www.glidingpictures.com " />
René de Dreu maakt zich klaar voor een vlucht tijdens het NK zweefvliegen.foto Jeroen Kroon, www.glidingpictures.com
EMMELOORD - Voor iemand die aan de Pilotenweg woont, is het niet gek dat hij vaak in hogere sferen is te vinden.
Dat Nederlands kampioen zweefvliegen René de Dreu vroeger hoogtevrees had, ligt minder voor de hand."Toch trok het me wel om te gaan vliegen. Bij mijn eerste vlucht had ik geen last van hoogtevrees, ik voelde vooral de spanning over wat er zou gebeuren." Die luchtdoop was tien jaar geleden, De Dreu was 13. De kick van het vliegen greep hem, een jaar later mocht hij lessen volgen. "Je mag pas op een brommer rijden als je zestien bent, maar ik vloog op mijn veertiende al alleen", grijnst de Emmeloorder.
Nu is hij 23, heeft met een clubgenoot van ZC NOP een eigen toestel, werd vorige week Nederlands kampioen en hoopt dat hij in 2009 Nederland mag vertegenwoordigen op het junioren-WK in Finland. "In zweefvliegen ben je junior tot je 25ste. Dat klinkt oud ja, maar zoveel jongeren zijn er niet. Als je de grens op 18 legt, hou je niemand over."
De Dreu heeft de omstandigheden mee. Een zweefvliegterrein in de buurt, een werkgever die hem steunt bij zijn sport. Hij werkt bij de meteorologische dienst van de Koninklijke Luchtmacht op de militaire vliegbasis Eindhoven. "Ik had altijd al interesse in het weer en in vliegen, dus je kunt zeggen dat het zweefvliegen me naar deze baan heeft gebracht. Andersom doe ik op mijn werk nu zoveel kennis over het weer op, dat ik daar weer voordeel van heb bij het zweefvliegen."
De beste zweefvlieger hoeft niet de beste piloot te zijn. "Op ons niveau kan iedereen wel goed vliegen, daar zit het verschil niet meer in. Het gaat er vooral om welke keuzes je onderweg maakt."
Zijn kennis van meteorologie helpt De Dreu bij het vinden van 'het beste pad onder de wolken', zoals hij het zelf noemt. Gunstige luchtstromingen, de beste 'bellen' om hoogte te winnen; De Dreu bestudeert onderweg de wolkenpartijen, de ondergrond. Het gaat hem goed af. De Dreu won drie van de zes wedstrijddagen tijdens het NK en beperkte zijn 'verlies' op de andere drie dagen. "Bij een strakblauwe hemel is het wat lastiger warme lucht te vinden, dan let je meer op de grond, zoek je plekken waar je verwacht dat warme lucht opstijgt. Maar als je geblinddoekt in een bos loopt, bots je altijd een keer tegen een boom aan. Dat is met luchtbellen ook zo."















U kon tot 06-07-2008 reageren op dit artikel.