotomontage. Dichter op de huid van Thomas kon ik niet komen." Heideveld leeft dan wel sober maar hij is niet vies van aandacht. Is het niet aanmatigend om met fototrucage zichzelf op die van het portret van Thomas te plakken? "Ik ben nederiger dan Geert en Thomas bij elkaar", vindt Heideveld. "Ik doe niet alleen afstand van luxe en buitenkant. Maar als katholiek heb ik zelfs afstand gedaan van het eeuwige leven. Dat deden de Moderne Devoten niet, zij hechtten nog wel waarde aan het oneindige voortbestaan van hun ego."



Toen de schedel van Geert Grote rond 1985 uit de Lebuineskerk in Deventer verdween, werd Heideveld door de Deventer journalist Gé Tol verdacht. Na jaren dook de kop weer op. Hij lag plotseling in de kerk, voorzien van een tekstje op leisteen. "De journalist belde me met insinuerende vragen. Ik zou er meer van weten. Dat vond ik een aardige stunt en heb daarom gezegd: Gé, gij zegt het. Ontkennen had later weinig zin. Maar ik heb die schedel natuurlijk nooit gepakt." Heideveld is ervan overtuigd dat koster Geelen destijds de resten van Geert Grote ontvreemdde. "Die koster loofde een fles wijn uit voor de gouden tip. Ik heb hem gebeld en meldde me als dader omdat ik zin had in een wijntje. Maar de koster wilde per se weten wat er op de leisteen stond. Dat wist ik niet. Hij zeurde door en toen heb ik gezegd: u hebt het zelf gedaan. Daarop legde hij de hoorn op de haak."

Hoe dan ook, de vermeende schedel van Geert Grote en zijn opvolger Florens Radewijns die bij de ruïne van de Mariakerk werden gevonden, liggen alweer jaren in het Historisch Museum Deventer. Deze week komen ze als bruikleen naar het Stedelijk in Zwolle. Heideveld zal ongetwijfeld blij zijn met de aandacht voor lekenbeweging in de IJsselstreek. "Zeker, maar we moeten de Moderne Devotie niet overschatten. Een groepje van 40 broeders en zusters. Een marginale beweging, maar in kwaliteit hoogwaardig en met een enorme uitwerking. Het is plaatselijke folklore waar we trots op moeten zijn."

Heideveld's 'Expositie over God' telt circa 25 installaties, video's en tekeningen. De centrale vraag in zijn leven en werk luidt: Hoe leef ik rechtvaardig in Gods ogen? "Het christendom is een kinderlijke versie van het jodendom", is Heideveld van mening. "Christenen hebben een overdreven aandacht voor Jezus. Dit gaat ten koste van God. Jezus verwijst juist altijd naar zijn Vader. Ik denk niet dat God bestaat, ik geloof het alleen. Denken doe ik voortdurend maar geloven slechts enkele momenten per jaar." Zijn werk 'Humble Cross' is een eerbetoon aan de Moderne Devotie. Het is een bijna vierkant kruis, waarbij kleine hoekjes ontbreken. "Het meest nederige kruis ooit", stelt Heideveld die het object op een binnenmuur bij het HCO zal aanbrengen met gemalen kloostermop, een brokstuk van het klooster Agnietenberg.



De dood bestaat niet, volgens Heideveld. "Je zult je eigen dood nooit meemaken, daarom hoef je geen rekening te houden met de dood." Ter hoogte van de Almeloseweg, afslag Hoonhorst, staat een groot bord: Wie in de Zoon van God gelooft, heeft het eeuwige Leven. Heideveld nam de moeite om de letter l af te plakken waardoor de tekst veranderde in 'het eeuwige Even'. Jaren daarvoor, in 2000, deed hij de grote wisseltruc en ging als Jezus in Salland langs de deuren. Hij bood mensen 200 euro aan, als mensen hem eerst 100 euro zouden geven. Niemand deed het. "In het geloof laat men zich alles aanpraten maar als het om bezit gaat, zijn mensen wantrouwig."

Als Postmodern Devoot noemt hij het leven, ruim 600 jaar na Geert Grote, seculier en welvarend. In mijn expositie stel ik dezelfde vraag als de Moderne Devoten destijds: hoe verhoud ik mij tot God en het Eeuwige Leven, of liever het Eeuwige Even."

 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
Bovenstaande is natuurlijk 1 en al kletspraat en dus paginaverspilling. Maar de komische noot ontbreekt niet: zelf stellen dat je nederiger bent 'dan Thomas en Geert bij elkaar'. Da's inderdaad een heel bescheiden opstelling. Hilarious..

['We are all atheists about most of the gods that societies have ever believed in. Some of us just go one god further'].
Mark - 07-10-2011 | 12:24

U kon tot 06-11-2011 reageren op dit artikel.


Nu op de homepage

Klik hier voor meer....

de Stentor op sociale media

Koopavonden

Zou u vaker naar de Zwolse binnenstad gaan als de winkels op andere tijden open zijn?

Zwolle zou wat de gemeente betreft van het Zwolse winkelhart een bruisender plek moeten maken.