Volledig scherm
North Sea Wind Power Hub © Videostill

Visionair plan: bouw energie-eilanden als stekkerdoos voor windparken op zee

In de Noordzee worden acht tot tien ‘energie-eilanden’ gebouwd die gaan fungeren als stekkerdoos voor windmolenparken. Dat staat in plannen die netbeheerders in Nederland, Duitsland en Denemarken en de Rotterdamse haven hebben gepresenteerd.

Het aanleggen van energie-eilanden is volgens de bedrijven noodzakelijk voor Nederland en de andere landen rond de Noordzee om de klimaatdoelen te halen en betaalbaar te houden. In de klimaatplannen is een grote rol weggelegd voor windparken op zee. Die worden steeds verder uit de kust gebouwd. Dat maakt het lastiger en duurder om de stroom naar land te transporteren. Kunstmatige eilanden op de Noordzee moeten de windparken daarom met elkaar en de omringende landen gaan verbinden.

,,Zo zijn minder kabels nodig en kunnen we efficiënt groene stroom uitwisselen. Want in de toekomst hebben we geen kolencentrales meer, terwijl er altijd wel plaatsen zijn waar het niet waait en de zon niet schijnt’’, zegt topvrouw Manon van Beek van TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland en delen van Duitsland.
Het is de bedoeling dat op de eilanden ook fabrieken worden gebouwd waar elektriciteit in waterstof wordt omgezet. In die vorm kan het worden opgeslagen om pieken en dalen in de energievoorziening op te vangen. Voor het transport van dat groene gas kunnen volgens Gasunie deels bestaande gasleidingen worden gebruikt. 

Eilandenweb

Het klinkt futuristisch, een web van energie-eilanden. Maar technisch, economisch én juridisch is het in elk geval haalbaar om het te bouwen, blijkt uit onderzoeken van het North Sea Wind Power Hub consortium. Daarin werken TenneT en Gasunie samen met het Havenbedrijf Rotterdam en de Deense netbeheerder Energinet.

Aanvankelijk hadden de partijen hun zinnen gezet op één groot energie-eiland middenin de Noordzee. Dat zou niet alleen kunnen functioneren als stopcontact op zee. Ingenieurs en waterbouwers droomden al hardop over een multifunctioneel eiland met een grote waterstoffabriek en haven van waaruit tankers waterstof de wereld over vervoeren. En waarom zou je daar niet meteen een getijdenstroomcentrale, zeewierboerderijen of zelfs een nieuwe luchthaven bouwen? 

Volledig scherm
Zo zou het eilandenweb eruit kunnen komen te zien © North Sea Wind Power Hub

Visionaire ideeën, maar volgens het windhubconsortium voorlopig onhaalbaar. ,,Onze plannen voor een reeks kleinere eilanden zijn nog steeds vergelijkbaar met een man op de maan zetten, maar behapbaarder dan één groot eiland’’, zegt vicepresident Hans Coenen van Gasunie. ,,Voor ons als netbeheerders zouden de extra functies van één groot eiland niet opwegen tegen de nadelen. Bij de aanleg van een groot eiland zouden zoveel landen en partijen betrokken zijn, dat het te lang gaat duren. De impact op het milieu en de risico's zouden groot zijn. Met een net van kleinere eilanden kunnen we stapsgewijs, en dus sneller, aan de slag.’’ 

Boorplatforms

Voor de eilanden zijn drie basisontwerpen gemaakt: zandeilanden, caisson-eilanden (afgezonken bakken gevuld met zand) en platforms op palen. Het is niet de bedoeling om bestaande boorplatforms te verbouwen, zegt Coenen. ,,Wij denken een factor tien tot honderd groter.’’ De ideale capaciteit per eiland zou 10 tot 15 gigawatt zijn - genoeg om 5,5 tot 8 miljoen huishoudens van stroom te voorzien.

Welk ontwerp wordt gekozen, hangt af van de locatie. Onder meer de diepte en golfslag spelen daarbij een rol. Een platformeiland kan volgens de onderzoekers in drie jaar gebouwd worden, een zandeiland neemt waarschijnlijk zo'n acht jaar in beslag. Nog los van de voorbereidingen, zoals vergunningen en aanbestedingsprocedures, die enkele jaren in beslag zullen nemen. 

Volledig scherm
De drie verschillende ontwerpen © North Sea Wind Power Hub

De initiatiefnemers zijn optimistisch. Windmolenparkbouwers als Eneco, Vattenfall en Shell staan volgens hen ook te trappelen. Ze denken dat het eerste energie-eiland begin jaren 30 af kan zijn. Detail: de politiek moet wel eerst nog even akkoord gaan. TenneT-topvrouw Manon van Beek roept overheden in Nederland, Duitsland, Denemarken en de Europese Commissie op om snel met de eilandplannen aan de slag te gaan. ,,Met alle plannen voor windparken staan we voor enorme netuitbreidingen. Daarom moeten we nu met een net op zee beginnen, anders zijn we te laat.’’

Kostenplaatje

In het nieuwe Deense regeerakkoord staat dat er een windhub op zee zal komen. In het Nederlandse Klimaatakkoord worden kunstmatige eilanden genoemd ‘met het oog op een kosteneffectieve inpassing van meer wind op zee.’ Wat het web van energie-eilanden gaat kosten, kunnen of willen de initiatiefnemers nog niet zeggen. ,,Het wordt in elk geval 30 tot 40 procent goedkoper dan wanneer verafgelegen windparken hun stroom via kabels gaan leveren aan slechts één land’’, zegt manager Michiel Müller van het consortium. 

Voor de aanleg zal waarschijnlijk wel overheidssubsidie nodig zijn, zegt hij. ,,Maar dat is nu ook het geval met de kabels naar windparken op zee. De windmolens zelf worden tegenwoordig zonder subsidie gebouwd, en dat zal zo blijven.’’ 

De partijen gaan ervan uit dat Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk op termijn ook aanhaken, zelfs na een brexit. ,,We zijn al met ze in gesprek. We vormen nu eenmaal één energiemarkt, met elkaar verbonden door kabels en pijpleidingen. We blijven van elkaar afhankelijk.’’

Hoe moet zo’n web van energie-eilanden eruit komen te zien? Bekijk de video hieronder: 

  1. Kwart van Nederlanders geeft toe: ‘Ik vind mijn partner niet eens aantrekkelijk’

    Kwart van Nederlan­ders geeft toe: ‘Ik vind mijn partner niet eens aantrekke­lijk’

    Een kwart van de seksueel actieve Nederlanders vindt de eigen partner niet aantrekkelijk genoeg om er goede seks mee te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van Christine le Duc, de grootste en oudste aanbieder binnen de erotiekbranche. In België geeft meer dan de helft toe zich niet (meer) seksueel aangetrokken te voelen tot hun partner. ,,Concluderend kunnen we zeggen dat er zowel in Nederland als in België werk aan de winkel is”, stelt Audrey van Ham, CEO van Christine le Duc.