Bij zijn eerste optreden als bondscoach, op het EK van afgelopen zomer in Amstelveen, zakte Michel van den Heuvel meteen al door het ijs.
Terwijl Nederland teleurstelde, hield de bondscoach vol dat zijn ploeg het voor 'een team in opbouw' niet slecht deed. Dat 'team in opbouw' had gezamenlijk meer dan 1800 interlands op zak en kwam niet verder dan een derde plek. De imagoschade die Van den Heuvel in Amstelveen opliep, bracht de hockeybond ertoe om voor dit WK Ties Kruize aan te stellen als teammanager. Het was een onhandige zet van de bond. Omdat Kruize als bestuurslid tophockey van de KNHB moet oordelen over het functioneren en eventuele aanblijven van Van den Heuvel, leverde zijn aanwezigheid in India meteen discussie op over zijn twee petten. En over de vraag of Van den Heuvel door de bond onder curatele was gesteld. Nog meer kritiek waar Van den Heuvel geen raad mee wist. Ontmoetingen met de pers tijdens dit WK waren voor Van den Heuvel een lijdensweg. Hij beantwoordde vragen zichtbaar met tegenzin en de gemaakte glimlach die hij zichzelf halverwege het toernooi aanmat om het tegendeel te bewijzen, werkte averechts. Zijn wantrouwige houding en angst om fouten toe te geven, maakten een simpel vraaggesprek al tot een kwelling voor de bondscoach.
Nadat Nederland ternauwernood de halve finales had bereikt, weigerde een defensieve Van den Heuvel om zich realistisch uit te laten over het presteren van zijn ploeg. De 2-1-nederlaag tegen Zuid-Korea was net genoeg om de laatste vier te bereiken. Oranje kroop door het oog van de naald en werd op doelsaldo tweede in de groep. Eén tegentreffer meer en de ploeg was uitgeschakeld geweest, maar volgens Van den Heuvel was toch echt een resultaat gepakt. Kruize kon het gespartel van zijn bondscoach tijdens die persconferentie kennelijk niet langer aanzien en mengde zich in de discussie. Het was waarschijnlijk goed bedoeld, maar voor het imago van Van den Heuvel was zijn bemoeienis dodelijk. Achter de schermen coachen is één ding, maar inbreken tijdens een persconferentie is iets heel anders.
Opgezadeld met een erfenis van tien jaar Oranje zonder grote prijs liet Van den Heuvel zich bij zijn aanstelling verleiden tot dezelfde fout als zijn voorgangers. Hij koos voor ervaring in plaats van verjonging en zo bleef het Nederlands elftal stilstaan waar andere landen vooruitgingen.
Pas afgelopen december, meer dan een jaar na zijn aanstelling, zette hij een eerste verjonging in. En dat was te laat.
Als Van den Heuvel het lef had gehad om meteen het roer om te gooien was het gat tussen Oranje en de wereldtop nu niet zo groot geweest. En dan was zijn positie als bondscoach misschien ook nooit zo in het gedrang gekomen.
















U kon tot 14-04-2010 reageren op dit artikel.