Men zal geen traan laten om oude Oosterenk

Auteur: door Michael Amsman |   woensdag 18 april 2007 | 11:56 | Laatst bijgewerkt op: woensdag 18 april 2007 | 13:31

Tekstgrootte tekst verkleinentekst vergroten

ZWOLLE - Het Openluchtbad en het stadion van PEC Zwolle ontsproten beide begin jaren dertig aan het brein van stadsarchitect J.G. Wiebenga. Het zwembad werd onder druk van de bevolking een Rijksmonument, terwijl geen Zwollenaar een traan zal laten om de sloop van het stadion. Hoe dat komt? Simpelweg omdat de statige tribune in 1985 is afgebrand en de vervangende nieuwbouw architectonisch een tikkie schraler is.

Wiebenga was een grote naam, toen hij in 1931 naar Zwolle werd gehaald als directeur van de Dienst Openbare Werken. Lang bleef hij niet. Na interne conflicten binnen de gemeente - sommige zaken veranderen nooit - vertrok de stadsarchitect in 1934 naar Den Haag. In zijn drie Zwolse jaren heeft Wiebenga niettemin heel wat gerealiseerd. Een greep: de uitbouw van het Sophia Ziekenhuis aan de Rhijnvis Feithlaan, het Openluchtbad en het Gemeentelijk Sportcomplex aan de Ceintuurbaan.

Centraal op dat complex stond het stadion voor de Prins Hendrik Ende Despereert Niet Combinatie, kortweg PEC. Bouwtekeningen voor het stadion, die bij het Historisch Centrum Overijssel liggen opgeslagen, wekken 75 jaar na hun wording verbazing: heeft dit er echt gestaan, daar aan de Ceintuurbaan, pal tegenover het Openluchtbad? Ongelooflijk.

Zou het stadion er anno 2007 nog steeds zo uitzien, dan was sloop niet zo makkelijk geweest. Dan was het stadion wellicht een monument geworden, net als het zwembad van Wiebenga, waarmee het Gemeentelijk Sportpark een symmetrisch geheel vormde. De oude gevel van het stadion had nog die menselijke maat die de Nederlandse architectuur na de jaren dertig kwijt zou raken. De grandeur ging definitief in rook op bij de verwoestende brand van 1985, maar uitbreidingen en aanpassingen hadden eerder hun tol geëist. Zoveel is zeker: stedenbouwkundig gaat er weinig verloren, wanneer binnenkort de sloperskogels hun werk doen.

Opvallend: rondom de sportvelden had Wiebenga een paardenrenbaan gesitueerd, die volgens de bouwtekeningen exact duizend meter lang was. De renbaan heeft tot 1974 (toen de voetbalclubs op het complex het welletjes vonden, want hun gras had zwaar te lijden onder het hoefgetrappel) daadwerkelijk dienst gedaan.

De concoursen die daar op gezette tijden werden gehouden trokken wel vijfduizend toeschouwers, ongelooflijke aantallen, maar zo ging dat in die dagen. Zelfs op een zomeravondpotje tussen raadsleden en journalisten kwamen een paar duizend Zwollenaren af, hoewel een mens toch niet enthousiast wordt van namen als Cnossen en Amsman.

Het gras waarop paarden, raadsleden en journalisten kwamen buurten was niet alleen de habitat van PEC Zwolle, maar ook van de Zwolsche Boys, die in 1960 om financiële redenen van De Vrolijkheid naar het Gemeentelijk Sportpark trokken. Hoeveel die verhuizing kostte is ook in de archieven te zien: de voetgangersbrug kostte bijvoorbeeld 30.000 gulden, de overdekte tribune 100.000 gulden. Dat waren nog eens prijzen. Toch waren die weer een veelvoud van begin jaren dertig, toen werklozen het Gemeentelijk Sportpark aanlegden. De kosten van de tribune, die - zou hij bewaard zijn gebleven - een monument zou zijn geworden: 25.555 gulden. Een geeltje per zitplaats.


U kon tot 18-05-2007 reageren op dit artikel.