ZWOLLE - "Dieren met hangoren zijn liever dan dieren met rechtopstaande oren", stelt Hedwig Selles terwijl ze haar konijn Broodje koestert en vanuit haar hoge flat uitkijkt op het Zwarte Water.
De witte pluizige hangoor is vernoemd naar Herman Brood. "Zoals hij 'I Did It My Way' zong, dat vind ik zo mooi." Hedwig Selles (Kampen, 1968) moet nog bijkomen van de boekpresentatie vorige week bij Waanders. Haar tweede bundel ligt nu bij de boekhandel. Op zijn zachtst gezegd is dit een hoogtepunt voor de Zwolse dichteres. "Ik leef alleen nog voor de poëzie." Sinds haar vijftiende is ze ziek. Het radicale en fanatieke lijnen leidde tot een ernstige vorm van anorexia. "Ik leef op het randje van de afgrond. Ik heb er een dikke bende van gemaakt. Ik heb mijn lichaam om zeep geholpen", constateert zij nuchter. Haar breekbare fragiele verschijning spreekt voor zich. "Ik loop al heel lang op dun ijs en ik kan er ieder moment doorheen zakken. Deze chronische ziekte heeft me in de loop der jaren lichamelijk uitgekleed. Daar ondervind ik nu dagelijks de gevolgen van. Als ik 's ochtends wakker word, heb ik totaal geen bloeddruk meer." Haar directe poëzie is echter kranig en licht van toon. De titel en het gelijknamige gedicht IJzerbijt getuigen hiervan. "Dit leven is voortdurend op je tong bijten tot het bloedt. Dat doet verdomd zeer. Fysiek ben ik niks maar mentaal ben ik wereldkampioen." Jaren werkte ze gedreven aan de bundel met hulp van dichter en criticus Remco Ekkers. "Ik heb mijn coach nooit ontmoet, we onderhouden mailcontact." Ekkers omschrijft Selles op de achterflap als 'een overleefster op haveloze slippers'. De dichteres onderstreept het. "Dankzij mijn gedichten ben ik er nog. Erkenning voor mijn poëzie betekent erkenning voor mezelf." Soms treedt ze op in het land maar dat gaat steeds moeizamer. "Reizen is bijna onmogelijk. Ik kan niet lang zitten of staan en heb altijd een anti-doorzitkussen en een warme kruik bij me."In haar gedicht Handen schrijft ze: "Kom van het kruis/ het is genoeg geweest/ iedereen heeft het gezien." Hedwig Selles is hervormd opgevoed en het geloof speelt een belangrijke rol in haar werk. "Het onrecht in de wereld is niet voor niks geweest. Het is gezien. God weet hoe ik mijn best heb gedaan." Terwijl konijn Broodje van schoot springt en de badkamer binnenhuppelt, beaamt Selles dat poëzie een marginale kunstvorm is die vaak onopgemerkt blijft. "Of er in deze tijd nog ruimte is voor breekbare gedichten? Ik hoef niets te bewijzen of niemand te overtuigen dat poëzie bestaat, het is er. Maar in deze wereld verwacht men inderdaad meer van een dichter. Dat je performer bent en op tv in DWDD zit." Liever benadrukt Selles de individuele beleving. Voor haarzelf is het dichten noodzaak. "De dood staat vlak naast me. Ik maak iedere dag een afweging en hoop dat ik me morgen beter voel. Die goede momenten komen nog, gelukkig. Maar deze hangen altijd samen met de poëzie."
Hedwig Selles: IJzerbijt. Uitgeverij Holland, Euro 5,95.

















U kon tot 12-01-2009 reageren op dit artikel.