DIEREN - In de krochten van zalencentrum Theothorne in Dieren speelt Ermeloër Tom Meurs (16) vanaf 21 juli tot 31 juli in het titeltoernooi van het Open Nederlands kampioenschap schaken.
Dat deed hij aanvankelijk niet bijzonder denderend, maar de jongeling komt geleidelijk in vorm.Peter Boel, medewerker van het kampioenschap, erkent het talent van Meurs. ,,Maar hij was dinsdag, woensdag en donderdag niet zo goed; speelde moeilijke, ingewikkelde partijen en verloor die. Ongelukkig nederlagen waren het, dat wel. Vrijdag heeft hij zijn eerste punt gepakt tegen Jan Cheung. Dat deed hij terwijl er een ingewikkelde stelling op het bord stond. Ik dacht dat Meurs in zet 19 een toren voor een pion offerde. Dat was een gewaagde ruil, maar het leverde uiteindelijk winst op. Ja, dat weet ik uit het hoofd, want ik moet al die partijen op de website zetten."
De sporthal staat voor driekwart vol met lange tafels waaraan de mindere goden hun partijen afwerken. Helemaal achterin zitten de – relatieve – toppers. Een provisorisch touwtje bungelt als afscheiding tussen de amateurs en de profs. Tom Meurs behoort in Dieren tot de schaakelite, maar zit vooralsnog op de achterste rij van vier rijen. En dat is geen goed teken. ,,Wie er het beste voorstaat, zit aan de voorkant; zij die wat mindere resultaten hebben geboekt, spelen achterin. Daar wil je dus niet zitten. Maar we kunnen wel even onder de afzetting door en bij zijn bord kijken", fluistert Boel, ,,hij speelt nu tegen Erik van den Dikkenberg. Die is wat ouder dan Tom, heeft ook een hogere rating, maar dat zegt niet alles."
'Even kijken' is in de ogen van de professionele kijker Boel – 'ik schaak zelf ook wel redelijk'- ook echt even. Boel staat nauwelijks stil bij Meurs versus Van den Dikkenberg en velt een oordeel. ,,Dat wordt een lange zit. Die twee voeren een loopgravenoorlog." Praten met de jonge Ermeloër zit er vandaag niet in, dus dient de informatie uit tweede hand te komen. Te beginnen bij Boel. ,,Hij heeft voldoende potentie en behoort ook zeker tot de betere schakers in zijn leeftijdsklasse. Maar hij lijkt de laatste tijd een beetje uit vorm. Dit toernooi zal hij zeker niet winnen, maar dat mag je ook niet van hem verwachten. Daarvoor is het niveau nu nog te hoog voor hem. Maar in de toekomst zou hij, mits in vorm, best wel eens een gooi naar de eindzege kunnen doen. Maar laat hem eerst maar eens meester worden. Daar moet je drie van dit soort toernooien voor winnen en dat zie ik hem nog niet doen. Ja, hij kan het wel maar dan moet hij dit jaar wel doorgroeien. Maar vraag anders Roeland Pruijssers om een mening over Tom. Die is pas 18 jaar en gaat zelf volgende week naar het jeugdwereldkampioenschap en is hier nu als analist aanwezig."
Pruijssers houdt college in het restaurant van het zalencentrum waar hij de interessantste partijen op een groot schaakbord naspeelt. ,,Tom? Tsja, euh... Hij is nog een beetje een rommelaar, een schwindelaar – da's schaakjargon. Tom werkt wel aan zijn positionele kanten: wanneer moet ik welk stuk waar naartoe verplaatsen? En hoe dat zich later in een partij zal uitbetalen. Op dit moment zie je hem veel onverwachte dingen doen, omdat hij in penibele situaties komt. Grappig is dat hij, als hij slecht komt te staan, ineens iets moois verzint. Dus ja, hij heeft wel talent. Denk ik, hoor." Meurs voegt de daad bij die woorden door zijn tweede zege te boeken.















U kon tot 27-08-2008 reageren op dit artikel.