DEN HAAG - Brigitte van der Burg (49) schuwt grote woorden niet. "We slopen alles wat niet nodig is er uit, inclusief de perverse prikkels." Van der Burg, moeder van twee dochters, is geboren en opgegroeid in de jungle van Tanzania.
"We zien een probleem en plakken er meteen een sticker op. Maar daarmee los je het probleem niet op. Het is alleen goed voor organisaties, die er belang bij hebben dat klanten vanzelf in hun putje vallen. En een klant is geld. Het is een perverse prikkel. Als je de cijfers moet geloven, hebben we op allerlei terreinen twee keer zoveel mensen met problemen als in omliggende landen. Daar klopt helemaal niets van. Wij maken mensen tot een probleem met een etiketje. Dat moet stoppen. Het werkt averechts. Een sticker is een excuus voor: ik hoef niets te doen, of: het ligt niet aan mij of: er is geld, een rugzakje. We moeten veel meer kijken naar wat mensen wel kunnen dan wat ze eventueel niet kunnen."
Van der Burg vindt de jeugdzorg niet effectief genoeg. "Dat is een drama voor de kinderen en hun ouders, die ervan afhankelijk zijn, maar uiteindelijk ook voor de samenleving en de staatskas. We hebben er allemaal belang bij om ook jeugdzorg zakelijker aan te pakken, zodat het geld goed wordt besteed. Veel kinderen worden nu niet verwezen naar de behandeling die nodig is, en raken weg van huis. Soms is hulp ook niet meer dan bezigheidstherapie. Het kan goedkoper en tegelijk beter, door een betere selectie en eerder te helpen. Het begint met preventie. Zorgen dat een klein probleem niet groot wordt. Er moet hulp zijn voor het escaleert. Als je de problemen groter laat worden, is de ellende alleen maar groter, en kost het ook nog meer op het op te lossen. Nu is de situatie zo dat preventie niet loont, en dus gebeurt er te weinig aan."
De VVD'er ziet brood in het idee om de jeugdzorg helemaal onder verantwoordelijkheid van gemeenten te brengen. "Als één partij de regie voert, kunnen de zaken beter worden geregeld. Bovendien komt er één financiële stroom. Dat is nu te versnipperd. De gemeente staat dicht bij de kinderen en de gezinnen. Zo hou je korte lijnen en is er iemand verantwoordelijk, bijvoorbeeld de wethouder van jeugdzaken. Maar bovenal zorgt het er voor dat het geld beter wordt besteed. We hebben dat eerder gezien bij de bestrijding van werkloosheid. Er was een zogenaamd granieten bestand van mensen die afgeschreven waren. Vreselijk en ook asociaal, voor mij onacceptabel. De nieuwe wet Werk en Bijstand, in 2003 door Mark Rutte - toen als staatssecretaris van Sociale Zaken - door de Kamer geloodst, zorgde voor een ommekeer. Gemeenten moeten aan de bak. Hoe meer mensen thuis zitten, hoe meer het de gemeente kost. Er is dus meer belang om het goed te doen. En zie daar: het granieten bestand is met de helft verdwenen. Dat is een enorm succes. Het kan dus wel. Als er maar een stok achter de deur is. Zo moet het ook in de jeugdzorg."
Gemeenten hoeven het niet allemaal zelf te doen. Ze kunnen gaan samenwerken met andere gemeenten, bijvoorbeeld als het gaat om de kostbare zware gevallen, of gezamenlijk inkopen doen bij zorgaanbieders. "Maar ze hebben wel de prikkel om het goed te doen. Dat wordt het allerbelangrijkste. Een wet die juridisch klopt, maar tegelijk een situatie laat ontstaan waarin de gemeente alle belang heeft om het goed te doen. Ik geloof niet in wetgeving die succes alleen via handhaving afdwingt."
Als lichtend voorbeeld ziet ze Eindhoven, waar al wordt geëxperimenteerd met jeugdzorg nieuwe stijl. Daar geen gezinsvoogd voor het kind, maar een gezinscoach. "De ouders blijven aan het stuur, maar worden wel uitgedaagd. Ze moeten aan de slag. De prestatie die wordt verwacht, wordt ook contractueel vastgelegd."
Eindhoven werkt met ambitieuze cijfers. Met tachtig procent van de jongeren gaat het goed. Tien procent heeft hulp nodig, waarvan vijf procent zware hulp. Daarvan denkt Eindhoven tachtig procent thuis te gaan oplossen.
De spil van jeugdzorg nieuwe stijl moeten de Centra voor Jeugd en Gezin zijn. Iedere gemeente moet eind dit jaar zo'n centrum hebben. Maar Van der Burg ziet ook een belangrijke taak weggelegd voor scholen en consultatiebureaus. "Consultatiebureaus zien 98 procent van alle kinderen van nul tot negentien jaar. In die periode komt een kind ongeveer twintig keer langs, de meeste in de eerste vier jaar en veelal voor vaccinaties. Maar een consultatiebureau kan alleen een bijdrage leveren aan jeugdzorg als het neutraal terrein blijft, waar ouders zonder angst naar toe gaan."
Wat er met de Bureaus Jeugdzorg moet gebeuren, die provinciaal zijn georganiseerd, weet nog niemand.
Uiterlijk 1 maart moet er een notitie liggen van staatssecretaris Marlies Veldhuijzen van Zanten-Hyllner over het nieuwe systeem van jeugdzorg. Vervolgens duurt het, gemeten naar Haagse procedures, nog zeker twee jaar voordat de nieuwe wet in werking treedt. Zolang wil Brigitte van der Burg niet wachten. "Waar mogelijk moeten we gemeenten toestaan, onder voorwaarden, te experimenteren. Daar heeft iedereen baat bij. De goede voorbeelden kunnen dan elders worden overgenomen. Het moet anders, maar het zal niet makkelijk zijn. Daarom is het verstandig de overgang gefaseerd te doen. Dat kan op verschillende manieren: per type zorg, of per gemeente."
Tot besluit heeft Van der Burg een ware hartekreet. Meer aandacht voor kindermishandeling. Ze wil een meldplicht voor alle professionals, en de regel dat de ouder die mishandelt uit huis wordt gezet, in plaats van het kind. "Er zijn veel te weinig meldingen en aangiften (817, red.). Het is te triest voor woorden dat in de meeste gevallen (48 procent, red.) het ook nog de kinderen zelf zijn die aangifte moeten doen."



Sorteer reacties
















U kon tot 23-03-2011 reageren op dit artikel.