Wie het nieuws volgt, moet de indruk krijgen dat er van alles mis is met onze jeugd en de jeugdzorg. Zijn we het opvoeden verleerd en vragen we het onmogelijke van jeugdzorg? Of is de samenleving veel te kritisch over jongeren, ligt de lat voor opvoeders te hoog en wordt de verkeerde hulp geboden? Verslag van een zoektocht naar antwoorden, die weleens verrassend voor de hand kunnen liggen.
Aangezet door steeds meer verhalen over (vermeende) misstanden in de jeugdzorg doet de Stentor onderzoek.
Om te beginnen vroegen we ervaringen met jeugdzorg met ons te delen. Deze
oproep van begin januari leverde al bijna 600 reacties op en de verhalen
stromen nog steeds binnen, vaak hartverscheurend, zorgvuldig achtergelaten
op meerdere A4tjes, soms zelfs met de dramatische oproep, help ons
alsjeblieft...
De algemene teneur van die reacties is uiterst
negatief en somber. Jeugdzorg doet maar wat en heeft geen boodschap aan de
waarheid. De meest gehoorde frustratie is dat jeugdzorg ouders niet serieus
neemt. "Je staat buitenspel, telt niet meer mee, wordt niet voor vol
aan gezien. Je bent dader of incompetent, niet waard om naar te luisteren.
Daar ga je aan kapot", zegt een vrouw over haar ervaring als moeder.
Ze is tegelijk werkzaam als maatschappelijk werker en wil daarom anoniem
blijven. "Dat is dus heel dubbel. In mijn werk wordt er wel naar me
geluisterd. Ik krijg voor mijn cliënten voor elkaar wat ik persoonlijk niet
voor elkaar krijg. Het systeem is ziek, doordat er onvoldoende controle en
onvoldoende tijd is. Als je ermee te maken krijgt, word je er zelf ziek van."
Het zijn bittere teksten die niet op zich zelf staan en in reacties op alle
mogelijke manieren worden herhaald. "Hoe slecht moeten wij zijn om te
accepteren dat onze kinderen onder politiebegeleiding uit scholen worden
afgevoerd." Het advies van onze lezers: schrijf ouders niet te snel af,
haal kinderen niet te snel uit huis, bekijk veel zorgvuldiger wat het
probleem is en los dat zoveel mogelijk op in eigen huis. Ze worden
waarschijnlijk op hun wenken bediend.
Jeugdzorg? "Het is een
gok", vindt Truus Barendse van Stichting Kinderen - Ouders -
Grootouders (KOG). Ze bedoelt, dat je nooit kunt weten hoe het uitpakt. En
je kunt het ook heel slecht treffen. Voor de zekerheid schreef ze er een
boek over vol. 'De jungle van de jeugdzorg', een overlevingspakket voor
ouders die met Bureau Jeugdzorg te maken krijgen. Bedoeld voor 'doorsnee'
ouders, dus niet voor ouders die hun kinderen mishandelen of verwaarlozen.
Dat KOG dit boek nodig vindt, is veelzeggend. "Want het hoort niet mis
te gaan, maar er gaat zo veel mis", zegt Barendse.
Ze vindt
dat kinderen veel te makkelijk uit huis worden geplaatst. Advocaten delen
die mening. "De maatregel van uithuisplaatsing is van ultimum remedium
geworden tot voorbehoedsmiddel voor potentiële schade en dat nog wel op
basis van onzorgvuldige werkwijze", schrijft een groep Rotterdamse
advocaten in 2008 in een brandbrief. De advocaten zetten ernstige
vraagtekens bij veel beslissingen tot uithuisplaatsing. "Wanneer er
sprake is van opvoedingsproblematiek of onmacht van de ouders hun kinderen
adequaat te begeleiden, is het de vraag of een traumatiserende
uithuisplaatsing de beste manier is om kinderen te helpen."
Dat beeld is niet veranderd, vindt Joke den Haan van Kloosterman &
Stronks Advocaten. "Je zit als advocaat tegenover een blok van
kinderbescherming, jeugdzorg en voogdij en die zeggen allemaal hetzelfde en
krijgen door de bank genomen altijd gelijk van de rechter. Je zou als
advocaat tijd en geld moeten hebben voor een contra-expertise. Mensen met
veel geld kunnen dat laten doen en die overkomt dit soort ellende ook niet."
Ze is zelf bezig met een 'schrijnend' geval over vijf kinderen die in april
2008 uit huis zijn geplaatst. "Inmiddels blijkt uit rapporten dat het
gezin een probleem had doordat het oudste kind in huis niet was te handhaven.
