Brits/Duitse ruzie over benaming zilverkaars

  maandag 27 november 2006 | 12:09 | Laatst bijgewerkt op: maandag 27 november 2006 | 15:13

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Cimicifuga simplex 'White pearl'. foto GPD

Cimicifuga simplex 'White pearl'. foto GPD

25 NOVEMBER - 2006 - Als ik u vertel dat ik last heb van slakkenvraat in mijn funkia’s, dan kijkt u mij waarschijnlijk niet-begrijpend aan. Funkia is de oude naam voor hosta, maar die naam is al zo lang geleden veranderd dat de laatste funkia-zegger zijn dagen slijt in Huize Avondzon.

Botanische namen veranderen van tijd tot tijd, en vooral sinds DNA-onderzoek betaalbaar is geworden zijn naamsveranderingen in de plantkunde aan de orde van de dag. De nieuwe inzichten wekken steevast wrevel op, vooral bij diegenen die planten verkopen. Moeten ze vooruitstrevend zijn en de nieuwste botanische namen gebruiken, op het gevaar af dat niemand begrijpt waarover zij het hebben, of moeten ze de oude naam blijven gebruiken en het risico lopen om het etiket ‘conservatief’ opgeplakt te krijgen?

Op het ogenblik wordt er een botanische strijd uitgevochten tussen Duitsland en Engeland. De Engelse botanicus James Compton heeft voorgesteld om de naam van de zilverkaars, cimicifuga, te schrappen en om de plant onder te brengen bij het geslacht actaea, christoffelkruid. Cimicifuga simplex ‘brunette’, een zilverkaars met bruinrood blad, wordt dan actaea simplex ‘Brunette’.

Duitse experts, onder leiding van de botanicus Wilhelm Schacht, willen hier niet van horen. Cimicifuga blijft cimicifuga, in hun opinie, en actaea blijft actaea. In Nederland - halverwege Engeland en Duitsland - zijn de meningen verdeeld. Kweker Coen Jansen schrijft in zijn nieuwste catalogus dat de naamsveranderaars gelijk hebben, maar dat de klant er niet aan wil. Toch voegt hij zich morrend bij de vernieuwers. Hans Kramer kiest partij voor de conservatieve Duitsers. ‘Wat is dit in godsnaam?’, schrijft deze anders zo laconieke kweker in zijn catalogus. ‘We moeten ons met hand en tand verzetten tegen dit soort onzin. (?) Zelfs als vakman raak je volkomen in de war. Terugdraaien die boel!’

En waar sta ik, in deze strijd tussen nieuwlichters en behoudenden? Ach, ik ben niet zo’n vernieuwer. Ik schrijf nog hyacinth met een h en balcon met een c. Ik heb het nog steeds over een amaryllis terwijl het al meer dan een halve eeuw een hippeastrum hoort te zijn. Ik zou een cimicifuga maar cimicifuga blijven noemen, met de nieuwste naam erachter tussen haakjes. Als dan straks de naam actaea beklijft is er nog tijd genoeg om botanisch correct te zijn.

Cimicifuga’s - om me dan maar in het Duitse kamp te scharen - zijn laatbloeiende vaste planten. Ze bloeien in de tweede helft van de zomer, en in de herfst, met witte of gelige pluimen aan stevige rechte bloemstengels. De naam zilverkaars omschrijft aardig hoe de plant eruit ziet. Zilverkaarsen houden van vochthoudende grond. Daarop doen ze het goed in de volle zon, maar in minder vochtige grond kunt u ze beter wat schaduw geven.

Er zijn een stuk of tien verschillende soorten in de handel. Cimicifuga simplex ‘white pearl’ (actaea matsumurae ‘white pearl‘) is de laatstbloeiende van het stel. Deze soort bloeit vanaf begin oktober tot in november. Het is geen plant waarvan je er één of drie zou moeten planten. Pas in grote groepen is cimicifuga simplex effectief. Bijna alle zilverkaarsen geuren, met dien verstande dat het blad van sommige soorten onaangenaam ruikt, en dat de bloemen zoet geuren. De bloemen van cimicifuga simplex ‘white pearl’ geuren het sterkst van allen. Een flinke groep bloeiende planten is in oktober vanaf tien meter te ruiken. De geur doet denken aan die van liguster, maar is iets frisser.

Het is verbazend om te zien hoe snel het zaad van laatbloeiers rijpt. Vroegbloeiers doen er soms het hele seizoen over, maar terwijl de bovenste bloempjes van een aar van een zilverkaars nog open moeten gaan, is het zaad van de onderste al bijna rijp.


U kon tot 27-12-2006 reageren op dit artikel.

links

google