Het valt misschien wat minder op met China en India als nabije buur, maar Indonesië heeft de wind mee. De economie groeit deze eeuw met zo'n vijf procent gemiddeld per jaar. Met veel grondstoffen, groeiende welvaart en een cruciale geopolitieke plek heeft de regering in Jakarta de plicht om deze schatten te verdedigen tegen wie dan ook. Op Kalimantan en Sumatra is niemand vergeten dat de Japanners in 1940 heel Azië wilden doorsteken op weg naar hún olie.
Het is daarom logisch dat het Indonesische leger goede spullen wil. Het land kan het zich ook veroorloven. Met 20.000 eilanden lijkt het daarbij voor de hand te liggen om als legerleiding vooral te investeren in geavanceerde vliegtuigen en boten. Het is daarom op zijn minst verwonderlijk dat het Indonesische leger deze week in Nederland is om de aanschaf van tweedehands Leopard-tanks te bespreken. Ze willen ruim 200 miljoen euro betalen voor prima tanks, daar niet van, maar die zijn in grote delen van Indonesië nauwelijks in te zetten. Daarvoor is Indonesië te versnipperd en te heuvelachtig. Bovendien wil Nederland er met een reden van af: ze zijn ingehaald door de stand van de techniek. Nu wil het toeval dat de Indonesische én de Nederlandse volksvertegenwoordiging de deal niet willen. Waar de Nederlandse politici hameren op het gevaar van gebruik tegen de eigen mensen (een wonderlijk argument, alsof je de Papoea's enkel met een tank en niet met geweerkracht tot de orde kunt roepen) is een deel van het parlement in Jakarta vooral praktisch. We kunnen hier niet uit de voeten met zo'n kolos van 60 duizend kilo, zei een kamerlid. De politiek is dus aan weerszijden al tegen. Nu nog hopen dat het Indonesische leger durft te beslissen in het belang van het land en alle Indonesiërs. In dat geval blijven de voor Indonesië onnutte tanks in Nederland.



Sorteer reacties












U kon tot 02-03-2012 reageren op dit artikel.