" De les die zij hieruit trekt. "Jeugdzorg zou veel meer
verantwoording moeten afleggen waarom het voor de ontwikkeling van een kind
beter is dat het niet bij zijn ouders blijft."
Jeugdzorg wil
kinderen helpen en beschermen, zodat ze op een veilige manier kunnen
opgroeien. Dat werk is hard nodig, want te veel kinderen leven in een hel.
De discussie en kritiek gaat vooral over de grootte van de mazen in het net.
De ene keer te ruim, de andere keer te klein.
Jeugdzorg is ook een
klein woord voor een omvangrijk en complex geheel. Misschien wel zo complex
dat het adequate jeugdzorg in de weg staat. Dat is in ieder geval zo in de
ogen van de Nationale Ombudsman. "In de jeugdzorg is van alles mis. De
organisatie is onverantwoord complex, de wetgeving ingewikkeld."
Gezinsvoogdij, jeugdhulpverlening, jeugdreclassering, Advies- en Meldpunt
Kindermishandeling en Kindertelefoon vormen sinds 2005 in elke provincie en
de drie grote steden Bureau Jeugdzorg. In discussies is dit Bureau vaak de
kop van jut. Onder toezicht en uit huis plaatsen zijn belangrijke wapens van
deze organisatie, maar die worden pas gegrepen als het echt niet anders kan,
zeggen de directeuren. De MO Groep, de brancheorganisatie van de jeugdzorg,
vindt de kritiek logisch gezien de aard van het werk. "Het is voor
opvoeders zeer zwaar als een buitenstaander in het gezin komt en daarmee
bevestigt dat ouders zelf niet geslaagd zijn in hun rol als opvoeder."
Er gebeuren heel veel goede dingen in de jeugdzorg en er worden, soms onder
uiterst moeilijke omstandigheden, ook fantastische resultaten geboekt, zegt
Fokko Witteveen, voorzitter van de Raad van Bestuur van Trias Jeugdhulp. "
Het bijzondere van jeugdzorg is natuurlijk dat het om mensen gaat. Iedere
interventie staat op zich. Het is niet reproduceerbaar en
vermenigvuldigbaar. Iedere cliënt is een unieke cliënt, en iedere hulpvraag
vereist een uniek antwoord." Hans Lomans, voorzitter van de Raad van
Bestuur van Bureau Jeugdzorg Gelderland, vindt het beeld over jeugdzorg
vertekend. "We redden elke dag kinderen. Er gaat veel meer goed dan
fout." Er is heel veel verbeterd, vindt ook Paul Nauta, hoofd Onderwijs
en Jeugdzorg van het Nederlands Jeugd Instituut. "Vijftien jaar geleden
was het een absolute chaos. Hadden we 500 instellingen. Nu zijn het er 45 en
hebben we veel meer inzicht. En de meeste ophef gaat maar over een heel
klein deel van de jeugdzorg."
Jeugdzorg heeft enorm veel last
van de sfeer die is ontstaan. Hulpverleners ontmoeten grote weerstand en
steeds vaker zelfs regelrechte agressie. Geen geruststellende basis voor
succes dus, vooral ook omdat beide partijen tot elkaar zijn veroordeeld.
Nauta vindt dat een gevaarlijke ontwikkeling. "Het wordt ook uitgelokt
door de overheid, die te veel wantrouwen uitstraalt. Dat kan zelfs het
succes van de nieuwe Centra voor Jeugd en Gezin gaan ondermijnen."
De onvrede blijkt zelfs voedingsbodem voor een nieuwe politieke beweging. De
Partij Rechten Kind wil meedoen aan de eerstvolgende Kamerverkiezingen.
Nieuwe media voeden en bundelen de woede over jeugdzorg. Internet barst van de
fora waar soms de meest vreselijke beschuldigingen - van kinderhandel, tot
nazipraktijken - voorbij komen. Op
jeugdzorgbeleid.nl stond lange tijd een peiling over minister Rouvoet. De
vraag was: 'vindt u Rouvoet een crimineel en moet hij aftreden?' Ruim 62
procent van de stemmers zei volmondig ja.
Wat meteen opvalt als je
de jeugdzorg onder de loep neemt, zijn de opvallende cijfers. Nog nooit zijn
er zoveel kinderen onder toezicht en uit huis geplaatst. Het aantal cliënten
van jeugdzorg groeit al jaren explosief. De problematiek neemt volgens
hulpverleners, in ernst en complexiteit toe.
