ZWOLLE - Het Openluchtbad en het stadion van PEC Zwolle ontsproten beide
begin jaren dertig aan het brein van stadsarchitect J.G. Wiebenga. Het
zwembad werd onder druk van de bevolking een Rijksmonument, terwijl geen
Zwollenaar een traan zal laten om de sloop van het stadion. Hoe dat komt?
Simpelweg omdat de statige tribune in 1985 is afgebrand en de vervangende
nieuwbouw architectonisch een tikkie schraler is.
Wiebenga was een grote naam, toen hij in 1931 naar Zwolle werd gehaald als
directeur van de Dienst Openbare Werken. Lang bleef hij niet. Na interne
conflicten binnen de gemeente - sommige zaken veranderen nooit - vertrok de
stadsarchitect in 1934 naar Den Haag. In zijn drie Zwolse jaren heeft
Wiebenga niettemin heel wat gerealiseerd. Een greep: de uitbouw van het
Sophia Ziekenhuis aan de Rhijnvis Feithlaan, het Openluchtbad en het
Gemeentelijk Sportcomplex aan de Ceintuurbaan.
Centraal op dat
complex stond het stadion voor de Prins Hendrik Ende Despereert Niet
Combinatie, kortweg PEC. Bouwtekeningen voor het stadion, die bij het
Historisch Centrum Overijssel liggen opgeslagen, wekken 75 jaar na hun
wording verbazing: heeft dit er echt gestaan, daar aan de Ceintuurbaan, pal
tegenover het Openluchtbad? Ongelooflijk.
Zou het stadion er anno
2007 nog steeds zo uitzien, dan was sloop niet zo makkelijk geweest. Dan was
het stadion wellicht een monument geworden, net als het zwembad van
Wiebenga, waarmee het Gemeentelijk Sportpark een symmetrisch geheel vormde.
De oude gevel van het stadion had nog die menselijke maat die de Nederlandse
architectuur na de jaren dertig kwijt zou raken. De grandeur ging definitief
in rook op bij de verwoestende brand van 1985, maar uitbreidingen en
aanpassingen hadden eerder hun tol geëist. Zoveel is zeker: stedenbouwkundig
gaat er weinig verloren, wanneer binnenkort de sloperskogels hun werk doen.
Opvallend: rondom de sportvelden had Wiebenga een paardenrenbaan gesitueerd,
die volgens de bouwtekeningen exact duizend meter lang was. De renbaan heeft
tot 1974 (toen de voetbalclubs op het complex het welletjes vonden, want hun
gras had zwaar te lijden onder het hoefgetrappel) daadwerkelijk dienst
gedaan.
De concoursen die daar op gezette tijden werden gehouden
trokken wel vijfduizend toeschouwers, ongelooflijke aantallen, maar zo ging
dat in die dagen. Zelfs op een zomeravondpotje tussen raadsleden en
journalisten kwamen een paar duizend Zwollenaren af, hoewel een mens toch
niet enthousiast wordt van namen als Cnossen en Amsman.
Het gras
waarop paarden, raadsleden en journalisten kwamen buurten was niet alleen de
habitat van PEC Zwolle, maar ook van de Zwolsche Boys, die in 1960 om
financiële redenen van De Vrolijkheid naar het Gemeentelijk Sportpark
trokken. Hoeveel die verhuizing kostte is ook in de archieven te zien: de
voetgangersbrug kostte bijvoorbeeld 30.000 gulden, de overdekte tribune
100.000 gulden. Dat waren nog eens prijzen. Toch waren die weer een veelvoud
van begin jaren dertig, toen werklozen het Gemeentelijk Sportpark aanlegden.
De kosten van de tribune, die - zou hij bewaard zijn gebleven - een monument
zou zijn geworden: 25.555 gulden. Een geeltje per zitplaats.















U kon tot 18-05-2007 reageren op dit artikel.