Ik heb geen feministen nodig gehad om mezelf aan te leren dat een mens respect voor zijn omgeving moet hebben door het te onderhouden. Hoe zeer het me ook afhoudt van het lezen van een boek. Ook buig ik diep voor mensen die van schoonmaken hun baan hebben gemaakt. Als ik 's morgens vroeg op mijn werk kom, geniet ik extra als de vrouw rondloopt die de redactievloer en de bureaus vrolijk reinigt. Ik zit veel lekkerder achter mijn bureau dan op een schoonmaakloze dag. Dus ik heb wel wat met de schoonmakers die deze week hun bestaan zichtbaar maken door te staken en te demonstreren. Zoals gisteren in diverse plaatsen. Met een 'mars voor respect'. Mooi getimed ook, met een storm in de rug die alles over straat laat waaien.
Meer dan een (nog) beter salaris gaat het de schoonmakers om 'gezien worden'. Want je komt ze zelden tegen door de atypische werktijden. Ons komt hij/zij altijd wél tegen in het vuil dat we onbekommerd achterlaten in trein of kantoor. Dat zal geen pretje zijn van tijd tot tijd.
Schoonmaken is een sluitpost in onze samenleving. Bedrijven en instellingen vinden het een interessante bezuinigingsoptie. Als niemand klaagt als je één keer per week laat stofzuigen, waarom zou je het dan twee keer doen? Schoonmaakbedrijven maken, wegens moordende concurrentie en bezuinigingsdrift van hun klanten, offertes die de werkdruk van het personeel fors verhogen.
Schoonmakers hebben eergevoel. Dat vind ik bijzonder. Bij veel beroepen vinden we dat 'eergevoel' normaal. Met schoonmaken leggen we die link niet. Daar zijn we te verwend voor: het is niet de essentie van een interessant leven. Maar het is en blijft wél de basis.



Sorteer reacties












U kon tot 05-02-2012 reageren op dit artikel.