Ondertoezichtstelling
is de meest voorkomende jeugdbeschermingsmaatregel. Het aantal kinderen dat
onder toezicht staat is in tien jaar tijd met ruim 40 procent gestegen van
19.445 in 1998 naar ruim 32.000 in 2008. Iets meer dan de helft van deze
kinderen wordt uit huis geplaatst en komt terecht in een pleeggezin of
instelling. Of op een wachtlijst omdat de vraag het aanbod overstijgt.
Ramingen van Justitie gaan ervan uit dat het aantal onder toezichtstellingen
van kinderen tot 11 jaar de komende jaren met 51 procent zal stijgen,
vijftig procent meer kinderen uit huis zullen worden geplaatst en twintig
procent meer jongeren naar verwachting strafrechtelijk in een
jeugdinrichting belanden.
Volgens Bureaus Jeugdzorg wordt de groei
verklaard door de roep uit de maatschappij eerder in te grijpen. Dat heeft
geleid tot grotere alertheid (van professionals en mensen uit de directe
omgeving van kinderen) voor situaties die bedreigend zijn.
Feit is
dat een serie dramatische gebeurtenissen met kinderen - zoals de dood van
Rowena (Het meisje van Nulde) in 2002 en Savanna in 2004 - leidden tot een
ommezwaai. Er werd in 2006 landelijk een Deltaplan gelanceerd om het risico
op mishandeling en verwaarlozing van kinderen terug te dringen. "
Gezinsvoogden kregen - in ieder geval in theorie - meer tijd per zaak en
werden getraind om problemen eerder te signaleren. Ze grijpen sneller in
door verplichte hulpverlening aan ouders of door kinderen uit huis te
plaatsen", zegt de Inspectie voor de Jeugdzorg hierover in een rapport.
Directeur Martin Dirksen van Bureau Jeugdzorg Overijssel zei het in 2005 zo: "
Je kunt beter te vroeg dan te laat zijn. We grijpen liever in terwijl we maar
80 procent van de zaak weten dan dat we gaan wachten tot het fout gelopen is.
" Het ministerie van Justitie heeft nog een andere verklaring voor de
groei. De ramingen voor de stijging van het aantal jeugdzorgcliënten de
komende jaren zijn gebaseerd op de forse toename (44 procent) van de tweede
generatie niet westerse allochtone mannen en een afname (12 procent) van de
kerkelijkheid. Volgens minister Rouvoet van Jeugd en Gezin, een van de drie
ministeries die over jeugdzorg gaat, garanderen deze factoren op basis van
historische cijfers de toename van het aantal onder toezichtstellingen.
De cijfers staan in schril contrast met andere getallen. Uit diverse
onderzoeken, ook internationaal, blijkt namelijk dat het goed gaat met de
Nederlandse jeugd en zijn opvoeding. De problemen nemen eerder af dan toe en
in vergelijking met andere landen vallen we in positieve zin op. Hoogstens
vijf procent heeft te maken met een opeenstapeling van problemen. Volgens
prof. dr. Jo Hermanns (61) is Nederland het opvoeden niet verleerd, maar kan
de samenleving nog maar weinig hebben van zijn jeugd. Wat vroeger normaal
werd gevonden wordt steeds vaker gezien als fout en hulpverleners staan
klaar om in te grijpen. Hermanns is hoogleraar Opvoedkunde aan Universiteit
van Amsterdam en daarnaast onafhankelijk adviseur op het terrein van
jeugdbeleid en jeugdzorg. Hij waarschuwde vorig jaar in een lezing 'voor de
'zuigkracht' van de hulpverlening, die hij omschrijft als de markt voor
'welzijn en geluk'. "Er lijkt een jacht ontstaan op 'risicogezinnen'
die nog geen probleem zijn, maar dat wel zouden kunnen worden. Het gevolg is
in ieder geval dat steeds meer kinderen de boodschap krijgen dat er iets met
ze is."
Hermanns, hij werkte in verschillende functies in de
jeugdhulpverlening, vindt dat een gevaarlijke constatering. Het gevolg is
dat de direct verantwoordelijke opvoeders en andere burgers in gezinnen, in
scholen en in het publieke domein hun handen er van af trekken en het
opvoeden in handen van zogenaamde professionals wordt gegeven. "
Kinderen moeten weer opgevoed worden en niet te snel behandeld." Als er
hulp nodig is, moeten volgens Hermanns de deskundigen geïmporteerd worden in
de opvoeding in plaats van de kinderen geëxporteerd naar voorzieningen.
