Rob Busser op zijn best in Deventer

Auteur: door Mariëlle Verstegen |   maandag 27 oktober 2008 | 05:48

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten
DEVENTER - Het is niet lang zoeken naar de nummer 95 van het marathonpeloton.
Rob Busser zit meteen van voren als de getallen op het rondebord voor het eerst verspringen. Helemaal vooraan schaatst de Wijhenaar. Deventer is per slot van rekening zijn thuisbaan. Dan mag je jezelf laten zien.

Het blijft zaterdagavond niet bij dit ene moment. Busser (23) laat zichzelf vaker zien op De Scheg. Dat er meer bekenden - 'mijn vader trommelt altijd wat kennissen op' - langs de baan staan, heeft er niets mee te maken. "We hadden met de ploeg afgesproken om om de beurt te proberen mee te springen." Afspraken zijn mooi, maar het moet altijd nog maar lukken. Het gangetje van het huidige marathonpeloton is best pittig. Zeker als je in een kopgroep probeert weg te komen. "Het is niet makkelijk, nee. Maar die andere jongens waarmee je weg bent, hebben het ook moeilijk", merkt Busser op.

Hij rijdt in Deventer zijn beste marathon van dit seizoen. Als 23ste komt-ie over de streep. Meteen ook maar de beste prestatie van de hele BCT-ploeg dit seizoen in de KNSB Cup. "Samen met Jaap Smit ben ik nu de beste van het team. Hij is ook al een keer 23ste geworden."

Feest dus voor BCT. Maar vanaf komende zaterdag - als in Amsterdam de strijd om de Essent Cup begint - moet er nog harder gereden worden. Dan moeten ze bij de eerste twintig komen om de finale te mogen rijden. Een doel op zich voor Busser. "Dit wordt mijn eerste Essent Cup. Het is mijn tweede jaar bij de A-rijders, maar vorig jaar heb ik alleen KNSB Cup gereden. De Essent Cup is nieuw voor mij, ik ben heel benieuwd hoe het zal gaan."

Hij rijdt nu zo'n zes jaar marathons. Een langebaancarrière zat er voor de fitness-instructeur van het Vital Centre in Raalte niet in. Het schaatsten ontdekte hij al op de basisschool. Terwijl veel klasgenootjes zich op woensdagmiddag op het voetbalveld uitleefden, spoedde Busser zich samen met vriendjes naar de oude ijsbaan. Daar in Deventer schaatsten de jongens hun eigen wedstrijdjes. Op de middelbare school meldde hij zich aan bij de Deventer IJsclub. Over de vraag of hij goed was, hoeft Busser niet na te denken. "Nee", antwoordt hij stellig. "Ik was niet snel. Op de 500 meter was ik slecht, de vijf kilometer wilde nog wel."

Maar de Wijhenaar bedacht zich geen moment toen hij de overstap naar de marathon kon maken. Dat lag hem beter. "Ik heb niet de illusie dat ik fysiek de beste wordt, maar met tactiek probeer ik zover mogelijk te komen."

U kon tot 26-11-2008 reageren op dit artikel.