Claudia Witteveen kon begin deze maand voor het eerst zegevieren temidden van profrensters. foto Bob Bakker
TEUGE - Claudia Witteveen verbaast zichzelf dit seizoen met haar goede uitslagen. ,,Ik heb er ook geen verklaring voor'', zegt de wielrenster uit Teuge. ,,Ik ben zelfs meer gaan werken.'' Maar gaande het gesprek blijken er toch wat aanwijsbare oorzaken te zijn. ,,Het enige wat ik kan bedenken, is dat ik afgelopen winter veel op de baan in Apeldoorn heb gereden'', denkt Witteveen (27) hardop.
,,Ik heb veel dernytrainingen gedaan achter het brommertje op momenten dat
ik anders thuis zou zitten omdat het donker was.'' Aan het NK baan deed ze
niet mee. ,,Ik was toen net geopereerd aan mijn neus. Ik was heel vaak
verkouden, mijn neus zat constant dicht. Daardoor had ik weinig lucht. Hmm,
misschien gaat het daardoor nu ook wel beter'', concludeert ze verwonderd.
Witteveen stapte halverwege 2008 bovendien over van Merida naar Restore. ,,Er
was een beetje ruzie in de ploeg en bij Restore zat een oude bekende van me.
Gelukkig was ik daar welkom.'' Spijt van de overstap heeft ze nooit gehad,
Witteveen heeft nu rensters om haar heen die voor haar werken. ,,Daardoor
ontstaat er wel wat meer druk. Want als ze voor je gaan knechten, krijg je
wel het gevoel dat je het moet afmaken.''
En dat gaat dit
kalenderjaar uitermate goed. In het eerste weekeinde van mei schreef
Witteveen de tweedaagse Omloop van Wervershoof op haar naam. ,,De eerste
etappe werd ik tweede. Toen ik de tweede dag bij de start naar de streep
keek, dacht ik: hier ga ik winnen. Ik heb wel meer zelfvertrouwen.'' De
Teugese voegde de daad bij de gedachte en won voor het eerst een wedstrijd
waar ook vrouwen met een contract aan meedoen.
Zondag stond ze
weer op het podium. Naast een Australische en een Zweedse. ,,Dat zijn wel
profs... Voor de wedstrijd zei de ploegleiding dat we het podium konden
halen. Het zal wel, dacht ik: in zo'n grote wedstrijd.'' Toch werd ze
tweede, in de massasprint. Want het sprinten zit in haar bloed, ze beheerst
het spel steeds beter. ,,Dat begint tien kilometer voor het einde al;
dringen, iedereen zenuwachtig. Het is niet zo dat wij een treintje hebben,
maar er zijn drie ploeggenoten die mij in de finale goed kunnen helpen. De
laatste kilometers moet ik mijn eigen weg zien te vinden. Om niet opgesloten
te raken, ga ik op het laatst vaak vol in de wind zitten. Vervolgens is een
iets kortere sprint voor mij ideaal. En als ik naast iemand zit, heb ik vaak
aan het eind net iets over.''
















U kon tot 12-06-2009 reageren op dit artikel.