Een mens die vooral zichzelf de maat nam, in plaats van een ander. Geen verkrampte politicus meer, die uitstraalde dat hij in de verkeerde film was terechtgekomen. Ineens speelse ogen, ook ingehouden irritatie. Job Cohen legde op magistrale wijze zijn functie neer als partijleider van de door hem zo beminde PvdA. Hij was er niet in geslaagd zijn visie op leiderschap, op een samenleving die bindt in plaats van scheidt over het voetlicht te brengen. Een samenleving van 'goedwillenden' was zijn droom. Hij kwam terecht in een sterk gepolariseerd politiek krachtenveld en daarin kon hij niet effectief bijdragen aan het neerzetten van de PvdA. Het wel of niet slagen van zijn inzet hing - op de keper beschouwd - af van een zetel of twee. Zo weinig scheelde het tussen de VVD (31) en PvdA (30), die avond op 9 juni 2010. Het verschil tussen gedoodverfd premier of gedwongen oppositieleider. Binnengehaald als rustgevend alternatief voor Wouter Bos. Maar daarna binnen de partij onrustversterkend. Want Wilders (PVV) aan de ene kant en Roemer (SP) aan de andere kant lustten hem rauw. Zijn bijna motorische onhandigheid deed de rest in de politieke wereld, die vooral media (lees televisie) heet. Bij wie zo moet leidinggeven - en daarbij zichzelf wenst te blijven - wordt ook in eigen gelederen aan de stoelpoten gezaagd. Omdat de PvdA zélf in een existentiële crisis zit. Wie of wat de sociaaldemocratie voorstelt of moet voorstellen in deze tijden van economische crisis, is een vraag die maar niet helder beantwoord wordt. In die zin is het vertrek van Cohen een nederlaag van de partij. Maar Cohen is een heer. Hij zoekt de schuld bij zichzelf en nergens anders. En dat deed hij indringend en eerlijk. Hij is en was zo in persoon de fatsoenlijke samenleving zélf.



Sorteer reacties











