Gisterochtend een persconferentie van de Vereniging De Friesche Elf Steden, live op de televisie, en morgen opnieuw.
In een prachtig kaal zaaltje praten twee heren achter een eenvoudig tafeltje in mooie volzinnen over de hoogmis van de vrieskou. Ingehouden opwinding of de Tocht der Tochten spoedig gereden kan gaan worden. Met gezag praten ze over de dikte van het ijs ('nog lang geen vijftien centimeter, al heeft het noorden topijs') en over de volle maan, later deze week. En bij volle maan, zo weten wij allen, is domweg alles mogelijk, van weerwolven tot Elfstedentochten.
De opwinding is er bij verschillende partijen. Bij de organisatie, want uiteindelijk lukt het maar één keer in de vijftien jaar. (it sil heave, it geat oan, zo zeiden eerder voorzitters, en belandden met die Friese gezegden in ons collectieve geheugen.) Als voorzitter wil je natuurlijk dolgraag Beatrix op de Bonkevaart verwelkomen.
Bij de deelnemers, want er ligt eeuwige roem in het verschiet. Namen van winnaars als Reinier Paping, Evert van Benthem en Henk Angenent gaan enkele generaties mee.
Bij de tourrijders, want zij willen eindelijk een kruisje halen. Uitverkorenen, die winter na winter trainen om de tocht van tweehonderd kilometer te kunnen volbrengen.
En bovenal bij de Nederlandse toeschouwer. Hij wil spektakel en lol. Naar verwachting zullen er twee miljoen feestvierders naar Friesland komen. Om te hossen, dweilen en de kelen schor te schreeuwen. Heldenverering, heroïek en carnaval ineen.
Het richtingloze Nederland snakt naar dit soort flashmomenten, waarop de gansche natie samen schurkt. Naar verluidt gaat de koorts, voortkomend uit het verlangen naar aanhoudende vorst, nog zeker tien dagen duren. Het leven overzichtelijk teruggebracht tot de noodzaak van vijftien centimeter ijs.



Sorteer reacties












U kon tot 07-03-2012 reageren op dit artikel.