Jolande Calkoen, jeugdrechter en voorzitter van de werkgroep Kinder- en
Jeugdrechters van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak herkent het
beeld dat Hermanns schetst. "Wij zien een tendens van indekken en
lagere acceptatie. Niemand mag nog fouten maken en dat leidt tot
risicomijdend gedrag. En de tolerantie ten opzichte van gedrag van jeugdigen
is gedaald", zei ze onlangs voor een parlementaire werkgroep die
jeugdzorg onderzoekt. Calkoen vindt daarnaast dat er in de jeugdzorg meer
wetenschappelijk gewerkt moet worden. "Eerst kijken of iets werkt
voordat je het invoert en dus niet uit idealisme van alles proberen."
Meer mensen delen dat, zoals Paul Nauta van het Nederlands Jeugd Instituut.
Hij stond aan de wieg van de Bureaus Jeugdzorg en vindt dat de prestaties
van de jeugdhulpverlening beter zichtbaar moeten worden gemaakt. "
Professionals moeten laten zien of hun werk verschil maakt."
Dit voorjaar evalueert de Tweede Kamer de Wet op de Jeugdzorg van 2005. Nu
al staat vast dat dit leidt tot ingrepen. Het systeem is niet houdbaar,
onbeheersbaar en te duur. Minister Rouvoet wil dat de vraag naar jeugdzorg
wordt teruggedrongen. De oplossing die op de meeste steun kan rekenen, is
ook de meest voor de hand liggende: het probleem oplossen waar het ontstaat.
Minder kinderen uit huis halen, meer hulp in huis brengen. Meer lichte,
vrije toegankelijke en goedkoper hulp, minder gespecialiseerde hulp en niet
langer dan nodig. Rouvoet zegt hierover: "We moeten jeugdzorg
verbeteren door ons te richten op wat we gezinnen kunnen bieden voordat
zwaardere en dure professionele hulp nodig is."
"Er is
een omslag nodig", zeggen de provincies in een gezamenlijk standpunt. "
Uitgangspunt moet zijn dat de meeste ouders/opvoeders zelf problemen kunnen
oplossen of leren oplossen."
Truus Barendse van KOG is er
blij mee. Ze roept het al jaren, maar kreeg in Den Haag geen steun. "
Uithuisplaatsing van een kind moet alleen als het echt niet anders kan en
dan het liefst naar een familielid. Het beste is hulp in huis te brengen.
Dat kost minder en dan help je bovendien het hele gezin."
Eigen kracht lijkt het nieuwe toverwoord. Dat wil zeggen dat eerst wordt
geprobeerd problemen in het gezin op te lossen, met familie en vrienden.
Ooit was er voldoende eigen kracht, maar dat is in de samenleving van de
24-uurs economie verloren gegaan. Mensen staan er alleen voor. Daarom moet
die eigen kracht georganiseerd worden, zegt Rob van Pagée van de Eigen
Kracht Centrale in Zwolle (www.eigen-kracht.nl). Deze organisatie is sinds
2001 bezig aan een opmars en hield al 3.000 zogenaamde Eigen
Krachtconferenties om problemen in gezinnen op te lossen. Het werkt altijd
en overal, zegt Van Pagée. "Door de kring rondom een ouder en kind
groter te maken, haal je de dreiging dat een kind wordt weggehaald weg en
gebruik je wat mensen zelf kunnen en dat is echt heel veel." De
groeiende praktijk bewijst volgens Van Pagée zijn gelijk. Hij pleit er
daarom voor altijd met Eigen Kracht te beginnen. Dat is tot zijn verdriet nu
nog niet verankerd in de regels. "Burgers zouden wettelijk het recht
moeten krijgen eerst met Eigen Kracht aan de slag te gaan, voordat jeugdzorg
het heft in handen kan nemen", vindt Van Pagée. "En als het
onverhoopt niet werkt, is er niets verloren. Je kunt altijd nog teruggrijpen
op het oude systeem."
Totdat jeugdzorg is bijgestuurd, blijft
een toenemend aantal kinderen uit huis geplaatst. Dat leidt tot andere
zorgen. Een groot tekort aan gezinsvoogden en een groot tekort aan
pleeggezinnen. Waardoor kinderen noodgedwongen op een wachtlijst komen. Het
aantal kinderen in pleeggezinnen is de afgelopen tien jaar verdubbeld tot
24.000. De vraag is veel groter dan het aanbod.








Sorteer reacties
















U kon tot 08-04-2010 reageren op dit artikel.