De redactie van de Stentor is verlaten - coronacrisis
Volledig scherm
De redactie van de Stentor is verlaten - coronacrisis © De Stentor

De redactie en het coronavirus

Zelden zagen en spraken we elkaar zo veel zoals nu. Het is alsof we meer oog en oor voor elkaar hebben dan voorheen. En toch is er ook meer dan ooit afstand. Fysiek dan, wel te verstaan. Minimaal 1,5 meter op de redactie, maximaal een digi-seconde via het mobiele netwerk. Het is een nieuwe wereld waarin we terecht zijn gekomen, u en wij. Een wereld waarin het levensbedreigende coronavirus rondwaart, een virus dat momenteel ons leven beheerst en ons sociale en werkleven verstoort. We willen het niet, maar het is een gegeven.

De meeste journalisten koesteren het rumoer van de redactievloer, houden van contact met mensen op straat, bezoeken ze graag op het werk of thuis. In eerste aanleg stuurden we alleen direct de collega’s naar huis die liepen te snotteren of kuchen. Sinds deze week zijn alle verslaggevers en is een deel van de eindredacteuren per toerbeurt verbannen naar zolderkamer of keukentafel met laptop.

Allard Besse. De Stentor. FOTO MARCO DE SWART
Volledig scherm
Allard Besse. De Stentor. FOTO MARCO DE SWART © Marco De Swart

De redactievloer is zo goed als leeg, onwerkelijk leeg. Interviews worden bij voorkeur telefonisch gedaan. Gesprekken met personen buitenshuis zijn aan regels gebonden. Op de bijna uitgestorven redactievloer zijn nog maar een handjevol redacteuren werkzaam. Zij praten met elkaar op gepaste afstand en werken via betrouwbare datalijnen waardoor we zeker weten dat we de website en de krant kunnen blijven maken. Met andere collega’s wordt via digitale kanalen zoals Whatsapp, Slack en mail gecommuniceerd. Over het laatste nieuws van nu, over de verhalen voor morgen, over wat waar online komt, over hoe we wat in de krant zullen presenteren.

Om het groepsgevoel en het uitwisselen van kennis en ideeën nog enigszins te bewaken wordt er net als bij andere bedrijven minimaal twee keer per dag met camera en geluid ‘ge-hang-out’: via de computer overlegd. Het blijft belangrijk de stem van iemand te horen of een collega in de ogen te kijken. En hoewel we nog kort op deze manier werken, merken we nu al hoe gehecht we eigenlijk zijn aan de nabijheid van collega’s en de niet allerbeste koffie.

We weten niet waar deze situatie gaat eindigen. Wij als journalisten zijn volop bezig de enorme stroom coronavirus-nieuws te ordenen en te schiften. In woord, beeld en geluid. Met menselijke verhalen over ervaringen, met het sec brengen van de feiten, met het samenvatten in korte video-journaals. Aan de ene kant willen we niet alleen doemberichten brengen en ook lichtpuntjes melden, maar aan de andere kant gebiedt de werkelijkheid dat er elke dag weer doden zijn te betreuren. En daar kunnen we niet omheen.

En natuurlijk zoeken en vinden we ook die ‘andere’ verhalen, verhalen die niet over de sociale isolatie gaan, die niet over dreigende problemen in ziekenhuizen gaan, die niet over in de problemen gerakende bedrijven en kleine zelfstandigen gaan. Dat zijn de artikelen over hulp aan buren, over genezen corona-patiënten en creatieve ondernemers die met oplossingen komen. Gelukkig maar.

De gevolgen van het virus kunnen ons dilemma’s gaan brengen op het gebied van hoe en in welke mate we het nieuws en alle noodzakelijke informatie nog bij u kunnen brengen, want we hebben ook te maken met waken over de gezondheid van iedereen die daaraan meewerkt: van verslaggever, eindredacteur en vormgever tot drukker, technicus en bezorger. Zij moeten hun werk in een zo veilig mogelijke omgeving kunnen doen. Dat vraagt om een andere werkwijze, die de snelheid van het werken vertraagt, handelingen beperkt, waardoor we keuzes moeten maken: wat wel, wat niet. Hoeveel pagina’s nog in de krant? Geen sportwedstrijden: dan niet of nauwelijks sportnieuws. Geen uitgaansleven, geen theatervoorstellingen: dan niet of nauwelijks cultureel - of shownieuws.

We weten nu niet waar deze crisis gaat eindigen of wanneer. En wat de uiteindelijke betekenis van het coronavirus op ons leven zal zijn. De enige zekerheid die ik u kan bieden, is dat alle Stentor-medewerkers met een ongelooflijke spirit en vol overgave alles in het werk zullen stellen om u op de best mogelijke manier te blijven informeren. Over al het nieuws in uw regio en de rest van de wereld. Of dat nu via de krant, de site of de app is.

Het is een ongekende tijd en meer dan ooit zullen we op elkaar moeten letten én op onze gezondheid!

Allard Besse
hoofdredacteur

Als abonnee heeft u op destentor.nl toegang tot alle artikelen. Maak nu optimaal gebruik van uw abonnement . Klik hier om in te loggen

  1. Lezers steunen krantenbezorgers: “Stroopwafels aan de deur als blijk van waardering”
    Achter de Schermen

    Lezers steunen krantenbe­zor­gers: “Stroopwa­fels aan de deur als blijk van waardering”

    In Nederland staan elke dag 6000 bezorgers bij het krieken van de dag op om de kranten van DPG Media te bezorgen bij de abonnees. Dat klepperen van de brievenbus is in het dagelijks leven voor veel mensen een vaste waarde en een belangrijk onderdeel van hun ochtendritueel. Opstaan, douchen, ontbijten, mét een verse krant. Zo zijn we dat gewend. Nu het coronavirus Nederland heeft lamgelegd, is de rol van de krantenbezorger nóg belangrijker geworden. De krant is voor veel abonnees een anker, een houvast. En alle zeilen worden bijgezet om die ‘huisvriend’ te blijven bezorgen.
  2. Voetbalverslaggever Dennis Arentsen: ‘Van dit doelpunt gaat mijn hart sneller kloppen’
    Over ons

    Voetbalver­slag­ge­ver Dennis Arentsen: ‘Van dit doelpunt gaat mijn hart sneller kloppen’

    Met zijn vader ging hij vaak naar De Adelaarshorst voor wedstrijden van Go Ahead Eagles. En omdat in zijn jeugd iedereen voor Ajax was, klopte zijn hart – tegendraads als hij is – voor Feyenoord. Toch is het de pure liefhebber die spreekt als we aan voetbalverslaggever Dennis Arentsen vragen wat zijn favoriete doelpunt allertijden is. ,,De omhaal van Marco van Basten in de wedstrijd FC Den Bosch – Ajax op 9 november 1986.”