ERMELO - Hij stond bekend als de eeuwige tweede achter zijn rivaal Jan
Roelof Kruithof, de koning van de Alternatieve Elfstedentocht. Ook zijn
laatste strijd heeft Egbert Vossebelt niet kunnen winnen. De gedreven
sportman uit Ermelo, die door roeien en ruiten ging, lag een week in coma te
vechten. Zijn sporthart gaf gistermorgen om elf uur de strijd op, weigerde
verder te tikken.
Jan Roelof Kruithof uit Havelte kreeg niet alleen landelijke bekendheid door
zijn vele zeges op natuurijs, maar vooral ook omdat hij zich in een vriescel
op nakende tochten voorbereidde. Ook het fanatisme van Vossebelt raakte
nimmer bevroren. Hij oefende zich in het klunen door op oude schaatsen in de
bossen rond te rennen.
Hij beëindigde zijn actieve loopbaan pas
toen hij nationaal recordhouder was geworden met het schaatsen van
wedstrijden over 200 kilometer. Liefst 37 van dergelijke tochten wist hij te
volbrengen, waarvan de meeste in Finland en Oostenrijk. Hij moest vaak
buigen voor Kruithof, maar wist à la Joop Zoetemelk ook een keer te winnen.
In 1992 zegevierde Vossebelt in de Alternatieve Elfstedentocht op de
Weissensee. Hij was toen al 59 jaar oud.
Tot op hoge leeftijd wilde
Vossebelt van geen wijken weten, ook niet toen hartritmestoornissen hem
begonnen te plagen. "We hadden in Amsterdam een vergadering van de
Nederlandse Schaatstrainersvereniging", vertelt Herman Vermeer, evenals
Vossebelt actief binnen de Harderwijkse schaatsclub Viking. "Egbert
reed, want hij wilde niet afhankelijk zijn van anderen. Op de terugweg, vlak
voordat hij me in Harderwijk afzette, vertelde hij dat hij van de cardioloog
geen auto meer mocht besturen. Dat typeerde hem. Niet klein te krijgen."
Viking-voorzitter Wim Buitenhuis omschrijft Vossebelt als een man van weinig
woorden. Maar als het op daden aankwam, zweeg hij nooit. Vooral niet als hij
kinderen in beweging kon krijgen. Daar legde hij zijn hart en zijn ziel in.
Zo voerde hij eind februari nog meer dan honderd schoolkinderen uit
Harderwijk over het kunstijs van FlevOnice in Biddinghuizen.
Vossebelt leefde pas echt op als zijn ijzers over natuurijs konden glijden.
Hij vormde haast een mythische twee-eenheid met het bevroren water. "
Alleen al het natuurkundig proces van bevriezing, en dat je daar dan over
beweegt", sprak hij er zelf over. "Natuurijs geeft een brok
spanning die je op kunstijs niet terugvindt. Ik herinner me de zee bij Horst
in de winter van 1947. De beelden van ijsbergen en kruiend ijs laten me
nooit meer los. Dat vond ik werkelijk het einde. Zeker als ik mijn schaatsen
onderbond. Hindernissen, obstakels van over elkaar heen liggende
ijsplateaus, steenkoude wind. Het moest donker zijn wilde ik stoppen."
Na een week van schemering is het gistermorgen voor Egbert Vossebelt toch nog
donker geworden.
















U kon tot 05-06-2009 reageren op dit artikel.