Terug naar de burgerlogica

  maandag 21 februari 2011 | 15:12 | Laatst bijgewerkt op: maandag 21 februari 2011 | 15:22

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
Marc Petit, voorzitter raad van bestuur van Pactum, voor jeugd- en opvoedhulp.foto Cees Baars

Marc Petit, voorzitter raad van bestuur van Pactum, voor jeugd- en opvoedhulp.foto Cees Baars

ARNHEM - Om jeugdzorg beter te maken, moet je het lef hebben dingen af te breken. Als je nu opnieuw zou kunnen beginnen, zou je het heel anders doen. De hulpverlening is in de loop der jaren te veel 'geïndustrialiseerd'. We moeten terug naar de burgerlogica. De overheveling van jeugdzorg naar de gemeenten biedt daarvoor volop mogelijkheden, vindt Marc Petit van Pactum.

Marc Petit (54), vader van een dochter, is sinds anderhalf jaar voorzitter van de raad van bestuur van Pactum, voor jeugd- en opvoedhulp. Hij werkte daarvoor in de psychiatrie, bij Mondriaan in Limburg. Bij Pactum stelde hij, toen er van een landelijke omwenteling nog geen sprake was, al de vraag: waar zijn we als jeugdzorg ook al weer voor?

"Als je die vraag blanco kunt beantwoorden, kom je tot andere inzichten." De zoektocht van Petit leidde tot vier kerntaken: zorgen dat jeugdzorg op tijd in de buurt is van gezinnen die hulp nodig hebben; ongedeelde hulp (liefst een hulpverlener voor het hele traject); een goede relatie met het gezin, en lokale samenhang.

"Hoe eerder jeugdzorg er bij komt, hoe beter. Dan heb je meer kans om te voorkomen dat een klein probleem iets heel groots wordt, en zijn de ouders of verzorgers ook nog niet uitgeput van alle problemen. Ik zeg altijd: een zwerfjongere ontstaat niet van de een op andere dag. Probleem is nu vaak dat je wel heel veel moet mankeren voordat er echt hulp komt. Dat moet anders. Met soms ogenschijnlijk kleine dingen is al zoveel winst te behalen. Ik durf de uitdaging wel aan, dat we dan met minder geld meer resultaat halen."

Jeugdzorg moet in de ogen van Petit zorgen dat de signalen eerder worden opgepikt, door contacten met scholen, maatschappelijk werk, buurtwerkers en dergelijke. "Hoe meer we weten, hoe beter we kunnen helpen. Ook daarom is van belang dat jeugdzorg goed is ingebed in lokale structuren . Niet meer alleen wachten tot er een vraag komt, maar ook zelf initiatief nemen. Als de politie iets ziet, zoals een raam dat open staat, waarschuwt ze de bewoner ook. Die rol kunnen wij ook vervullen. Dat vraagt een andere inrichting van de organisatie. We moeten een andere positie in de samenleving krijgen. Ook in de gemeenten meepraten over jeugdbeleid."

Alles bij elkaar moet volgens Marc Petit de burgerlogica terugkeren in de jeugdzorg. "Zonder allerlei diagnoses en procedures terug naar de basisvraag: wat is hier nodig? We moeten terug naar de normale dingen van het gewone leven, en voorkomen dat de zorg de pan uitrijst. Je ziet nu nog te vaak dat buren, vrienden of familie niet worden gevraagd, terwijl heel veel via die weg kan worden opgelost."

De visie die Marc Petit in zijn Arnhemse kantoor uitdraagt, lijkt zo voor de hand te liggen. Hoe kon het systeem zo ver van die burgerlogica verwijderd raken? "Dat is helaas het gevolg van een aantal reflexen die je in de hele samenleving ziet. Als er een probleem opduikt, lossen we dat vaak op met functionarissen, nieuwe programma's, nieuwe doelgroepen. We zeggen veel te weinig tegen elkaar: ga je werk goed doen! Terwijl het daar vaak wel om draait. Zo komt het nog steeds voor dat pubers alleen in huis achterblijven, nadat hun enige ouder in een ziekenhuis of instelling is beland. Dan kun je reageren met weer een functionaris die daarop gaat letten, maar als iedereen zijn werk goed had gedaan, was het bekend geweest, en had er naar gehandeld kunnen worden. Het is niet altijd nodig iets nieuws te doen, zoals je veel ziet. Daar wordt het werk niet per definitie beter van. We moeten ook het lef hebben dingen weer af te breken, maar dat vraagt gedurfde politieke keuzes."

Bij dat alles is het volgens Petit enorm belangrijk dat hulpverleners niet de totale regie overnemen. "Soms is dat nodig, maar meestal niet. We moeten leren op onze handen te zitten. Niet over, maar met de cliënt praten."

Als een van de weinige spelers in de jeugdzorg ziet Marc Petit de overheveling van jeugdzorg van de provincies naar de gemeenten zitten. "Het maakt het mogelijk dingen beter te combineren. We moeten er alleen voor waken dat niet hetzelfde gebeurt als toen thuiszorg is overgeheveld naar de gemeenten. Dat was aanvankelijk een chaos."

Petit hoopt dat er voldoende tijd zal zijn om de overgang goed te maken. "We moeten de kans krijgen flink te experimenteren´, om de beste ervaringen te verzamelen." Veel zal afhangen van de financiering. Die verschilt nu al enorm. In Gelderland wordt per traject afgerekend, en op capaciteit ingekocht door de provincie. Overijssel betaalt 36.000 euro per succesvol hulptraject. "Dat moet gemiddeld voldoende zijn. De een heeft een weekendhulp nodig, de ander zit misschien vijftien jaar in de pleegzorg. Wil je op die manier werken, dan is wel een zekere schaalgrootte nodig. Dat kan niet in een kleine gemeente."

Van de jongeren wordt 95 procent zonder enige hulp van buiten volwassen. Twee procent heeft een klein steuntje nodig via huisarts of zo. Drie procent komt in aanraking met een Bureau Jeugdzorg. Daarvan heeft tweederde genoeg aan lichte hulp, en eenderde zwaardere hulp. In Nederland zijn dat zo'n 50.000 kinderen per jaar.

Geld mag volgens Petit nooit de spelbreker in de jeugdzorg zijn. "Als je de uitgaven omslaat over alle kinderen, gaat het om 250 euro per kind per jaar. Hoe eerder we er bij zijn, hoe beter de hulp is, hoe beter voor het kind en hoe goedkoper ook. Het is alleen lastig te berekenen dat dit ook zo is, en dat wordt wel van ons gevraagd. We moeten op zoek naar een vorm die past. En er moet vooral de mogelijkheid zijn dat lokaal in te vullen. Ik zou wel willen afspreken dat we in zo'n nieuwe constructie elk jaar voor minder geld het werk doen. We zijn een stichting zonder winstoogmerk. Het gaat ons om de toekomst van het kind. "

Bij Pactum werken 400 mensen. Ze zijn actief in veertig gemeenten in Gelderland en Overijssel en helpen ongeveer 1.200 cliënten per jaar.

Het budget is dertig miljoen euro per jaar: 26 miljoen komt via de provincies binnen; de rest via gemeenten.


U kon tot 23-03-2011 reageren op dit artikel.