Alleen de duisternis kon Vossebelt tot stoppen dwingen

  woensdag 06 mei 2009 | 03:22 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 06 mei 2009 | 15:25

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

ERMELO - Hij stond bekend als de eeuwige tweede achter zijn rivaal Jan Roelof Kruithof, de koning van de Alternatieve Elfstedentocht. Ook zijn laatste strijd heeft Egbert Vossebelt niet kunnen winnen. De gedreven sportman uit Ermelo, die door roeien en ruiten ging, lag een week in coma te vechten. Zijn sporthart gaf gistermorgen om elf uur de strijd op, weigerde verder te tikken.


Jan Roelof Kruithof uit Havelte kreeg niet alleen landelijke bekendheid door zijn vele zeges op natuurijs, maar vooral ook omdat hij zich in een vriescel op nakende tochten voorbereidde. Ook het fanatisme van Vossebelt raakte nimmer bevroren. Hij oefende zich in het klunen door op oude schaatsen in de bossen rond te rennen.

Hij beëindigde zijn actieve loopbaan pas toen hij nationaal recordhouder was geworden met het schaatsen van wedstrijden over 200 kilometer. Liefst 37 van dergelijke tochten wist hij te volbrengen, waarvan de meeste in Finland en Oostenrijk. Hij moest vaak buigen voor Kruithof, maar wist à la Joop Zoetemelk ook een keer te winnen. In 1992 zegevierde Vossebelt in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Hij was toen al 59 jaar oud.

Tot op hoge leeftijd wilde Vossebelt van geen wijken weten, ook niet toen hartritmestoornissen hem begonnen te plagen. "We hadden in Amsterdam een vergadering van de Nederlandse Schaatstrainersvereniging", vertelt Herman Vermeer, evenals Vossebelt actief binnen de Harderwijkse schaatsclub Viking. "Egbert reed, want hij wilde niet afhankelijk zijn van anderen. Op de terugweg, vlak voordat hij me in Harderwijk afzette, vertelde hij dat hij van de cardioloog geen auto meer mocht besturen. Dat typeerde hem. Niet klein te krijgen."

Viking-voorzitter Wim Buitenhuis omschrijft Vossebelt als een man van weinig woorden. Maar als het op daden aankwam, zweeg hij nooit. Vooral niet als hij kinderen in beweging kon krijgen. Daar legde hij zijn hart en zijn ziel in. Zo voerde hij eind februari nog meer dan honderd schoolkinderen uit Harderwijk over het kunstijs van FlevOnice in Biddinghuizen.

Vossebelt leefde pas echt op als zijn ijzers over natuurijs konden glijden. Hij vormde haast een mythische twee-eenheid met het bevroren water. " Alleen al het natuurkundig proces van bevriezing, en dat je daar dan over beweegt", sprak hij er zelf over. "Natuurijs geeft een brok spanning die je op kunstijs niet terugvindt. Ik herinner me de zee bij Horst in de winter van 1947. De beelden van ijsbergen en kruiend ijs laten me nooit meer los. Dat vond ik werkelijk het einde. Zeker als ik mijn schaatsen onderbond. Hindernissen, obstakels van over elkaar heen liggende ijsplateaus, steenkoude wind. Het moest donker zijn wilde ik stoppen."

Na een week van schemering is het gistermorgen voor Egbert Vossebelt toch nog donker geworden.


U kon tot 05-06-2009 reageren op dit artikel.