ARNHEM - Om jeugdzorg beter te maken, moet je het lef hebben dingen af te breken. Als je nu opnieuw zou kunnen beginnen, zou je het heel anders doen. De hulpverlening is in de loop der jaren te veel 'geïndustrialiseerd'. We moeten terug naar de burgerlogica. De overheveling van jeugdzorg naar de gemeenten biedt daarvoor volop mogelijkheden, vindt Marc Petit van Pactum.
Marc Petit (54), vader van een dochter, is sinds anderhalf jaar voorzitter van
de raad van bestuur van Pactum, voor jeugd- en opvoedhulp. Hij werkte
daarvoor in de psychiatrie, bij Mondriaan in Limburg. Bij Pactum stelde hij,
toen er van een landelijke omwenteling nog geen sprake was, al de vraag:
waar zijn we als jeugdzorg ook al weer voor?
"Als je die vraag blanco kunt beantwoorden, kom je tot andere inzichten."
De zoektocht van Petit leidde tot vier kerntaken: zorgen dat jeugdzorg op
tijd in de buurt is van gezinnen die hulp nodig hebben; ongedeelde hulp
(liefst een hulpverlener voor het hele traject); een goede relatie met het
gezin, en lokale samenhang.
"Hoe eerder jeugdzorg er bij komt, hoe beter. Dan heb je meer kans om te
voorkomen dat een klein probleem iets heel groots wordt, en zijn de ouders
of verzorgers ook nog niet uitgeput van alle problemen. Ik zeg altijd: een
zwerfjongere ontstaat niet van de een op andere dag. Probleem is nu vaak dat
je wel heel veel moet mankeren voordat er echt hulp komt. Dat moet anders.
Met soms ogenschijnlijk kleine dingen is al zoveel winst te behalen. Ik durf
de uitdaging wel aan, dat we dan met minder geld meer resultaat halen."
Jeugdzorg moet in de ogen van Petit zorgen dat de signalen eerder worden
opgepikt, door contacten met scholen, maatschappelijk werk, buurtwerkers en
dergelijke. "Hoe meer we weten, hoe beter we kunnen helpen. Ook daarom
is van belang dat jeugdzorg goed is ingebed in lokale structuren . Niet meer
alleen wachten tot er een vraag komt, maar ook zelf initiatief nemen. Als de
politie iets ziet, zoals een raam dat open staat, waarschuwt ze de bewoner
ook. Die rol kunnen wij ook vervullen. Dat vraagt een andere inrichting van
de organisatie. We moeten een andere positie in de samenleving krijgen. Ook
in de gemeenten meepraten over jeugdbeleid."
Alles bij elkaar moet volgens Marc Petit de burgerlogica terugkeren in de
jeugdzorg. "Zonder allerlei diagnoses en procedures terug naar de
basisvraag: wat is hier nodig? We moeten terug naar de normale dingen van
het gewone leven, en voorkomen dat de zorg de pan uitrijst. Je ziet nu nog
te vaak dat buren, vrienden of familie niet worden gevraagd, terwijl heel
veel via die weg kan worden opgelost."
De visie die Marc Petit in zijn Arnhemse kantoor uitdraagt, lijkt zo voor de
hand te liggen. Hoe kon het systeem zo ver van die burgerlogica verwijderd
raken? "Dat is helaas het gevolg van een aantal reflexen die je in de
hele samenleving ziet. Als er een probleem opduikt, lossen we dat vaak op
met functionarissen, nieuwe programma's, nieuwe doelgroepen. We zeggen veel
te weinig tegen elkaar: ga je werk goed doen! Terwijl het daar vaak wel om
draait. Zo komt het nog steeds voor dat pubers alleen in huis achterblijven,
nadat hun enige ouder in een ziekenhuis of instelling is beland. Dan kun je
reageren met weer een functionaris die daarop gaat letten, maar als iedereen
zijn werk goed had gedaan, was het bekend geweest, en had er naar gehandeld
kunnen worden. Het is niet altijd nodig iets nieuws te doen, zoals je veel
ziet. Daar wordt het werk niet per definitie beter van. We moeten ook het
lef hebben dingen weer af te breken, maar dat vraagt gedurfde politieke
keuzes."
Bij dat alles is het volgens Petit enorm belangrijk dat hulpverleners niet de
totale regie overnemen. "Soms is dat nodig, maar meestal niet. We
moeten leren op onze handen te zitten. Niet over, maar met de cliënt praten."
Als een van de weinige spelers in de jeugdzorg ziet Marc Petit de overheveling
van jeugdzorg van de provincies naar de gemeenten zitten. "Het maakt
het mogelijk dingen beter te combineren. We moeten er alleen voor waken dat
niet hetzelfde gebeurt als toen thuiszorg is overgeheveld naar de gemeenten.
Dat was aanvankelijk een chaos."
Petit hoopt dat er voldoende tijd zal zijn om de overgang goed te maken. "We
moeten de kans krijgen flink te experimenteren´, om de beste ervaringen te
verzamelen." Veel zal afhangen van de financiering. Die verschilt nu al
enorm. In Gelderland wordt per traject afgerekend, en op capaciteit
ingekocht door de provincie. Overijssel betaalt 36.000 euro per succesvol
hulptraject. "Dat moet gemiddeld voldoende zijn. De een heeft een
weekendhulp nodig, de ander zit misschien vijftien jaar in de pleegzorg. Wil
je op die manier werken, dan is wel een zekere schaalgrootte nodig. Dat kan
niet in een kleine gemeente."
Van de jongeren wordt 95 procent zonder enige hulp van buiten volwassen. Twee
procent heeft een klein steuntje nodig via huisarts of zo. Drie procent komt
in aanraking met een Bureau Jeugdzorg. Daarvan heeft tweederde genoeg aan
lichte hulp, en eenderde zwaardere hulp. In Nederland zijn dat zo'n 50.000
kinderen per jaar.
Geld mag volgens Petit nooit de spelbreker in de jeugdzorg zijn. "Als je
de uitgaven omslaat over alle kinderen, gaat het om 250 euro per kind per
jaar. Hoe eerder we er bij zijn, hoe beter de hulp is, hoe beter voor het
kind en hoe goedkoper ook. Het is alleen lastig te berekenen dat dit ook zo
is, en dat wordt wel van ons gevraagd. We moeten op zoek naar een vorm die
past. En er moet vooral de mogelijkheid zijn dat lokaal in te vullen. Ik zou
wel willen afspreken dat we in zo'n nieuwe constructie elk jaar voor minder
geld het werk doen. We zijn een stichting zonder winstoogmerk. Het gaat ons
om de toekomst van het kind. "
Bij Pactum werken 400 mensen. Ze zijn actief in veertig gemeenten in
Gelderland en Overijssel en helpen ongeveer 1.200 cliënten per jaar.
Het budget is dertig miljoen euro per jaar: 26 miljoen komt via de provincies
binnen; de rest via gemeenten.




















U kon tot 23-03-2011 reageren op dit artikel.