De ziekenhuiszorg in Nederland behoort tot de beste ter wereld. We kunnen veel, we hebben uitstekend opgeleide artsen en verpleegkundigen, er is een goede geografische spreiding en bovenal is ze voor iedereen toegankelijk.
Toch voelt de regering de noodzaak voor een structurele verandering. En dat is ingegeven door het prijskaartje van de zorg. Met name door de vergrijzing lopen de kosten al jarenlang sterk op. Dat is de reden waarom minister Schippers van Volksgezondheid de ziekenhuisdeur wil openzetten voor private investeerders. Ziekenhuizen mogen voortaan winst gaan uitkeren, zo stelt ze in een wetsvoorstel. Het is een volgende stap in de liberalisering van de ziekenhuiszorg. Ziekenhuizen moeten sinds 2006 steeds meer hun eigen geld verdienen. De verandering hoeft niet op voorhand een verslechtering te zijn. Markttuchtiging zal links en rechts tot innovaties leiden, waar ook patiënten hun voordeel mee kunnen doen. Maar geloof in de kracht van enige markttuchtiging is natuurlijk niet hetzelfde als het onwrikbare bewijs dat dit in alle gevallen tot verbetering in Nederland leidt. Daarmee wordt niet alleen de kunde van de huidige ziekenhuisdirecties onderschat, het is bovenal een overschatting van de mogelijkheid van marktwerking voor een ziekenhuis. Moet je een ziekenhuis niet veel meer zien als een veredeld nutsbedrijf? Het ongeremde geloof in de altijd heilzame werking van de markt, lijkt al enige tijd over zijn hoogtepunt heen. Toch wil de minister deze weg nog bewandelen. Want nu kunnen de ziekenhuizen niet hard genoeg vernieuwen, zo stelt zij. Ik probeer me voor te stellen hoe straks én de ziekenhuizen nog beter functioneren dan ze nu al doen én wij met elkaar minder kwijt zijn aan de ziekenhuiszorg én dat private investeerders een tevredenstellende winst krijgen uitgekeerd. Als dat straks allemaal waar blijkt te zijn, dan verdient deze minister een lintje.



Sorteer reacties











