In Apeldoorn hebben donderdagavond alle resterende wethouders, vier in getal, hun ontslag ingediend. Vanwege het debacle rond het grondbedrijf, dat de stad ruim honderd miljoen euro heeft gekost, zijn ze opgestapt.
Het is een moedige, lovenswaardige en terechte stap. Maar is alles enkel de wethouders aan te rekenen of heeft hier meegespeeld - wat een nog veel engere gedachte is - dat bestuurders (en managers in het bedrijfsleven) wel eens een beredeneerde gok moeten maken, omdat het nu eenmaal niemand gegeven is om de toekomst te kennen? Laat niet elke manager zich mede leiden door zijn intuïtie en de waarheid van dat moment?
Nadat de fout eenmaal is geconstateerd is het altijd gemakkelijk om een schuldige aan te wijzen. In Nederland lijken we daarin zelfs genoegen te scheppen. Maar de échte verantwoordelijke is dikwijls de gene die voor de tegenkracht zou moeten zorgen, maar dat niet of onvoldoende heeft gedaan. Dat kan een gemeenteraad zijn, maar ook een ondernemingsraad of een raad van commissarissen. Sturen is een vak, maar controleren vraagt dikwijls even waardevolle competenties.
In die zin hebben de Apeldoornse wethouders juist hun controleurs onvoldoende bijgepraat om hun werk goed te kunnen doen.
Voor een gezonde bestuurscultuur - en dat geldt voor overheid evenzeer als voor het bedrijfsleven - is meer nodig dan wakkere bestuurders. Daarvoor zijn mensen nodig die hun controlerende zaak volstrekt serieus kunnen en willen nemen. Bij regen en juist ook bij zonneschijn.



Sorteer reacties











