Volledig scherm
© Thinkstock

Almeloër moet huurwoning uit na oprichten illegaal 'sekshuis’

ALMELO - De huurder van een woning aan de Jan Steenstraat moet zijn woning binnen enkele dagen verlaten. Dat heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Overijssel vorige week bepaald in kort geding. 

De woning is eigendom van corporatie Beter Wonen. Het feit dat in de woning een seksinrichting is aangetroffen, was voor de corporatie aanleiding de huurovereenkomst te ontbinden. Maar het had de nodige voeten in de aarde voordat de huurovereenkomst ook daadwerkelijk kon worden ontbonden en het pand werd opgeleverd, zo blijkt. 

Prostituees 

Medewerkers van de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie stuitten op 5 maart jongstleden tijdens onderzoek op het pand aan de Jan Steenstraat in Almelo. Naar aanleiding van een advertentie op de website speurders.nl kwamen medewerkers van de AVIM bij het bewuste pand aan de deur. Tijdens een controle door de politie in de flatwoning bleek dat er twee vrouwen aanwezig waren. Ze vertelden tegen de politiemensen dat ze daar als prostituee werkten, er werd ook geadverteerd met hun diensten. In het rapport dat de AVIM heeft opgemaakt, staat dat het woonhuis ook is ingericht als seksinrichting.

Illegale seksinrichting

Na ontvangst van de zogeheten Bestuurlijke Rapportage, liet de gemeente Almelo aan de huurder van het pand weten dat Almelo van plan is hem een last onder dwangsom op te leggen vanwege het exploiteren van een illegale seksinrichting. Een kopie van de last onder dwangsom werd tevens gestuurd naar de eigenaar van het pand: woningcorporatie Beter Wonen. 

De corporatie nam vervolgens contact op met haar advocaat. De raadsman ging in gesprek met de huurder en gaf hem gelegenheid de huurovereenkomst vrijwillig op te zeggen met ingang van 15 juli en het pand ook leeg op te leveren. Ook zette de advocaat druk op de ketel: de raadsman liet aan de huurder weten dat er een kort geding zou komen wanneer de man de huurwoning niet vrijwillig zou verlaten.

Contact

Kort voor 15 juli echter zocht de huurder contact met de advocaat van de woningcorporatie. De man gaf in het gesprek aan in te stemmen met de beëindiging van de huurovereenkomst. Maar hij verklaarde tevens iets meer tijd nodig te hebben om de woning te ontruimen. Uit coulance stemde Beter Wonen daarmee in; de huurder kreeg tot eind juli de tijd om z’n biezen te pakken. Ten tijde dat de zaak speelde, stond de man nog onder bewind, met ingang van 31 juli is de bewindvoering van de huurder opgeheven. De afspraken zoals die met de huurder zijn gemaakt, werden door Beter Wonen op papier vastgelegd, een brief ging naar de huurder.

Onverrichter zake

Op 31 juli, de datum dat het pand moest worden opgeleverd, keerden medewerkers van Beter Wonen onverrichter zake terug van een bezoek aan de Jan Steenstraat. De huurder bleek - toch - niet aanwezig. Het pand kon dus ook niet worden opgeleverd. En Beter Wonen stapte - zoals aangekondigd - naar de rechter. 

De voorzieningenrechter was snel klaar met de zaak, zo blijkt. De huurder kwam vorige week niet opdagen tijdens het kort geding. De rechter bepaalde in uitspraak dat de huurder binnen vijf dagen uit het pand moet. De huurder moet bovendien opdraaien voor de juridische kosten die met de zaak gepaard gaan.