Laurens Hoffer toont een lacrosse-uitrusting. Het Keizerstad Kannibalz-tenue is nog in de maak.foto Floris Brandriet bewerking Hans den Hoedt
Of, iets origineler: 'Ga je vlinders vangen?' Het bestellen van de
uitrusting in Amerika ging ook niet over één nacht ijs. De douane belde over
het pakketje. ,,Ze dachten dat er een bom in zat.''
De uit Zutphen
afkomstige Laurens Hoffer (24) werd met het lacrosse-virus aangestoken toen
hij in een sabbatical year door Amerika trok. ,,Ik zag toevallig een
wedstrijdje'', vertelt hij. ,,Het trok gelijk mijn aandacht.'' Hoffer
bevredigde zijn nieuwsgierigheid en deed meteen een potje mee. ,,Ik had het
idee dat ik het niet onaardig deed.''
Zo groot als de sport in
Amerika en Canada is, zo klein was ie in Nederland. De dichtstbijzijnde
clubs voor Hoffer zaten in Emmen en Utrecht. Om kort te gaan legde hij zich
daar teleurgesteld bij neer en bleef voetballen bij FC Zutphen. Tot hij in
2007 in Nijmegen ging studeren en een oproepje zag. ,,Hans Kortman zocht
iemand die met hem naar Utrecht wilde reizen om daar lacrosse te spelen.''
Het duo kreeg nog een reactie en besloot gedrieën dan maar zelf een
vereniging op te richten. ,,Op de eerste training, een proeftraining, waren
we in totaal met negen mensen. We wisten niet of dat veel of weinig was,
maar we waren überhaupt blij dat er mensen kwamen.''
Keizerstad Kannibalz deed vervolgens vorig jaar voor het eerst mee in de
Nederlandse competitie, in samenwerking met Enschede. ,,Verre van ideaal,
maar wel onze enige kans om in de Nederlandse competitie te spelen. Soms
speelden we met acht man tegen een team dat zes wisselspelers had.'' Dat
dwong respect af. ,,In plaats van een reglementaire 10-0 te aanvaarden
gingen we er wel staan. Soms verloren we dan met 15-0, maar daaruit bleek
wel dat we er echt voor wilden gaan.''
Keizerstad Kannibalz is in
2009 zelfstandig met een herenselectie van twintig spelers. De club heeft
zelfs vijftien vrouwelijke leden, die een wat minder ruwe variant spelen.
Want hard is lacrosse. Niet voor niets wordt het gezien als de zomerse
tegenhanger van ijshockey. ,,Je loopt wel eens tegen een flinke tik aan'',
weet Hoffer. ,,Maar de uitdaging zit 'm erin om te proberen iemand van twee
meter en honderd kilo te passeren. Finesse speelt ook een grote rol. De
combinatie van fysiek, snelheid en dynamiek spreekt hem enorm aan.
Ineens droomt Hoffer weg. ,,Het WK 2010 is in Tsjechië, het zou fantastisch
zijn als ik daar bij zou kunnen zijn. En in 2012 is lacrosse wellicht
demonstratiesport op de Olympische Spelen in Londen. En dan, in 2016... Dan
ben ik dertig. Ze zeggen dat topsporters dan op hun best zijn...''
















U kon tot 15-02-2009 reageren op dit artikel.