Het geluk van de loodgieter

  woensdag 23 november 2011 | 08:00

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Het advies dat het hoofd van de 'School met de Bijbel' mijn ouders gaf, was oprecht en onhandig tegelijk: 'Het is dat het werk bij de boer niet meer loont, dus hij moet maar naar de lts'. Het onderwijs kon toen (1968) nog maar moeilijk overweg met speelse leerlingen.
Dat ik mooi kon tekenen, heel aardig trompet speelde en minimaal een acht haalde voor godsdienst, telde niet echt. De lagere technische school was geen schande. Zo min als werd neergekeken op de huishoudschool waar mijn oudere zus als vanzelfsprekend leerde strijken. Een advies van de hoofdmeester was nog onweerlegbaar. De lts en de huishoudschool heten nu al een tijdje vmbo. Dat opnieuw wordt gewaarschuwd voor een tekort aan vaklui, verwondert niet. Teveel theorie, te weinig praktijk, wordt gezegd. Het is te simpel om het onderwijs alle schuld te geven. Een leerkracht van een basisschool die tegenwoordig een vmbo-advies geeft, speelt met vuur. Daar kom je alleen nog mee weg als de score van de Citotoets mager is en moderne 'handicaps' zoals ADHD of dyslexie zijn uitgesloten. Met je handen werken doe je alleen nog als je niet kunt of wilt leren. Daar moeten we vanaf. De lts was niks voor mij, maar ik kijk met grote bewondering naar de man die mijn kraan repareert of mijn straatje legt. We moeten leren de kennis van materialen en technieken weer even hoog te waarderen als die van de boeken. Theorie zonder praktijk is zinvol voor enkelingen. Praktijk vraagt werklust, een gezond lijf en vakkennis. De gemiddelde timmerman heeft bovendien minstens zoveel sociale vaardigheden nodig als de doorsnee boekhouder.

Het hoofd van mijn lagere school had ongelijk, want hij zag mijn talenten niet. Toch heb ik met vijlen, boren en lassen een solide basis onder mijn lerende leven gelegd. Ik heb doorgeleerd en andere keuzes gemaakt. Maar een loodgieter kan net zo woest gelukkig worden.
 
Reacties
laatste eerstSorteer reacties
ik ben het helemaal met jullie eens.
ik begrijp ook wat de reden is waarom het nu zo gaat.
elke ouder wil graag dat de kinderen het beter gaat dan hun zelf.
een ouder die lts heeft ziet daarom graag dat zoon/dochter mts haalt.
de zoon/dochter ziet daarna graag dat zijn/haar kind hts haalt enz.
daar komt nu nog bij dat de vader die nu vakman is weet dat je daarmee het zout in de pap niet meer verdiend ondanks dat er geroepen word dat er een tekort aan vakmensen is.

volgens mij verliezen veel ouders tegenwoordig daarbij de realiteit uit de ogen.
daarmee bedoel ik het volgende:
ik heb een mbo diploma.
dat betekent echter niet dat mijn dochter dat ook kan.
wat ik echter lees en hoor vinden de meesten tegenwoordig dat zij dan toch zeker hbo moet kunnen.
wat nog meer word vergeten is dat je die hbo ook via vmbo kunt halen, je doet er alleen iets langer over.
lampi - 23-11-2011 | 17:58
Ik kan het gelukkig allebei: werken met m'n handen en met m'n hoofd. Ik kan schilderen, stratenmaken, stukadoren, metselen, timmeren, tegelzetten, elektra aanleggen...ik haal daar veel voldoening uit. Het is mooi om iets onder je handen te zien groeien. Aan het einde van de dag heb je ook iets tastbaars gemaakt.

Maar ik verdien de kost met m'n kop. Simpelweg omdat dat (vreemd genoeg) veel beter betaalt. Ik zal echter nooit neerkijken op de ambachtslieden onder ons. Een mooi stukje vakwerk kan ik zeker waarderen.
Breinstein - 23-11-2011 | 16:12
Toen ik jong was (1943), zei ik tegen mijn ouders "Ik wil naar de ambachtschool! Ik wil alles leren wat ik met mijn handen kan maken en doen!" Waarop mijn ouders zeiden, "Goed jongen, jij mag alles leren, maar dan ook goed!" Dank ouders. Ik heb geleerd wat werken met je handen EN met je hoofd is. De theorie kwam later wel op de UTS.Ik was een goed vakman in de metaal en electrotechniek, en nam daar ook nog even de bouw bij.

Alsjeblieft, laat die LTS met Handenwerk weer terugkomen. De leerlingen zien wat ze maken en zijn er nog trots op ook.


Peter van Eijsden - 23-11-2011 | 13:39
Zélfs mensen die een managementsopleiding gevolgd hebben en hun kennis dus uit boeken hebben gehaald, gevolgd door meestal een vrij korte stageperiode, hebben een achterstand op vakmensen. De manager heeft meestal slechts één kunstje geleerd en bezit weinig vermogen tot improviseren. De vakman is daar constant mee bezig. Is het kunstje uitgespeeld moet de manager op zoek naar een nieuw station waar hij hetzelfde gaat doen als daarvóór. En maakt hij tijdens dit proces telkens dezelfde fouten, dan laat hij vaak een spoor van vernieling na dat soms hele bedrijven veel werkgelegenheid en zelfs de kop kost. Dagelijks zien we de slachtoffers ervan, maar we weigeren in te grijpen. Exorbitante salarissen horen er ook bij en ook die pakken we niet aan. Is het de angst daardoor zélf boven het maaiveld uit te komen of is het de angst om verantwoordelijkheid te nemen?
Jan Wandelaar - 23-11-2011 | 12:03
Ben met met de schrijver en Marcel helemaal eens: Als iedereen die mag beslissen wat goed en niet goed is op de werkvloer, nu eens eerst een half jaar mee komt werken, dan wil ik ook wel verder praten.
Voorbeeld: vroeger was het de gewoonte dat er in de zorg 7 nachten achter elkaar gewerkt werd en dat je dan 4 dagen vrij was. Je was dan goed omgeschakeld en die vrije dagen waren welkom.
Achter een bureau in Den Haag is beslist dat dit ongezond is! Nu mag er maximaal 5 nachten gewerkt worden, maar de norm is 2 of 3. Dan raak je pas echt van slag, want als je in het ritme zit, moet je er al weer uit. Veel collega's hebben aan die ene vrije dag er na niet genoeg.
Maar ja, iedereen die er niets mee te maken heeft, weet het altijd beter.
ikke - 23-11-2011 | 12:32

U kon tot 22-12-2011 reageren op dit artikel.

Discussie

Hulp na overval

De detailhandel heeft hulpverleners klaarstaan voor personeel dat een overval mee heeft gemaakt. Zou die hulp er ook structureel voor anderen moeten zijn?