ASSEN - Martin Domburg staat in de paddock.Het motorpak tot op het middel afgestroopt. Buiten staat de lichtblauwe Honda motor. De 600 cc-fiets wordt omringd door moeilijk kijkende mannen met vragende blikken.
De rechterkant van de machine laat de sporen zien van een flinke glijpartij. Domburg staat ondertussen al bij de reservemotor en praat hevig gesticulerend met de 'vering specialist' van het team. Domburg is na de herstart onderuit gegaan. "Geheel onverwacht, zonder waarschuwing. Ik reed gewoon mee met de rest en ineens zwiepte mijn voorwiel weg. Soms voel je een val aankomen, weet je dat je gaat. Nu niet en ik heb ook geen idee wat er gebeurde, kan het me niet herinneren. Je bent in zo'n standaardbocht al bezig met de volgende bocht."
Voor Domburg zat de race voor een goede klassering er dus na twee rondjes op. Maar de race zelf, de adrenaline, gierde gewoon nog door het lichaam. En dus vloog Domburg weer. "Kijk, als het lampje boven de startlijn uitgaat, dan moet alles aan de kant. Opzouten, want ik kom eraan. Dat idee. Dan zit ik vol adrenaline en ben ik echt van God los. Dus toen ik onderuit ging maar doorhad dat de motor het nog deed, zat ik er zo weer op. Ik zag dat die gozer die voor me reed, nog in te halen was. 'Jou pak ik nog wel', dacht ik. Tja, ik wilde niet laatste worden. En dan is racen gewoon als een drug. Eén lang, pijnloos shot."
Aan de start en finishlijn overlegde de crew van Racing Team Ermelo. Iemand opperde Domburg vanaf de kant maar snellere rondetijden te laten zien. Dat zou de coureur moeten motiveren. Nergens voor nodig, zegt Domburg. "De start, dat werkt op mij als een rode lap. Daarna heb ik geen motivatie meer nodig. Ik heb trouwens zelf ook wel een apparaatje op de fiets waarop ik mijn tijden kan zien en die heb ik ook uit staan. Ik wil alleen maar bezig zijn met sneller gaan, niet met rondetijden. Dat blijkt later wel."
Direct na de finish gaat de vuist omhoog. Voorlaatste en toch nog enige tevredenheid. Hoewel. Domburg stond in de strijd om de KNMV-Supercup 600 op een verdienstelijke vierde plaats. "En dat in mijn tweede raceseizoen. Dat was een redelijke uitgangspositie. Ik weet niet waar ik nu sta, maar ik wilde eigenlijk op een plaats bij de eerste vijf eindigen. Dat wordt nu lastig, want dan moet ik de komende drie races wel telkens op het podium zien te komen. Maar alles kan in deze competitie."
In Iris ten Katen ziet Domburg een coureur aan wie hij zich kan optrekken, want Domburg wil zich in de toekomst ook nog duidelijker manifesteren. "Als je ziet hoe zij ook vandaag weer reed. Wauw, echt gruwelijk goed. Het lijkt alsof ze het licht heeft gezien. Maar ze heeft ook meer ervaring dan ik en ik kan van haar - en van een jongen als Zeelenberg - nog veel leren. Dat zijn de rijders die het gaatje zien en die de opening weten te benutten."
















U kon tot 19-09-2007 reageren op dit artikel.